<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet href="showHAN.xsl" type="text/xsl"?>


<handeling>
<metadata>
<item attribuut="permalink"><![CDATA[http://www.geencommentaar.nl/parlando/index.php?action=doc&filename=HAN8168A06]]></item>
<item attribuut="Bibliografische_omschrijving">
Debat over het kabinetsstandpunt ten aanzien van het rapport 'Dynamiek in islamitisch activisme' van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) (30800 VI, nr. 115)</item>
<item attribuut="Bestand"> 332 Kb</item>
<item attribuut="Rubriek">Cultuur en taal (Overig)
Rijksbegrotingen (Justitie)
Staats- en bestuursrecht (Grondrechten)
Staats- en bestuursrecht (Politiek)
Welzijn (Algemeen)</item>
<item attribuut="Trefwoorden">Democratie
Godsdiensten
Maatschappij en samenleving
Mensenrechten
Rijksbegroting Justitie</item>
<item attribuut="Dossiernr">30800 VI</item>
<item attribuut="Vindplaats">Handelingen 2006-2007, nr. 93, Tweede Kamer, pag. 5260-5319</item>
<item attribuut="Afkomstig_van">Staten Generaal (SG)</item>
<item attribuut="Datum_vergadering">06-09-2007</item>
<item attribuut="Document-id">HAN8168A06</item>
<item attribuut="Omvang">60 pag.</item> 
<item attribuut="kamer">Tweede Kamer</item>
<item attribuut="doconderwerp">Dynamiek in islamitisch activisme</item>
<item attribuut="volgendonderwerp">Ingekomen stukken</item>
<item attribuut="doccode">TK 93</item>
</metadata>

<text>

<onderwerp pagina="93-5260">

Aan de orde is het debat over het kabinetsstandpunt
ten aanzien van het rapport ’’Dynamiek in
islamitisch activisme’’ van de Wetenschappelijke
Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) (30800-VI,
nr. 115).

<blok pagina="93-5260">

 
<spreker pagina="93-5260" anker="2" partij="PVV" naam="Wilders">
 Mevrouw de voorzitter. Om te
beginnen mijn oprechte dank aan u persoonlijk omdat u
op mijn verjaardag vandaag een debat over de islam
heeft gepland. Een mooier cadeau had ik mij niet kunnen
wensen!
Ongeveer 1400 jaar geleden is ons de oorlog verklaard
door een ideologie van haat en geweld die toen ontstond
en werd verkondigd door een barbaar die zichzelf profeet
Mohammed noemde. Ik heb het over de islam. Laat ik beginnen met het fundament van de islam: de
Koran. De plicht voor alle moslims om strijd te leveren
tegen niet-moslims vormt het kernthema van de Koran,
door mij eerder de islamitische Mein Kampf genoemd. Met strijd wordt bedoeld: oorlog, jihad. De Koran is
vooral een krijgsboek waarin opgeroepen wordt om
niet-moslims af te slachten, te braden en om bloedbaden
onder hen aan te richten. Joden worden vergeleken met
apen en zwijnen. Mensen die geloven dat Jezus Christus
de zoon van God is, moeten volgens de Koran bestreden
worden (Soera 9, vers 30).
Het Westen kent geen problemen met het joden- en
christendom, maar wel met de islam. Moslims kunnen de
teksten in de Koran die eeuwig gelden voor alle moslims,
ook vandaag de dag nog beschouwen als een ’’license to
kill’’ en helaas gebeurt dit ook. De inhoud van de Koran
is zo geformuleerd dat de bevelen gericht zijn aan
moslims van alle tijden, dus ook aan de moslims van nu.
In tegenstelling tot teksten in bijvoorbeeld de Bijbel die
juist zijn geformuleerd als historische verhalen waarbij
de gebeurtenissen in een ver verleden in een context
worden geplaatst, is dit bij de Koran niet het geval.
Het waren dan ook moslims en geen joden of
christenen die de catastrofale terroristische aanslagen in
New York, Madrid en Londen pleegden en niet voor niets
werd Theo van Gogh door de moslim Mohammed
Bouyeri op beestachtige wijze afgeslacht. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5260" anker="3" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Mag ik de heer Wilders
vragen waarom hij teksten die 1400 jaar oud zijn als
volstrekte waarheid en absoluut en voor eeuwig
beschouwt? Sluit hij zich daarmee aan bij Osama bin
Laden en waarom doet hij dat? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5260" anker="4" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik doe dat niet, maar heel veel
mensen doen dit wel en niet alleen de Osama’s bin
Laden van deze wereld. Ik weet niet waar de heer
Dijsselbloem de afgelopen tien of twintig jaar is geweest,
maar als hij om zich heen kijkt in Nederland en buiten
Nederland dan zal hij zien dat of het nu gaat over
Madrid, Londen, de Filippijnen, Bali of de moord in
Amsterdam, er vandaag de dag nog steeds moslims zijn
die de teksten van de Koran letterlijk nemen en dat ook
moeten doen en daardoor de meest verschrikkelijke
dingen doen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5260" anker="5" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 De heer Wilders hoeft mij
niet te vertellen dat er extremisten en idioten zijn die
inderdaad met die teksten in de hand tot vreselijke
extremiteiten overgaan. De vraag is waarom hij hen
gelijk geeft. De vraag is waarom hij hen gelijk geeft in
hun interpretatie van die teksten, in de wijze waarop zij
menen met die teksten te moeten omgaan. De vraag is
waarom hij hen iedere keer weer gelijk geeft. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5260" anker="6" partij="PVV" naam="Wilders">
 Omdat de Koran een extremis-
tisch boek is en omdat het een extremistisch boek is,
moet het worden verboden. De heer Dijsselbloem heeft gelijk: dit betekent natuurlijk niet dat alle moslims
extremistisch zijn. Ik maak ook een onderscheid tussen
het geloof en de mensen. Ook de Partij voor de Vrijheid
heeft geen probleem met moslims die zich houden aan
de wet en aan onze Nederlandse rechtsstaat, maar
helaas is dit niet het hele verhaal, want de islam, de
Koran, de hadith deugen niet en zijn intrinsiek geweld-
dadig. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5260" anker="7" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ik vind het een geweldige
winst dat de heer Wilders een nuance toelaat in zijn
betoog. Dat zijn wij al lange tijd niet van hem gewend.
Waarom schreef hij echter onlangs, deze zomer, in de
krant dat gematigde moslims niet bestaan? Hoe verhoudt
dat zich tot zijn tekst nu waarin hij zegt dat hij onder-
scheid maakt? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5260" anker="8" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik maak onderscheid tussen de
mens en het geloof, maar gematigde moslims bestaan
niet. Dat zeg ik niet, maar dat zegt de Koran. Ik zal
dadelijk uitleggen waarom de Koran vindt dat er geen
gematigde moslims bestaan. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5260" anker="9" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Heeft de heer Wilders
theologie gestudeerd? Is hij islamdeskundige geworden?
Waarom begeeft hij zich elke keer weer in een theolo-
gisch debat waarin politici naar mijn mening helemaal
niet thuis horen? Tenzij het zijn nieuwe vak is. Waarom
denkt hij dat hij als het ware ’’de juiste’’ interpretatie van
de islam te pakken heeft? Is het niet opmerkelijk dat die
interpretatie precies gelijk is aan die van de extremisten
die hij zegt te bestrijden? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5260" anker="10" partij="PVV" naam="Wilders">
 Dat is niet opmerkelijk. Het
betekent dat de Koran helaas intrinsiek gewelddadig is
en niet deugt. Dat is het probleem met het hele boek de
Koran en dat is het probleem met iedereen die dat
letterlijk neemt. Ik kom echter dadelijk te spreken over
waarom er volgens de Koran geen gematigde moslims
bestaan. Als de heer Dijsselbloem daar problemen mee
heeft, dan moet hij mij niet aankijken, maar dan moet hij
de profeet Mohammed die dat heeft opgeschreven
daarop aanspreken, hoewel dat helaas niet meer kan. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5261" anker="11" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik stel graag nog een
vraag over het begin van uw betoog. U zei dat wij sinds
1400 in oorlog zijn met de islam. Kunt u dat toelichten?
Hoe moet ik mij dat voorstellen? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5261" anker="12" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik doelde natuurlijk op het
ontstaan van de islam in de zevende eeuw. Daarmee is
een ideologie ontstaan – de islam is meer een ideologie
dan een religie en op zijn minst is de islam beide – die
tegengesteld is aan alles waar wij in het Westen voor
staan. Nederland gaat almaar door met het tolereren van
en de andere kant opkijken bij deze oorlog die ook in
Nederland wordt gevoerd – zonder geweld – door toe te
staan dat de grote immigratiegolf en de islamisering van
Nederland met de dag doorzet. Het is een religie, een
ideologie, die ons wezensvreemd is. Deze is toentertijd
ontstaan. Dat bedoel ik met de stelling dat de Westerse
beschaving in feite op dat moment de oorlog is
verklaard. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5261" anker="13" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Uw opvattingen zijn
mij niet vreemd; ik lees ook kranten. Ik ken die wel. Het
gaat mij om de beeldspraak ’’in oorlog’’. U spreekt al
over ’’vreedzame oorlog’’, een oorlog zonder geweld.
Zijn de woorden die u gebruikt alleen symbolisch van
aard of bedoelt u echt ’’in oorlog zijn’’ waarbij alle
middelen mogen worden gebruikt? Ik hoor dat graag. Ik
ben van u veel symboliek gewend en ik hoor graag of ik
daar nu ook mee te maken heb. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5261" anker="14" partij="PVV" naam="Wilders">
 Natuurlijk mogen alle middelen
die binnen de democratische rechtsstaat geoorloofd zijn,
gebruikt worden. Daarvoor sta ik hier. Ik ben een
parlementariër. Ik ben gekozen; er hebben heel veel
mensen op mij gestemd. Ik vecht nu voor het verbieden
van de Koran in politieke termen. Helaas is het in het
verleden anders geweest. Ook daar kom ik nog over te
spreken. Eeuwen geleden was die oorlog wel geweldda-
dig; deze is van Poitiers tot Wenen gestuit. Het verleden
toont aan dat de islamitische invasie eerder heeft
plaatsgevonden, met geweld, niet van onze kant – om in
die termen te spreken – maar van islamitische kant. Die
invasie is toen gestuit. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5261" anker="15" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik concludeer dat het
met de beeldspraak waarmee u zo gepassioneerd startte
zo’n vaart niet loopt. Eigenlijk is die vooral bedoeld om
een maximaal electoraal effect te bereiken zonder
consequenties aan de woorden te verbinden. U bent
helemaal niet in oorlog; u wilt gewoon met democrati-
sche middelen van debat in een zachtaardig conflict uw
gelijk halen, toch? Van oorlog is helemaal geen sprake. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5261" anker="16" partij="PVV" naam="Wilders">
 Er is absoluut sprake van een
oorlog. Cultuurrelativisten bagatelliseren de problemen,
zoals u, mevrouw Halsema. In het verkiezingsprogramma
van GroenLinks stond dat er geen Nederlandse cultuur
bestaat; zo ken ik er nog wel een paar. Met die houding
kunnen wij inderdaad beter maar meteen capituleren en
is er geen oorlog nodig. Helaas is het tegendeel het
geval. Er is wel degelijk een oorlog gaande. Laten wij blij
zijn dat het vandaag de dag hier in Nederland geen
gewelddadige oorlog is. Dat moet wat mij betreft ook zo
blijven.
Er zijn zeker gematigde mensen die zichzelf moslim
noemen, mensen die onze wetten respecteren. Tegen die
mensen heeft de PVV helemaal niets, maar de Koran
heeft dat wel. De Koran zegt namelijk – dat is geen
kwestie van interpretatie, want het staat er gewoon
letterlijk in – in soera 2, vers 85, dat gelovigen die een
deel van de Koran niet geloven, en een ander deel
misschien wel, vernederd zullen worden en de hevigste bestraffing zullen krijgen. Met andere woorden: zij zullen
braden in het hellevuur. Dat is namelijk de straf die er
meestal op staat. Mensen die zeggen dat zij moslim zijn
en niet in soera 9, vers 30, geloven dat zegt dat joden en
christenen moeten worden bestreden of niet geloven in
soera 5, vers 38, waarin staat dat je de hand van een dief
moet afhakken, zullen dus worden vernederd en
gebraden. Dat verzin ik niet, dat staat letterlijk in de
Koran. Volgens de Koran zijn moslims die slechts een
deel van de Koran geloven in feite afvalligen en wij
weten wat er volgens de Koran met afvalligen moet worden gedaan: zij moeten worden gedood. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5261" anker="17" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Het is toch opmerkelijk
mijnheer Wilders, dat u in een Kamerdebat in de vrije
democratie die Nederland is uw betoog moet adstrueren
met uitgebreide citaten uit een zeer oude tekst. U zegt
dus eigenlijk dat mensen die daar wel inspiratie aan
ontlenen, maar daar in de context van nu, in de context
van Nederland anno 2007, op hun eigen manier mee
omgaan geen moslim zijn. U staat hier dus als politicus –
u noemt uzelf vrijheidsstrijder – aan mensen te vertellen
dat u wel bepaalt wanneer zij gelovig zijn, wanneer zij
goed gelovig zijn en wanneer zij moslim zijn. Is dat uw
benadering? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5261" anker="18" partij="PVV" naam="Wilders">
 Het is nog veel erger. Ik zeg dat
namelijk niet, de Koran zegt dat. Het is ook geen kwestie
van interpretatie, want ik citeer letterlijk wat in de Koran
staat. Er is ook geen nieuwe versie van de Koran zoals
wij het Nieuwe Testament kennen na het Oude Testa-
ment. Die bestaat helemaal niet. Het is één boek. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5261" anker="19" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Het Nieuwe Testament is
ook geen nieuwe versie van het Oude Testament. Laten
wij dat misverstand gelijk even uit de wereld helpen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5261" anker="20" partij="PVV" naam="Wilders">
 Het is een nieuwere versie van het testament. En ik zal u één ding zeggen: dat bestaat dus niet in het islamitische geloof. Er is maar één Koran:
het woord van God, letterlijk opgeschreven. De Koran
zegt, zonder interpretatie, dat mensen die maar een deel
van de Koran geloven niet-gelovigen zijn. Er staat dat zij
zullen braden in het hellevuur en als ongelovigen zullen
worden behandeld. U moet mij er dus niet op aanspre-
ken, u moet de Koran erop aanspreken.
Ik wil nog even op het eerste deel van uw vraag
ingaan. Als ik een voorstel doe in het land – het is wel zo
netjes om dat ook in de Tweede Kamer te doen – over
het verbieden van de Koran, zou het erg verkeerd zijn als
ik dan geen voorbeelden uit de Koran zou noemen. Die
versterken mijn betoog overigens alleen maar.</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="21" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ik constateer dat u de
teksten van de Koran als een absoluut feit accepteert. U
hebt die teksten blijkbaar nodig om uw gelijk te
adstrueren. Zonder de teksten die u hier staat te
reclameren, kan u het gelijk van uw betoog niet
onderbouwen. Op het verbieden van de Koran kom ik
straks nog terug. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="22" partij="PVV" naam="Wilders">
 Helaas ben ik het niet die dat
doet. Kijkt u toch eens om u heen naar hoe er vandaag
de dag met afvalligen wordt omgegaan. Kijkt u naar wat er in Iran gebeurt: zij worden opgehangen. Dat gebeurt
anno 2007. Dat zijn niet alleen oude teksten. Kijk hoe er
vandaag de dag wordt omgegaan met uw partijgenoot
de heer Jami. Waar bent u, PvdA? Ik heb geen boek of
wat dan ook nodig om te weten dat wij achter hem
moeten staan. U laat hem vallen als een baksteen. Dat
zijn geen oude teksten, dat is de praktijk van vandaag.
Het zou u sieren als u, in plaats van mij de maat te
nemen, eens zou kijken naar uw eigen partij en achter
een partijgenoot zou gaan staan die vanwege die
afvalligheid, waar de doodstraf op staat en waar vandaag
mensen voor worden vermoord in islamitische landen,
wordt bedreigd. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="23" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Uw tragiek is dat u
eigenlijk zegt dat de idioten die Eshan Jami op straat
hebben aangevallen of de idioten die ongelovigen in Iran
ter dood veroordelen gelijk hebben met hun verwijzing
naar hun geloof. U en ik zouden ervoor moeten strijden
dat mensen die teksten kunnen relativeren en daarmee
om leren gaan en dat zij de vrijheid hebben om er hun
persoonlijke invulling aan te geven in deze context. U zegt tegen hen: dat is flauwekul, er is maar één islam,
kijk naar teksten van 1400 jaar geleden en dat is het.
Daarmee bijt u in uw eigen staart. U staat aan de kant
van de extremisten, mijnheer Wilders. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="24" partij="PVV" naam="Wilders">
 Dat is niet het geval, maar het is
in elk geval beter dan om aan de kant van de lafaards te
staan, mijnheer Dijsselbloem. Het is toch een schande
hoe de PvdA met haar partijgenoot Jami omgaat en een
technische zin als argument gebruikt om een
ondersteuningsverklaring niet te hoeven ondertekenen.
Hoe laf kan je zijn, PvdA? Het gaat om een partijgenoot
die in de problemen zit? U laat hem vallen als een
baksteen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="25" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ik geloof niet dat de
kwestie van het ondertekenen van een verklaring iets
zegt over het steunen van degenen die onderdrukt
worden en die in hun vrijheid beperkt worden. Het
probleem is alleen wat u elke keer zegt tegen al degenen
die hun eigen weg zoeken. Dat kan binnen de islam zijn.
U had het net ook over die mogelijkheid. Zij moeten
volgens u onderscheid maken tussen de islam volgens
uw definitie en gelovigen. Het probleem is dat u die
mensen steeds in de armen van extremisten drijft. Elke keer zegt u tegen de gematigden: u deugt ook niet, uw
geloof deugt niet, u hoort bij hen, zie de teksten. Dat is
uw fout. Als u er niet in slaagt om dat onderscheid, dat u
even in die belangrijke zin maakte, vast te houden en
mensen daarop aan te spreken en erbij te halen in plaats
van van u af te stoten, gaan wij allemaal de verkeerde
kant op. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="26" partij="PVV" naam="Wilders">
 Nee, mevrouw de voorzitter,
nogmaals, ik zeg dat niet, maar dat zegt de Koran, de
islam, dus niet Geert Wilders. De Koran en de islam zeggen dus: je bent alleen gelovige, als je alles gelooft
volgens de letter die in de Koran staat. Wat ik hoop, is
het volgende. Daarvoor dient het voorstel van mijn
fractie om de Koran te verbieden. Ik hoop dus dat het
boek de Koran – hoe zeg ik het netjes – in de prullenbak
gemieterd wordt en dat men vervolgens met een nieuw
boek komt. Ik weet niet hoe men het doet. Ik wens in
ieder geval dat die verschrikkelijk haatdragende en tot
moord aanzettende passages verdwijnen. Als er een
dergelijk boek komt zonder die verschikkelijke passages,
zijn wij een stuk verder, zeker verder dan wat u doet. U
geeft namelijk uw eigen interpretatie van de Koran.
Bovendien laat u mensen die op grond van de Koran in
de problemen komen, als een baksteen vallen. Dat is laf. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="27" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ik word steeds aangespro-
ken, dus ben ik genoopt om te reageren. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="28" naam="De voorzitter">
 Weet u... 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="29" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Het grote verschil tussen
de heer Wilders en mij is dat ik geen geloof van anderen
interpreteer. Ik interpreteer ook geen boeken die voor
anderen heilig zijn. Ik interpreteer ook geen 1400 jaar
oude teksten. Ik spreek wel mensen op hun gedrag aan.
Ik gun mensen de vrijheid om hun eigen geloof in te
vullen. U doet dat niet. U spreekt mensen aan op hun geloof en vult dat direct even voor hen in: want dit is uw
geloof, kijk maar, daar staat het. Dat is het verschil
tussen u en mij. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="30" naam="De voorzitter">
 Mag ik u beiden verzoeken om dit punt af
te ronden? Vervolgens geef ik het woord aan de heer
Pechtold. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="31" partij="D66" naam="Pechtold">
 Mijnheer Wilders, u begon uw
bijdrage weer met van dik hout zaagt men planken. Ik
vond het tot nu toe moeilijk om met u te argumenteren,
omdat argumenten vaak werden afgedaan met ’’onzin’’
of ’’het moet niet gekker worden’’. U argumenteert nu
wel degelijk. Daarom wil ik u twee voorbeelden
voorleggen en vragen om een oordeel te geven over uw
consistentie.
Kan de man die staat voor de ongebreidelde ruimte
van de vrijheid van meningsuiting mij vertellen waarom
een boek verboden moet worden? Kan de lijsttrekker van
de PVV mij vertellen waarom hij letterlijk 1400 jaar oude
teksten interpreteert waarin staat dat bij een dief de hand
afgehakt moet worden? Hoe staat die 1400 jaar oude
tekst tot uw uitspraak, nog geen 14 weken geleden, dat
er gericht op voetbalsupporters geschoten kan worden? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="32" partij="PVV" naam="Wilders">
 Wat het laatste betreft, zie ik het
verband niet zo. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="33" partij="D66" naam="Pechtold">
 Dat wil ik wel toelichten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="34" naam="De voorzitter">
 De heer Wilders heeft het al begrepen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5262" anker="35" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik had u niet gevraagd om het
toe te lichten. Ik zei alleen dat het weer onbegrijpelijk
was.
De eerste vraag was waarom het boek verboden moet
worden en hoe dat zich verhoudt tot de vrijheid van
meningsuiting en de vrijheid van godsdienst, zo voeg ik
er zelf aan toe. Ik denk dat juist het verbieden van de
Koran niet alleen de democratische rechtsstaat, waarvan
de begrippen onderdeel uitmaken, maar ook de vrijheid
van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst juist
versterkt. De Koran is een boek dat zegt dat je juist niet
anders mag geloven. Als je anders wilt geloven of
anders wilt zeggen, ben je een afvallige en dan moet je
worden vermoord, geslacht, gebraden en noem maar op.
Letterlijk of niet, het staat toch echt in de Koran.
Het gaat om een godsdienst die evenmin toestaat dat
mensen vrij zijn om te geloven wat zij willen. Het staat
niet letterlijk in de Koran, maar er wordt wel op
gezinspeeld. De sharia zegt echter wel, welke richting,
welke van de vier stromingen van de sharia je ook kiest,
dat afvalligen vermoord moeten worden. Daarover bestaat unanimiteit bij de rechtsgeleerden van de islam:
op afvalligheid staat in de sharia de doodstraf.
Welnu, als je de Koran en de daaruit voortvloeiende
sharia – die ik ook niet wil – die niet toestaat dat mensen
vrij zijn om van geloof te veranderen of van een geloof
af te stappen, verbiedt, vergroot je de godsdienstvrijheid
en de vrijheid om zelf te bepalen wat je doet. De
veroorzaker die dat verbiedt en die ervoor zorgt dat
mensen vermoord moeten worden, haal je op die manier
weg.
Mijn stelling is dus dat het verbieden van de Koran
ertoe leidt dat de vrijheid van godsdienst juist versterkt
wordt en niet verzwakt wordt. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5263" anker="36" partij="D66" naam="Pechtold">
 Dit was het eerste voorbeeld,
als ik dat mag arresteren. De Koran zou moeten worden
verboden om vrijheid te maken. Deze redenering houdt
geen stand. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5263" anker="37" partij="PVV" naam="Wilders">
 Zij klopt wel. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5263" anker="38" partij="D66" naam="Pechtold">
 Nee. Ik durf zelfs te zeggen dat
de start van het verbieden van boeken ertoe kan leiden
dat u niet mag zeggen wat u hier aan het zeggen bent.
Daar zou ik over willen nadenken. Minder beladen en in
mijn ogen voor iedereen begrijpelijk is de volgende vergelijking: het afhakken van een hand in een veertien-
honderd jaar oud vers en een partijleider die er dit jaar
nog voor pleit dat de politie met scherp kan schieten op
voetbalvandalen. Wij hebben al sinds decennia met
voetbalgeweld te maken in dit land, maar het was de
eerste keer dat Marokkanen dat pleegden. Die toevallig-
heid laat ik even passeren. Over die vergelijking, dus het
afhakken van een hand en het schieten met scherp, wil ik
het hebben. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5263" anker="39" partij="PVV" naam="Wilders">
 De vergelijking gaat totaal, maar
dan ook totaal mank. Mijn eerdere voorstel om met
scherp op voetbalsupporters te schieten deed ik omdat
de openbare orde in het geding was. Politieagenten
kwamen zelf in het gedrang en suppoosten werden in
elkaar geramd. Er werd dus een actieve daad tegen de
openbare orde, de veiligheid en de lichamelijke integriteit
gepleegd van mensen die de taak hadden, het stadion te
beschermen. Het was mooi geweest als u dat erbij
verteld had. Op dat moment kies je voor het schieten
met scherp om ervoor te zorgen dat je zelf als suppoost
of een vader met kinderen die beschermd moeten
worden, niet in de problemen komt. Dat is in mijn ogen
een vorm van noodweer tegen exces. Dat is iets totaal
anders dan een overheid die vandaag de dag inderdaad
nog dieven volgens de sharia op een barbaarse manier
handen afhakt of vrouwen en mannen die overspel
plegen – dat is in veel islamitische landen ook nog
strafbaar – stenigt. U kunt toch niet menen dat u daar
enig verband tussen ziet? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5263" anker="40" partij="D66" naam="Pechtold">
 Voorzitter. Afrondend stel ik dat
wij voor het eerst argumenteren. Ik stel hierbij vast dat
zowel de vrijheid van meningsuiting als die van
godsdienst zich niet verhouden tot het verbieden van een
oud boek dat men naar believen kan lezen of geloven.
Het geweld tegen een dief, veertienhonderd jaar geleden
opgeschreven, is misschien nog wel mild in vergelijking
met het geweld dat de heer Wilders vandaag de dag
tegen voetbalsupporters predikt. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5263" anker="41" partij="PVV" naam="Wilders">
 Daar zijn wij het dan niet over
eens. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5263" anker="42" partij="ChristenUnie" naam="Slob">
 Voorzitter. De heer Wilders
heeft als ieder Kamerlid bij zijn installatie de belofte of
de eed afgelegd. In dat opzicht heeft hij zich dus ook
verbonden aan de Nederlandse Grondwet waarin het
artikel over de godsdienstvrijheid een belangrijke plaats
inneemt. Die vrijheid kent zelfs een heel lange historie.
Die gaat terug tot de Unie van Utrecht. Die is van
eeuwen geleden. In dat opzicht hebben wij een traditie in
Nederland. De uitleg van de vrijheid van godsdienst in
Nederland is altijd geweest dat burgers de vrijheid
hebben om te kiezen voor de godsdienst die zij goed
achten en dat de Staat zich daar niet mee bemoeit. Gaat
men met die godsdienst over de grenzen van de
Nederlandse rechtsstaat heen, dan treden wij op. Het
andere terrein is van hen; daar moeten wij van afblijven.
Waarom gaat u met de wijze waarop u zich in dit debat
opstelt, zelf wel de andere kant de grenzen over en
mengt u zich in godsdiensten en uitleggen daarvan en
belemmert u met de voorstellen die u doet in feite de
vrijheid van mensen om te kiezen voor de godsdienst die
zij graag willen? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5263" anker="43" partij="PVV" naam="Wilders">
 Dat doe ik omdat de problemen
met de islam tot hier zitten. Ben ik nu gek of is de rest
dat? Verder doe ik het omdat artikel 6 van de Grondwet
net zoals zo veel grondrechten niet absoluut is geformu-
leerd. Ook in artikel 6 van de Grondwet staat dat er
godsdienstvrijheid is behoudens ieders verantwoordelijk-
heid voor de wet. Dat betekent dat die dus niet ongelimi-
teerd is. Kijkt u eens wat mensen met de Koran en niet
met de Bijbel in de hand de afgelopen jaren wereldwijd,
maar ook in Nederland hebben gedaan. Dat zijn de
meest verschrikkelijke dingen. Als dat boek oproept en
aanzet tot haat en opruiende teksten bevat, dan valt het
volgens mij binnen ons Wetboek van Strafrecht en
binnen de beperking van artikel 6 van de Grondwet. Dan
is het zeer legitiem, sterker, dan versterkt het de vrijheid
van godsdienst als wij de Koran verbieden. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5263" anker="44" partij="ChristenUnie" naam="Slob">
 Is het wel eens bij de heer
Wilders opgekomen om voor een andere weg te kiezen
door bijvoorbeeld de vrijheid van godsdienst wel
overeind te houden en mensen de keuze te geven, maar
de overheid te laten optreden zodra er sprake is van
uitwassen in de zin dat men echt over de grenzen van de
Nederlandse rechtspraak, de rechtsstaat en de wetten die
wij daarin hebben gesteld, heengaat? Op die wijze zijn
wij in het verleden toch altijd omgegaan met elementen
in onze samenleving die spanningen en botsingen
opriepen met als doel, te proberen ook hen bij onze
samenleving te houden? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5264" anker="45" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik vind dat wij wakker moeten
worden en niet moeten blijven dutten. Wij moeten
eindelijk eens optreden tegen alle ellende die de islam en
de Koran veroorzaken in ons land. Wij moeten een daad
stellen in plaats van te wachten tot het te laat is doordat
er weer ellendige gebeurtenissen voorvallen waarvan
mensen heel veel last krijgen. Wij praten al te veel in dit
land. De multiculturalisten en de cultuurrelativisten
hebben het al veel te lang voor het zeggen. Laten wij
eindelijk eens iets doen. Het verbieden van de Koran is
een prachtige eerste stap. Ik hoop dat de heer Slob mij
daarin steunt, al verwacht ik dat niet direct. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5264" anker="46" partij="SP" naam="De Wit">
 U hebt nu enkele malen gezegd dat
de Koran verboden moet worden. Wat betekent dat?
Betekent dit dat men wereldwijd alle boeken moet
inleveren, dat alle internetsites moeten worden gekuist,
dat mensen hun hoofd leeg moeten maken en dat zij dus
niet meer over de Koran en over de inhoud daarvan
mogen praten? Hoe stelt u zich dat voor? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5264" anker="47" partij="PVV" naam="Wilders">
 Voor sommigen zou het niet
verkeerd zijn om ook hun hoofd eens leeg te maken, dat
ben ik met u eens. Een verbod zou in eerste instantie
betekenen dat het boek niet meer mag worden verkocht
en dat men het ook niet in zijn bezit mag hebben. Ik heb
eerder de vergelijking gemaakt met Mein Kampf. Het zou
voor wetenschappelijke doeleinden nog kunnen worden
bestudeerd, om later nog eens te zien hoe goed de keuze
was om dit boek in 2007 te verbieden. Ik ben het met de
heer De Wit eens dat wij daarmee niet alles kunnen
verbieden. Ik ben volksvertegenwoordiger en voorzitter
van een fractie in het Nederlandse parlement. Ik ga dus
ook niet over wetten in andere landen. Sluitend zal het
verbod niet zijn omdat men het boek in andere landen
kan kopen of het via internet kan verkrijgen. Het is echter
beter dan niets doen. Wat zou ik trots zijn als de
Nederlandse Tweede Kamer een keer zei niet af te
wachten maar ervoor te zorgen dat die zieke ideologie,
die foute godsdienst islam en het boek Koran dat
oproept tot verschrikkingen tegenover mensen –
christenen, joden, ongelovigen, vrouwen – niet meer in
de hoofden van de mensen komt en ook niet meer in de
moskee wordt voorgelezen door een imam die zegt dat
het ook nog het ware woord van God is. Als wij dat
zouden voorkomen, zou Nederland er veel beter uitzien.
Laten wij dat gewoon doen, mijnheer De Wit! 

</spreker>
<spreker pagina="93-5264" anker="48" partij="SP" naam="De Wit">
 Dit betekent dus een ernstige
inperking van de vrijheid van godsdienst. U gaat zelfs zo
ver dat er niet meer over de Koran mag worden
gesproken. U kunt nu wel pleiten voor een verbod van
de Koran – een verbod dat verder gaat dan het verbod
van Mein Kampf, dat men als wetenschappelijk werk
mag bestuderen – maar u kunt toch niet voorkomen dat
mensen nog steeds hun geloof belijden? Deze gelovigen
zijn daarvan overtuigd en willen die overtuiging in de
praktijk brengen en ernaar leven. Dan doel ik niet op de
passages waarover u spreekt. U noemt ook niet de hele
Koran als misdadig. Hoe wilt u dat controleren? Dan hebt
u toch een soort Koranpolitie nodig? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5264" anker="49" partij="PVV" naam="Wilders">
 Er zijn honderden passages in
alle soera’s waarin verschrikkelijke zaken staan. Ik heb
wel eens gekscherend gezegd dat de Koran zonder
gewelddadige en haatzaaiende passages een boekje zou
zijn zo dik als de Donald Duck. Er blijft niets van over. De
meeste passages zijn helaas juist gewelddadig. U kunt
geen bladzijde openslaan of er moet wel iemand
gebraden of vermoord worden. Dat moeten wij niet
hebben in dit land. Waarom is het nu zo moeilijk om u
daarvan te overtuigen? Dat moeten mensen niet in hun
hoofd krijgen, ook niet thuis, ook niet in de moskee. Wij
gaan netjes met elkaar om. Mensen die dat doen, zijn
welkom in Nederland, mensen die dat niet doen niet. De
Koran hoort daar niet bij. Zo simpel is het. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5264" anker="50" partij="SP" naam="De Wit">
 Dit betekent dus dat u gaat
uitmaken wat mensen wel en niet moeten denken.
Slechts datgene is relevant wat mensen doen in de
praktijk, niet wat zij denken. Als u zelfs het denken van
mensen wilt beïnvloeden en als u wilt voorkomen dat
mensen de islam aanhangen, gaat u naar mijn idee te
ver. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5264" anker="51" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 De fractievoorzitter van de
PVV straalt zo’n geweldige onmacht uit. Hij heeft een
groot gevoel voor urgentie. Er gaan dingen niet goed en
hij staat vervolgens met zijn handen in zijn haar. In zijn onmacht zegt hij: laten we een boek verbieden. Nu ben ik
ervoor om problemen pragmatisch aan te pakken. Kan
hij beschrijven wat het verbieden van een boek, met een
wet waarin staat dat de Koran is verboden, pragmatisch
betekent voor radicalisering van jongeren, wat het
pragmatisch betekent voor mensen die vanuit het
buitenland naar Europa komen om aanslagen te plegen
en wat het pragmatisch betekent voor de positie van
vrouwen die op basis van cultureel bepaalde normen het
huis niet uit mogen? Wat haalt nu dit stoere plan uit?
Vanwaar deze onmacht? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5264" anker="52" partij="PVV" naam="Wilders">
 Heel veel. En ook 1000 keer meer
dan alle subsidieplannetjes die de Partij van de Arbeid en
minister Vogelaar of een andere minister – ik weet niet
hoe ze allemaal heten – naar buiten brengen.
Wat doen wij als wij de Koran verbieden? Dan geven
wij een signaal aan alle mensen die zichzelf moslim
noemen, dat wij dit in Nederland niet pikken. Er staat in
de Koran hoe wij een vrouw moeten behandelen, hoe wij
een homoseksueel moeten behandelen, hoe wij een
afvallige moeten doden, welke straffen hij in het
hiernamaals krijgt, maar ook vandaag de dag, nu. Er
staat een oproep om dat te doen. Veel mensen hebben
inderdaad tegen mij, ook in het verleden, gezegd dat al
die Marokkaanse jongeren in Amsterdam dat toch niet
doen met de Koran in de hand. Ik zeg u, mijnheer Dijsselbloem: het is geen toeval dat al die Marokkaanse
jongeren, tuig – dat is het gewoon; dat bent u toch met
mij eens – die keer op keer opnieuw het land verzieken,
homo’s in elkaar slaan... Die doen dat weliswaar niet met
de Koran in de hand, maar zij komen wel uit een cultuur
waarin het wordt gedoogd, waarin het wordt geleerd. Zij
komen uit een cultuur waarin dat boek in de kast staat en
waarin over dat boek wordt gesproken, op vrijdag in de
moskee. Het maakt er onderdeel van uit. Misschien
komen zij niet in de moskee, maar hun vader komt er
wel. Zij horen thuis wat de rol van vrouwen is. Zij horen
thuis dat homoseksuelen niet deugen. Dan gaan zij de
straat op, niet met de Koran in de hand, en dan rammen
zij die homo’s in elkaar. Het is verschrikkelijk, het is
afschuwelijk. Als zo’n verbod van de Koran ertoe kan
bijdragen dat ook de imam dat niet meer kan verkopen,
dat ook de vader dat boek niet meer in de kast kan
hebben en tegen zijn zoon zegt dat zij in een land zijn dat
dit niet pikt en als daardoor één homoseksueel minder in
elkaar wordt geslagen, als daardoor één afvallige als de
heer Jami minder in elkaar wordt geslagen, drink ik met
u een glas champagne. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5265" anker="53" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 De heer Wilders denkt
toch niet serieus dat de jongeren die homo’s in elkaar
slaan in Amsterdam, dat niet meer doen als hij erin zou
slagen om een wet door deze Kamer te krijgen waarin
staat dat de Koran van nu af aan verboden is? Denkt u
dat serieus, mijnheer Wilders? Denkt u dat Ehsan Jami
niet in elkaar was geslagen door die idioten als zij geen
Koran in de boekenkast hadden staan, als die er al zou
staan? U hebt een geweldig naïef en verwrongen
wereldbeeld. Dat is jammer. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5265" anker="54" partij="PVV" naam="Wilders">
 Mijnheer Dijsselbloem, wij
kunnen ook helemaal niets doen. Wij kunnen ook
gewoon op onze stoel blijven zitten, ondersteunings-
verklaringen niet tekenen, de heer Jami laten vallen als
een baksteen en dat comité afdoen als een stelletje
mensen die alleen maar vervelende dingen zeggen over
de profeet Mohammed, wat niet mag. Ik zal u één ding zeggen: als wij niets doen, helpt niets. Mijn voorstel van
het verbieden van de Koran zal gigantische effecten
hebben op de gehele moslimgemeenschap in Nederland
en zal ook het effect hebben dat men gaat nadenken of
men wel moet doen wat in de Koran staat. Men heeft
dan het boek niet meer, er wordt niet meer uit voorgele-
zen en er is niemand meer die kan zeggen dat het goed
is om homo’s in elkaar te slaan.
Wij hebben hier een jaar geleden, toen ik nog bij die
andere partij was, een spoeddebat aangevraagd over een
moskee in Amsterdam, de Al-Tawheed moskee, waarin
een imam een boek verkocht waarin ook geciteerd werd
uit de Koran en waarin stond, wat hij predikte als de goede weg: gooi homo’s met hun hoofd van het hoogste
dak naar beneden. Ik heb het boek toen gelezen. Ik heb
het debat toen aangevraagd. Het was een boek dat alleen
maar citeerde uit de Koran. Die mensen vonden hun
legitimatie in de Koran. Wij hebben hier een debat
gevoerd. U deed eraan mee. Als u a zegt, moet u ook b
zeggen. Willen wij dit voorkomen, dan moeten wij de
bron van de ellende – en dat is de Koran – durven
verbieden. Het is gewaagd, het is moeilijk, maar wij
zitten hier niet om lafaards te zijn. Voorzitter. Ik zei het al: er bestaat geen gematigde
islam. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5265" anker="55" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Mag ik misschien nog
een simpele vraag stellen? Gaat u ook nog voorstellen
doen die binnen de Grondwet en de internationale
mensenrechtenverdragen passen, zodat wij misschien
ook de situatie wat kunnen verbeteren? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5265" anker="56" partij="PVV" naam="Wilders">
 Wat ik doe, is binnen de
Grondwet. Artikel 6, lid 1, van de Grondwet is niet onbeperkt, gelet op het gestelde aan het eind: ’’behou-
dens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’’. Ik heb de
artikelen 137e en 132 van het Wetboek van Strafrecht al
genoemd. Daarin staat dat bepaalde uitingen strafbaar
kunnen worden gesteld. Mocht wat ik doe niet binnen de
Grondwet vallen, wat ik betwijfel, dan zijn wij de enigen
die de Grondwet kunnen veranderen. Als de Grondwet-
gever niet mag voorstellen om de Grondwet te verande-
ren, dan is de Grondwet statisch, maar dat is die
gelukkig niet.
De Koran is een opruiend boek. Het verspreiden van
een opruiend boek is op grond van artikel 132 van ons
Wetboek van Strafrecht verboden. Daarnaast zet de
Koran aan tot haat en roept het op tot moord en
doodslag. Verspreiding van dergelijke teksten is op grond
van artikel 137e van het Wetboek van Strafrecht strafbaar
gesteld. De Koran is levensgevaarlijk en volledig in strijd
met onze rechtsorde en democratische rechtsstaat. Het
zal de rechtsstaat, de vrijheid van godsdienst en onze
Westerse beschaving alleen maar versterken als wij de
Koran verbieden. Als het kabinet dit idee van mij niet
overneemt, zal ik in tweede termijn een motie indienen.
Dan kan de Kamer zich daarover uitspreken.
Er bestaat geen gematigde islam. Zoals de Turkse premier Erdogan onlangs letterlijk zei: ’’There is no
moderate or immoderate islam. Islam is islam en that’s
it.’’ De islam is uit op dominantie. De islam wil haar
imperialistische agenda met geweld afdwingen. Dat blijkt
ook uit de geschiedenis. Voor de mensen die niet
geloven wat er in het verleden is gebeurd, wijs ik op het
volgende. De eerste islamitische invasie van Europa
werd in het jaar 732 bij Poitiers gestuit. De tweede werd
in 1683 bij Wenen gestopt. Laten wij ervoor zorgen dat
de derde islamitische invasie die nu volop gaande is, tot
stilstand wordt gebracht. Deze is sluipend en niet
gewelddadig, in tegenstelling tot die in de achtste en de
zeventiende eeuw, zonder islamitisch leger, maar dat
komt omdat de bange dimmies uit het Westen – ik zie er
hier heel veel, ook in de Nederlandse politiek – de deur
voor de islam en de moslims wagenwijd openzetten.
Naast verovering is de islam ook uit op het instellen
van een totaal andere maatschappelijke orde en
rechtssysteem, de sharia. Daarmee is de islam behalve
een religie voor vele honderden miljoenen moslims
eigenlijk ook een politieke ideologie. Die gaat over een
politieke rechtsstaat, maar ook over normen. Het is een
ideologie die geen respect heeft voor andersdenkenden
en geen respect heeft voor ongelovigen, voor afvalligen.
De islam wil overheersen, onderwerpen, doden en
oorlog voeren. Die toenemende islamisering moet naar
de mening van de Partij voor de Vrijheid worden gestopt.
De islam is het paard van Troje in Europa. Als wij de
islamisering niet stoppen, zijn Eurabië en Nederrabië
slechts een kwestie van tijd. Een eeuw geleden woonden
er in Nederland ongeveer 50 moslims, vandaag de dag
ongeveer een miljoen. Waar gaat dat heen? Wij stevenen
af op het einde van de Europese en Nederlandse
samenleving zoals wij die nu nog kennen, maar de
minister-president antwoordde deze week op mijn
Kamervragen doodleuk dat er van islamisering in
Nederland geen sprake kan zijn. Dat is een nu al
historische vergissing. Geen sprake van islamisering?
Heel veel Nederlanders, mijnheer de minister-president,
zien de islamisering van Nederland iedere dag. Heel veel
mensen hebben daar genoeg van. Zij hebben genoeg
van die hoofddoekjes, van die boerka’s, van dat ritueel
slachten van dieren, van eerwraak, van schallende
minaretten en krijsende imams, van vrouwenbesnijdenis,
van maagdenvlieshersteloperaties, van de mishandeling
van homo’s, van het Turks en Arabisch in de bus en de
trein en de folders op het gemeentehuis, van dat
hallalvlees bij Albert Heijn en van El HEMA, van de
shariatestamenten en de shariahypotheken van Wouter
Bos en van de enorme oververtegenwoordiging van
moslims in de misdaad, zoals de Marokkaanse straat-
terroristen. Maar er is gelukkig ook nog hoop. De
meerderheid van de Nederlanders is namelijk doordron-
gen van het feit dat de islam een gevaar is. De meerder-
heid van de Nederlanders, zo blijkt uit een opinieonder-
zoek, ziet de islam als een bedreiging van onze cultuur.
Wij nemen die mensen uiterst serieus, want veel
Nederlanders zijn het spuugzat en hunkeren naar actie.
Maar de Haagse politiek doet helemaal niets, tegenge-
houden door angst, of door – zeg ik tegen de heer
Pechtold – verkeerde ideeën, of door politieke correct-
heid, of door simpelweg electorale motieven, bang om
moslimkiezers kwijt te raken, zoals bij de Partij van de
Arbeid ongetwijfeld het geval is. De minister-president
zei ongeveer een jaar geleden in Indonesië dat de islam
geen gevaar is. De meerderheid van de bevolking, de
meerderheid van het CDA, de kiezer dus, denkt daar
anders over. Minister Donner zei eerder dat hij de
invoering van een sharia in Nederland zich kon voorstel-
len, als de meerderheid dat maar zou willen. Minister
Vogelaar kwekt dat Nederland in de toekomst een
joods-christelijk-islamitische traditie zal kennen, en dat zij
de islam wil helpen te wortelen in de Nederlandse
samenleving. Zij toont daarmee wat mij betreft aan dat
zij knettergek is geworden. Zij toont daarmee aan dat zij
de Nederlandse cultuur verraadt. Zij toont daarmee aan
dat zij niet begrijpt dat veel Nederlanders de islamisering
en de islamitische traditie niet willen. Ik vind dat
verschrikkelijk, en ik vraag haar dan ook om die woorden
terug te nemen. Ik vraag haar, zich te verzetten tegen de
islamisering en terug te nemen dat Nederland, al is het
over een aantal eeuwen, ook een islamitische traditie
kent. Als zij dat niet doet – dat is haar goede recht –
zullen wij het vertrouwen in haar moeten opzeggen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5266" anker="57" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 De heer Wilders zei
eerder in zijn betoog dat hij grote problemen heeft met
diegenen – hij verwees naar islamisten – die geen
respect hebben voor andersdenkenden. Dat vond hij een
fundamenteel probleem. Ik vraag mij af in hoeverre hij
zichzelf daarvan onderscheidt. In hoeverre heeft hij nog
respect voor andersdenkenden, voor mensen die een
ander geloof aanhangen, voor mensen die het in
politieke zin niet met hem eens zijn? Ik vond zijn laatste
paar zinnen niet getuigen van veel respect. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5266" anker="58" partij="PVV" naam="Wilders">
 Nou ja, respect! Ik zit hier in de
Kamer om ministers te beoordelen. Als ik het niet eens
ben met hun beleid, heb ik volgens mij het democrati-
sche recht om een motie van wantrouwen in te dienen
tegen een minister die een kant op wil met Nederland,
namelijk over een aantal eeuwen een joods-christelijke
en islamitische traditie, die ik niet op wil. Dat heeft niets
te maken met respect. Oké, ik vind dat ze knettergek is
geworden. Dat vind ik eerder erg voor haar, dan zonder
respect. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5266" anker="59" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 De woordkeuze van de
heer Wilders is aan hem. Als hij het zo fundamenteel
vindt dat er respect is voor andersdenkenden, dan heb ik
het veel meer over de hele lijn van zijn betoog, waarin
hij volstrekt uitstraalt dat hij geen enkel respect heeft
voor diegenen die de islam belijden. Hij heeft geen enkel
respect voor moslims, gematigd of niet. Dat is de
hoofdlijn van zijn betoog. Dat verhoudt zich gewoon heel slecht tot de met veel bombarie neergezette lijn van: zij
hebben geen respect voor andersdenkenden. Ik denk dat
hij gelijk heeft dat respect voor andersdenkenden
cruciaal is. Maar hoeveel respect voor andersdenkenden
en andersgelovenden heeft hijzelf ten toon gespreid in
zijn betoog? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5266" anker="60" partij="PVV" naam="Wilders">
 Als er mensen zijn die de islam
wegstoppen, die zeggen dat dit niet hun islam is, dat zij
zo niet omgaan met ongelovigen, andersdenkenden,
homofielen en weet ik maar wat, die deze mensen niet
willen doden, of met het hoofd omlaag naar beneden
gooien, en zich wel houden aan de regels van de
democratische rechtsstaat, dan heb ik daar zeker respect
voor. Ik heb daar meer respect voor dan de Koran, die zegt: hé, u doet niet alles wat hier staat, u bent een
ongelovige, braden! 

</spreker>
<spreker pagina="93-5266" anker="61" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 U zei in uw betoog dat
wij Nederlanders netjes met elkaar omgaan. De Koran
hoorde daar niet bij, en daarom moest die verboden
worden. Laat ik u wel zeggen dat ik vond dat u net geen
lichtend voorbeeld was van hoe wij in Nederland met
elkaar om moeten gaan. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5266" anker="62" partij="PVV" naam="Wilders">
 Dat is dan heel jammer. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5266" anker="63" naam="De voorzitter">
 Als minister Vogelaar er behoefte aan
heeft om hiervan een persoonlijk feit te maken, kan zij
dat doen. Ik zie dat dat niet het geval is. De heer Wilders
vervolgt zijn betoog. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5266" anker="64" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik zei al... 

</spreker>
<spreker pagina="93-5266" anker="65" partij="D66" naam="Pechtold">
 Door het geweld aan taalge-
bruik heen probeer ik te argumenteren met de heer
Wilders. Hij beschuldigt de minister van verraad van de
Nederlandse cultuur. Kan hij daar wat verder op ingaan?
De minister tracht namelijk een toekomstbeeld van een
zich ontwikkelende cultuur te schetsen. Kan hij mij
vertellen wat Nederlandse cultuur is en hoe je die kunt
verraden? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5266" anker="66" partij="PVV" naam="Wilders">
 Die kun je verraden door een
cultuur, een ideologie, een religie die daar zo ongeveer
haaks op staat, namelijk de islam, toe te voegen aan de cultuur die je al hebt: een cultuur die uitgaat van het niet
vermoorden van homofielen, een cultuur waarin je van je
geloof mag afstappen. Dat mag in het christendom en
het jodendom, dat mag in de Nederlandse cultuur. In de
Nederlandse cultuur mag je het humanisme, iets anders
of niets aanhangen. Het is een cultuur die ongelovigen
niet wil doden, een cultuur die mannen en vrouwen
gelijk behandelt, het is een cultuur die de scheiding van
kerk en staat ziet zitten. Een totaal andere cultuur die
daar haaks op staat, die moeten wij niet hebben.
Mevrouw Vogelaar ziet dat wel zitten. Sterker, zij wil de
islam zelfs wel ’’helpen wortelen’’ in de Nederlandse
samenleving, zodat wij over een aantal jaren kunnen
spreken van een christelijk-joodse-islamitische cultuur.
Dat is niet mijn Nederland. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="67" partij="D66" naam="Pechtold">
 Ik probeer het bij de argumen-
ten te houden. U spreekt over een cultuur. Een cultuur is
iets in ontwikkeling. U zegt dat de Nederlandse cultuur
door de minister wordt verraden. U spreekt over de
gelijke behandeling van mannen en vrouwen, over de
benadering van homo’s en de vrijheid van religie. Kunt u
mij schetsen hoe wij in de Nederlandse cultuur van de
afgelopen 100 tot 150 jaar met deze begrippen zijn
omgegaan en hoe dat emancipatieproces is geweest?
Wat is voor u de status quo van de Nederlandse cultuur?
Waarop baseert u het dat de zuil die in onze ontzuilde
maatschappij naar binnen is gekomen, nu opeens tot
totale verwarring leidt? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="68" partij="PVV" naam="Wilders">
 Niet alleen tot totale verwarring,
maar tot totale chaos. Zij hoort er totaal niet in thuis. Ik
kan wel verder teruggaan dan die 150 jaar. Je kunt
inderdaad de verlichting en de reformatie die wij hebben
doorgemaakt noemen, maar bij de islam ontbreekt die
tot op de dag van vandaag. En als die al voorkomt, maar
ik geloof daar niet in, dan duurt dat drieduizend jaar. Ik
wil daar niet op wachten. De normen en waarden van de
islamitische cultuur horen niet in Nederland thuis, voor
zover deze zijn gebaseerd op dat verschrikkelijke boek de
Koran, waar allemaal die verschrikkelijke dingen in staan
wat wij met die mensen moeten doen. Ik zal het niet
herhalen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="69" partij="D66" naam="Pechtold">
 Ik praat niet goed wat fout gaat
in een andere cultuur. Daar zitten wij hier ook niet voor.
Ik vraag u alleen in te gaan op mijn argumenten. Ik vraag
u naar de gelijke behandeling van man en vrouw. Hoe
lang heeft dat in Nederland geduurd? Wij hebben zelfs
nu nog een partij in ons midden die daar anders over
denkt. Waarom de islamieten eruit getrokken? Gaat u nu
eens in op het begrip ’’Nederlandse cultuur’’ als iets wat
kennelijk al honderden jaren bestaat en niet verandert.
Waarom kan een minister de Nederlandse cultuur
verraden? Gaat u nou eens met argumenten op mijn
verhaal in. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="70" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik heb dat al gedaan, dat doe ik
niet nog een keer. Ik heb al drie keer antwoord gegeven,
maar laat ik nog één extra verschil aangeven tussen de
manier waarop ’’wij’’ het hebben gedaan en de manier
waarop de islam het wil. Het verschil is het gebruik van
geweld. Het verschil is het willen doden, het willen slaan
en vernederen van vrouwen. Dat is een manier die heel
ver van ons af staat, wat wij ook in de meest barre en
boze tijden in het verleden hebben gedaan. Mensen
worden daartoe opgeroepen, dat was in het verleden en
dat is in het heden zo en zolang die ellendige Koran nog
bestaat, zal dat ook in de toekomst zo zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="71" partij="ChristenUnie" naam="Slob">
 U heeft het over waarden
en normen. U wilt hier een debat voeren en dat zet u
scherp in. Dat is uw goed recht. Dat moeten wij als
parlementariërs ook doen, maar dat doen wij wel met
respect voor anderen. Wij proberen altijd het goede en
de vrede te zoeken in de samenleving en in onze
onderlinge verhoudingen. In dat opzicht vind ik het zeer
ongepast dat u ’’aan de verstandelijke vermogens van de
minister twijfelt’’, terwijl u met haar over de inhoud moet
spreken. Dat geldt ook voor alles wat u zegt tegen de
islamieten. U legt bij tijd en wijle de vinger op gevoelige
plekken. Dat mag, maar wij moeten er altijd voor zorgen
dat wij de Nederlandse samenleving bij elkaar houden in
al haar diversiteit. Wij moeten het goede zoeken voor de
samenleving. Dat zijn waarden en normen. Daar wil ik u
op aanspreken. De wijze waarop u opereert, zich tot
collega’s verhoudt – u noemt ons lafaards – en zich op
de samenleving richt, werkt alleen maar splijtend. Dan
schieten wij ons doel voorbij. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="72" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik werk niet splijtend. Ik zeg
gewoon de waarheid. Als ik vind dat hier veel lafaards
zitten omdat zij het niet aandurven, als ik vanwege een
inhoudelijke voorstel vind dat een minister knettergek is
geworden, dan zeg ik dat gewoon. Dat heeft niks met
splijten te maken. Zeiden maar meer mensen wat zij op
hun hart hadden. Zeiden maar meer mensen dat zij het
spuugzat zijn dat het kabinet iedere keer de andere kant
op kijkt als zich problemen voordoen met moslims en de
islam. Zeiden maar meer mensen dat de grenzen
eindelijk een keer dicht moeten omdat het immigratie-
beleid er al sinds de jaren zestig voor zorgt dat Neder-
land Nederland niet meer blijft. Zeiden maar meer
mensen dat! 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="73" partij="ChristenUnie" naam="Slob">
 Als dit iedere keer de
reactie is, komen wij niet verder met elkaar. Het gaat er
niet om dat u niet mag zeggen wat u wilt, maar u moet
respect hebben voor de ander en u moet altijd ruimte
bieden voor dialoog. U gaat zelfs niet eens in dialoog. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="74" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik sta hier toch? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="75" partij="ChristenUnie" naam="Slob">
 Islamitische organisaties
wilden met u een gesprek en u weigerde om met ze in
gesprek te gaan. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="76" partij="PVV" naam="Wilders">
 Dat heeft met iets heel anders te
maken. Zij wilden met mij in gesprek. Ik weet niet of u
het persbericht van die organisaties hebt gelezen. Het is
misschien leuk om dat nog even te vertellen. Daarin nodigden zij mij niet uit voor een gesprek, maar er stond:
blijkbaar kan de heer Wilders de Koran niet goed lezen,
wij nodigen hem uit om de Koran samen te lezen en
goed uit te leggen. Dat stond in het persbericht. Dat is
geen gesprek. Dat is voor mevrouw Halsema misschien
nuttig, maar niet voor mij. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="77" partij="ChristenUnie" naam="Slob">
 Gehoord de exegeses over
de islam van de heer Wilders zou hij volgens mij een
heel goede gesprekspartner zijn geweest. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="78" partij="PVV" naam="Wilders">
 Bedankt voor dit mooie
compliment. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5267" anker="79" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Ik heb u positieve
opmerkingen horen maken over de joods-christelijke
traditie. Dat is een goede zaak, maar volgens de
joods-christelijke traditie, in welke interpretatie dan ook,
staat het volgens mij buiten kijf dat wij een minister
nooit maar dan ook nooit, en zeker niet in een parlemen-
tair debat, voor knettergek uitmaken. Wilt u terugkeren
naar de fatsoensnormen uit de joods-christelijke traditie
en die kwalificatie terugnemen?</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="80" partij="PVV" naam="Wilders">
 Traditie of geen traditie, de
minister is in mijn ogen, doordat zij praat over een
toekomstige christelijke, joodse en islamitische traditie
knettergek geworden. Ik ga het niet terugnemen, ik ga
het nog herhalen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="81" naam="De voorzitter">
 U hebt dat punt nu gemaakt. De minister
heeft geen gebruikgemaakt van de mogelijkheid, die zij
heeft, om u te verzoeken om dit terug te nemen. U
handhaaft dit woord. Dat hebben wij nu een aantal
malen gehoord. U hebt de reactie van de collega’s
daarop gehoord en ik stel voor dat u dit woord niet
verder gebruikt. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="82" partij="PVV" naam="Wilders">
 Als ik erom word gevraagd,
noem ik het, zo simpel is het. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="83" naam="De voorzitter">
 Dat hebt u nu een aantal keren gedaan. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="84" partij="SP" naam="De Wit">
 Wat denkt de heer Wilders dat het
effect is van zijn toespraak tot nu toe in de samenleving?
Hij maakt zich net als ik druk over de tegenstellingen in
de gewone buurten en wijken, waar wij allemaal mee te
maken hebben. Wat is het effect van zijn toespraak en de
kwalificaties die hij allemaal gebruikt over de islam? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="85" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik hoop dat ik hier het geluid
vertolk, en dat weet ik eigenlijk wel zeker, van heel veel
Nederlanders, die vinden dat het genoeg is met de islam
in Nederland, die vinden dat wij genoeg problemen
hebben met moslims in Nederland, die vinden dat het
niet onder het tapijt moet worden geschoven en dat je
bijna voor racist wordt uitgemaakt, als je daar wat over
durft te zeggen. Mijnheer De Wit, die mensen zijn geen
racisten, het zijn nette, keurige mensen, die problemen
hebben, dat zij in elkaar worden geslagen op straat, dat
zij zien dat hun land hun land niet meer is, dat hun wijk
hun wijk niet meer is, dat hun straat hun straat niet meer
is. Ik ben er trots op om dat geluid en de ergernis van
die mensen hier te mogen vertolken. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="86" partij="SP" naam="De Wit">
 Ik onderken het probleem dat u
schetst, dat heb ik daarnet ook gezegd, maar het gaat mij
om het effect van uw toespraak en van de kwalificaties
die u geeft over de islam en over al die mensen die dit
geloof aanhangen. Daarbij maakt u wel onderscheid
tussen gematigd en niet-gematigd, maar in de praktijk
blijkt uit uw verhaal dat dit toch een heel moeilijk
probleem is. Al die mensen hebt u in het diepst van hun
hart gegriefd. Denkt u dat wordt bevorderd dat de
problemen in die buurten, die ik nogmaals erken, door
uw toespraak en door uw kwalificaties worden opgelost
of enigszins worden verbeterd? Zou het niet zo zijn dat
dit juist tegen al die mensen werkt? Het leidt tot een
verharding van de tegenstellingen, waardoor mensen
inderdaad nog meer radicaliseren, onder invloed van uw
woorden. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="87" partij="PVV" naam="Wilders">
 De bedoeling is dat mensen na
gaan denken en dat ook moslims na gaan denken.
Verdorie, wat is dat met die Koran? Klopt dat inderdaad?
Wat staat erin? Wat wordt er gezegd? Hoe gaan wij
daarmee om? Het heeft zeker effect als u en anderen
mijn voorstel zouden steunen om de Koran te verbieden
en te zeggen dat er allerlei verschrikkelijke dingen in
staan. Ik weet zeker dat de heer De Wit die ook afschu-
welijk vindt. Dat moet gewoon niet meer bespreekbaar
zijn als het woord van God en als iets wat men dus moet
gaan doen; oproepen tot moord, aanzetten tot haat. Als
je daarvoor strijd en daarvoor je best doet, kan dat toch
alleen maar een positief effect hebben? Mocht dat niet zo
zijn, dan toont dat eens te meer aan hoezeer sommige
mensen daar niet deugen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="88" partij="SP" naam="De Wit">
 U weet dat u te maken hebt met
een grote groep van mensen die juist aan het radicalise-
ren zijn en die ook door dit soort toespraken van u nog
verder aangezet worden om een verkeerde weg te
volgen. Dat zou tot nadenken moeten stemmen over de
toon die u aanslaat in het debat en over de manier
waarop u iedereen kwalificeert. Dat zou u tot nadenken
moeten stemmen over de toon die u aanslaat in het
debat en over de manier waarop u iedereen kwalificeert. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="89" partij="PVV" naam="Wilders">
 Voorzitter. Ik heb een fantastische
toon, dus ik ga daar niets aan veranderen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="90" naam="De voorzitter">
 Mijnheer Wilders, u moet afronden. U
heeft nog acht seconden. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="91" partij="PVV" naam="Wilders">
 Moet ik nu al afronden? Er staat
acht seconden. Dat kan toch niet waar zijn! 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="92" naam="De voorzitter">
 Dat is echt waar. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="93" partij="PVV" naam="Wilders">
 Er staat nu ’’pauze’’ voor. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="94" naam="De voorzitter">
 Ik ga nu het knopje indrukken en dan
gaat de tijd weer lopen. En dan worden het zeven
seconden, zes... Zo werkt dat. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="95" partij="PVV" naam="Wilders">
 Bij mij staat nog steeds
’’pauze’’en ’’acht seconden’’. Het spijt me. Ja, nu staat de
klok op zeven seconden. Goed.
Voorzitter. Ik rond af. Ik kan een heleboel dingen niet
meer zeggen, maar die zijn eigenlijk allemaal wel naar
aanleiding van interrupties naar voren gekomen. Ik ben
het dus ook niet eens met de conclusie op pagina 12 van
de kabinetsreactie op het WRR-rapport dat de islam niet
strijdig is met democratie en mensenrechten.
Het is vijf minuten voor twaalf. Als wij zo doorgaan,
zal die verdergaande islamisering vroeg of laat het einde
betekenen van de Westerse beschaving en de Neder-
landse cultuur, zoals wij die nu kennen. Ik zal mijn
bijdrage in eerste termijn dan ook willen eindigen met
een persoonlijk beroep op de minister-president. Ik doe
dat persoonlijke beroep op de minister-president namens
heel veel Nederlanders. Stop de islamisering van
Nederland. Er rust een historische taak op uw schouders,
mijnheer Balkenende. Wees moedig. Doe waar veel
Nederlanders om schreeuwen. Doe wat Nederland nodig
heeft. Stop de immigratie uit moslimlanden. Sta geen
enkele nieuwe moskee meer toe. Sluit de islamitische
scholen. Verbied de boerka. Verbied de Koran. Zet
criminele moslims, zoals die Marokkaanse straat-
terroristen waar mensen in het land echt knettergek van
worden, nu een keer het land uit. Neem uw verantwoor-
delijkheid. Stop de islamisering. Genoeg is genoeg,
mijnheer Balkenende. Genoeg is genoeg. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5268" anker="96" naam="De voorzitter">
 Het woord is aan mevrouw Van Tooren-
burg, die haar maidenspeech zal houden. Dat betekent
	
	
dat zij niet geïnterrumpeerd zal worden. Ik wens haar
veel succes.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5269">

 
<spreker pagina="93-5269" anker="97" partij="CDA" naam="Van Toorenburg">
 Dank u wel. Mevrouw
de voorzitter. Moslimextremisme, fundamentalisme,
radicalisering, het zijn stuk voor stuk begrippen die
afschuw oproepen. Aanslagen, gijzelingen en uitwassen
dichter bij huis, zoals de moord op Van Gogh, de
geluiden die klinken uit enkele van onze moskeeën, die
stevig aangepakt zouden moeten worden, de oplaaiende
homohaat. Telkens weer worden wij geconfronteerd met
schokkende gebeurtenissen die fors tegen ons rechtsge-
voel indruisen. Mensen voelen zich er in toenemende
mate onveilig door, krijgen in hun eigen buurten
gevoelens van onbehagen. Het is een realiteit waarvoor
wij niet weg kunnen, mogen en willen lopen.
Ook wij constateren dat er bij een gros van de mensen
enorme boosheid, onbegrip en frustratie oplaait. Wij
horen de roep om stevig en rücksichtslos optreden. De
behoefte om hetgeen in Nederland met zoveel moeite
ontwikkeld en opgebouwd is, te beschermen en te
verdedigen, wordt explicieter, intenser. Velen ervaren, en
niet ten onrechte, dat onze democratische rechtsstaat
serieus wordt bedreigd, dat belangrijke verworvenheden
verloren dreigen te gaan, zoals de vrijheid van menings-
uiting, de scheiding van kerk en staat, zoals de grond-
rechten die zo typisch bij onze rechtsstaat horen dat je ze
er het watermerk van zou kunnen noemen. Het zijn – en
wij hechten eraan om dat te benadrukken – volledig
terechte bezorgdheden, want extremisme en fundamen-
talisme zijn wezenlijke bedreigingen.
Maar wie is nu de vijand? En wie moet worden
bedreigd? Wie wordt bedreigd en wie moet worden
beschermd? Daarover lopen de meningen uiteen. Het is
inderdaad niet altijd gemakkelijk om kwaad van goed te
onderscheiden. Het beeld is soms te diffuus. Maar juist
daarom, zo stelt de CDA-fractie, moet telkens weer, bij
iedere schokkende gebeurtenis, het kwaad worden
geïdentificeerd, het kaf van het koren worden geschei-
den. Wij mogen niet steeds maar weer alles en iedereen,
personen, groepen, cultuur en religie over één kam
scheren. Wij zullen er als CDA voor blijven knokken om
te beschermen wat en wie beschermd moet worden, en
net zo stevig bestrijden wat en wie bestrijding vereist.
Het een legitimeert het ander. Zij die de internationale
rechtsorde of de Nederlandse democratische rechtsstaat
te gronde willen richten, maar ook zij die met geweldloze
middelen ondermijnend bezig zijn, zijn wat ons betreft
het gevaar en moeten stevig worden aangepakt. Alle
anderen die gewoon met de vrijheden die ook hen
toekomen ongemoeid hun eigen leven willen leven en
dat kleur willen geven, hebben het recht op het gevoel
om erbij te horen. De verworvenheden van de rechts-
staat komen ook hen toe. De CDA-fractie noemt dat
publieke gerechtigheid. Dat is een van haar uitgangspun-
ten. Met een vast geloof in democratische waarden is zij
er voor alle bevolkingsgroepen.
Mijn fractie heeft eerbied voor alle religies. Geloof als inspiratiebron: het is een grote verbindende waarde.
Religieuze groeperingen doen veel goed maatschappelijk
werk. Als wij hen kwijtraken, hebben wij het kind met het
badwater weggegooid. Juist als het moeilijk wordt,
dienen wij respectvol te blijven tegenover de moslims
die zich gewoon in onze samenleving hebben gemengd.
Bovendien kunnen wij alleen op die manier potentiële
risicogroepen voor afglijden behoeden. Ook als het erop
aankomt, gelden onze kernwaarden. Anders stellen die
niets voor.
Het is mijn maidenspeech. Dit is dus de gelegenheid
om het debat een persoonlijk tintje te geven. Tot voor
kort was ik directeur van een jeugdinrichting. Bijna zes
jaar lang begaf ik mij dagelijks onder probleemjongeren
van verschillende culturen en met verschillende religies.
Ja, jongeren van Marokkaanse afkomst waren inderdaad
in de meerderheid. De een spreekt van ’’rotzakken’’. De
ander heeft pittigere kwalificaties, maar ik zag bij die
jongeren ook de kwetsbaarheid en de behoefte om er
wel bij te horen. Ik had de twijfelachtige eer om de
meest linke jongeren onder mijn hoede te hebben. Een
minderjarige jongen werd op een dag met allerlei toeters
en bellen de inrichting binnengebracht. Direct was de
hele tent in rep en roer. Moesten wij die extremistische
moslim niet volledig isoleren om hem onschadelijk te
maken? Wij kozen ervoor om het aan te zien, want hij
was een minderjarige. Hij was een puber en opvoeden
staat in een justitiële jeugdinrichting centraal. Het was
mooi om een paar dagen later te kunnen constateren dat
die jongen geen poot aan de grond kreeg. Wij bleven
alert, maar ons werd duidelijk dat de andere jongens van
de groep helemaal geen zin hadden in zijn heilloze weg.
Zij waren meer gericht op de toekomst. Eén jongen
hebben wij uit de invloedssfeer gehaald, want die liet
zich te veel beïnvloeden. De rest had er echter voor
gekozen om bij die jongen uit de buurt te blijven. Wij
dienen gemeenschappelijk de juiste voorwaarden te
blijven scheppen. Als wij ophouden om te geloven in een
goede toekomst voor kwetsbare jongeren, houden zij er
zelf ook mee op. Door in reactie op uitwassen zelf de
totale sfeer te verpesten, krijgen wij het schip nooit door
de branding. Ongenuanceerde polarisatie kan alleen
maar ellende oproepen. Als wij telkens weer alle
moslimjongeren in een hoek drijven en zeggen dat zij als
individuen en als groep totaal niet deugen, is het
wachten op kwaadwillenden die juist in die hoek een lekker warm bad plaatsen: een jacuzzi. Dan hebben wij er
misschien wel voor gezorgd dat die jongeren zich
definitief tegen ons keren.Als wij stellen dat de democratische rechtsorde
weerbaar moet zijn, spreken wij niet over luchtfietserij.
Wij doelen dan op alle waardevolle mensen die de
kernwaarden van onze democratische rechtsstaat
onderschrijven en die onze rechtsorde als uitgangspunt
aanvaarden. Polarisatie is net als de uitwassen van de
islam een bedreiging voor onze rechtsorde en voor de
cohesie van onze samenleving. Niet alleen voor moslims
moeten wij randvoorwaarden scheppen, opdat wij goed
kunnen samenleven. Wij moeten er net zo goed voor
zorgen dat ook die mensen recht wordt gedaan die zich
steeds onveiliger voelen. Als wij de aanstichters van het
kwaad niet aanpakken, verpesten zij veel meer. Dan
vrezen wij dat grote groepen in de samenleving,
waaronder velen die diep in hun hart helemaal niet
afwijzend zijn, hun ’’genereusiteit’’ jegens moslims
verliezen. Dan zal de vrees het winnen van de in beginsel
positieve gevoelens en de tolerante grondhouding. Wij
moeten het kwaad identificeren en dat stevig aanpakken
met de intentie om die sociale cohesie te behouden.
Ik kom op de kabinetsreactie en onze zienswijze
daarop. De CDA-fractie onderschrijft de stellingname dat
het van belang is om rekening te houden met de
diversiteit binnen de moslimgemeenschap. Dat is ook de
kern van het voorgaande betoog. De islam als zodanig is
niet in strijd met de mensenrechten en de democratie.
Het is onverstandig en onrechtvaardig om de positieve
kanten en aanknopingspunten te verwaarlozen. Het is
eveneens onverstandig om de risico’s en de spanningen
te bagatelliseren en te negeren. Het kabinet heeft een en ander treffend samengevat: tegemoetkomen en
respectvol zijn als dat kan en stevig en onverzettelijk zijn
als dat moet. Wij zijn het eens met het kabinet over het
buitenlands beleid. Dat geldt ook en zelfs met name voor
de punten die afwijken van het beleidsadvies van de
WRR. Mensenrechten, democratie en goed bestuur
moeten wereldwijd worden bevorderd. Waar volgens de
WRR de overheid soms contacten moet onderhouden
met organisaties en regimes die niet voldoen aan de
eisen op het terrein van de mensenrechten en de
democratie, zien wij meer in de zienswijze van het
kabinet. De grens moet worden getrokken bij organisa-
ties die met geweld verandering nastreven. Die mogen
wat de CDA-fractie betreft geen gesprekspartner zijn voor
de overheid, behalve wanneer die gesprekken er
daadwerkelijk op gericht zijn het geweld te beëindigen.
Wij hebben er vertrouwen in dat deze koers ook de koers
zal zijn van de huidige minister van Buitenlandse Zaken.
Wat het internationale beleid betreft wordt het spel
gespeeld op de verschillende diplomatieke schaakbor- den: mondiale, Europese of bilaterale. Laten wij erop
toezien dat het thema hoog op de agenda blijft staan. Wij
moeten oog houden voor best practices en wij moeten
alert zijn op heilloze wegen. Over het gedeelde belang,
het versterken van de mensenrechten, willen wij hier en nu duidelijk zijn. Regionale mensenrechtenhoven: graag. Een hof voor islamitische wetgeving: niet.
Wij zijn positief over het kabinetsstandpunt over het
buitenlands beleid. Wat het binnenlands beleid betreft is
de CDA-fractie wat kritischer. Kort gezegd, komt ons
commentaar erop neer dat wij de tegemoet tredende en
respectvolle houding in de praktijk meer terugzien dan
de stevige en onverzettelijke positie. Wij doen niets af aan de opbouwende insteek: wederzijds respect,
investeren in een goed geïnformeerde publieke opinie,
kennisvermeerdering, dialoog en het stimuleren van
alternatieve geluiden. Dat is allemaal prima en van
essentieel belang.
Ook in het Actieplan polarisatie en radicalisering staat
die insteek gedegen beschreven. Het CDA heeft altijd de
nadruk gelegd op de lokale, stevige insteek. Zo concreet
als het kabinet is over versterkende interventies en de
preventieve kant, zo vaag is hij over de repressieve zijde.
Hoe pakken wij het kwaad werkelijk bij de staart?
Neem de gebedshuizen. Dat zijn veelal plaatsen waar
niet alleen in gemeenschappelijkheid geloof wordt
beleden. Dat is in zichzelf al waardevol. Daarnaast wordt
er door en voor mensen veel goeds gedaan. Ik noem
huiswerkbegeleiding en interventie op het terrein van
inburgering als voorbeelden. Dat zijn acties die wij
moeten koesteren en aanmoedigen.
Van een enkele moskee ervaren wij niets dan
rottigheid, haatzaaierij en vuile praatjes. Het kabinet geeft
er blijk van dit ook te zien, maar de schriftelijke reactie
hierover bevreemdt ons wat. Waar ingegaan wordt op radicale uitingen, staat: ’’De overheid kan en mag niet
anders dan de boodschappers van dergelijke radicale
uitingen, uit welke hoek dan ook, op enigerlei wijze van
een weerwoord voorzien.’’ Is dat alles? De ’’tone of
voice’’ is bepalend, maar mag het wat steviger en
onverzettelijker?
Wij hebben begrepen dat wij binnenkort kennis zullen
nemen van de maatregelen die het kabinet voorstelt voor
foute imams en moskeebesturen. Dat is een belangrijke
eerste stap, maar wij verwachten ook dat het kabinet de
maatregelen tegen de gehele moskeeorganisatie neemt
indien die totaal verziekt is, met bezoekers die de
kernwaarde van onze rechtsstaat beslist niet onderschrij-
ven. Dit heeft onze bijzondere aandacht. Kan de minister
van Justitie hierover vast wat licht laten schijnen? Het is
ontegenzeggelijk een ingewikkeld onderwerp. Juist voor
moskeeën geldt dat de goede onder de kwade lijden.
Door de foute moskeeën effectief aan te pakken,
scheppen wij ruimte voor gebedshuizen die bijdragen
aan integratie en burgerschap en die dat als hun taak
zien.
Het actieplan Polarisatie en radicalisering vormt naar
het oordeel van de CDA-fractie een solide aanpak, maar
ook hier is het papier geduldig. Het zal op de daden
aankomen.
Wat de aanpak betreft, is ook het actieplan wat te
vaag. Wij vragen het kabinet simpelweg om paragraaf
5.2.2 erbij te pakken en te laten zien wat stevig en
onverzettelijk nu eigenlijk precies betekenen. Hoe en
wanneer gaan wij onze mouwen opstropen?
Tot besluit, een enkele opmerking over de Nederlandse
imamopleidingen. Het CDA is hiervan altijd een groot
voorstander geweest. Het is wat ons betreft van belang
dat een gedegen opgeleide imam geworteld is in de
Nederlandse samenleving, met zijn voeten in onze klei
staat. Wij schoven tot op het puntje van onze stoel toen
wij lazen dat het mogelijk een contra-indicatie is indien
iemand die opleiding heeft genoten. Is het dan juist
moeilijker om een betrekking te krijgen? Dat moeten wij
natuurlijk voorkomen. Ligt het aan de kwaliteit van de
opleiding of aan iets anders? Wij zijn bezorgd. Deelt de
minister voor WWI onze zorg en, zo ja, op welke wijze
denkt zij dit probleem het hoofd te bieden?
Mevrouw de voorzitter. Kent u het versje Of mice and men? Daarin staat: Kleine muisjes hebben grote wensjes;
beschuitjes met gestampte mensjes.
Laten wij in onze strijd tegen de echte vijand – en die
pittige strijd zullen en moeten wij voeren – geen
slachtveld achterlaten met vertrapte mensen. Zelfs al
zouden wij dan na een bittere strijd hebben gewonnen,
dan nog zouden wij met lege handen staan, want dan
zouden al onze kernwaarden volledig in rook zijn
opgegaan. (Geroffel op de bankjes.) 

</spreker>
<spreker pagina="93-5271" anker="98" naam="De voorzitter">
 Aan mij is het bijzondere genoegen om u
als eerste van harte geluk te wensen met uw maiden-
speech. U verwees zelf al naar uw vorige functie. U was
locatiemanager van de jeugdinrichting De Leij.
Ik meen dat wij kunnen vaststellen dat u een schat aan
maatschappelijke ervaring meebrengt in dit huis. U hebt
een prachtig, krachtig betoog gehouden. Ik complimen-
teer u daarmee van harte en heet u welkom in ons
midden.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5271">

 
<spreker pagina="93-5271" anker="99" partij="ChristenUnie" naam="Slob">
 Voorzitter. Ik sluit mij aan
bij uw felicitaties aan het adres van mevrouw Van
Toorenburg in verband met haar maidenspeech. Het is
geen makkelijk debat om een maidenspeech in te
houden. Ik denk dat wij ons allemaal ons eerste debat
herinneren en de maidenspeech die wij hebben
gehouden. Ik complimenteer mevrouw Van Toorenburg
met het betrokken en geëngageerde betoog dat zij heeft
gehouden. Dat belooft ook veel voor de komende jaren.
Voorzitter. In de kabinetsreactie op het rapport van de
WRR wordt terecht geconstateerd dat in de Nederlandse
samenleving een verhit en sterk gepolariseerd debat is
ontstaan rond de islam. Dat kan niemand zijn ontgaan.
Juist in zo’n situatie komt het aan op de houding en de
bewoordingen die politici in het debat hanteren.
Ongeacht de opvatting die men over de inhoud van de
islam heeft, is er volgens de fractie van de ChristenUnie maar één houding mogelijk: iedere inwoner van dit land
mag er zijn, ongeacht zijn of haar afkomst of religieuze
oriëntatie. Iedere inwoner van dit land mag ook een
beroep doen op de grondrechten die dit land kent,
waaronder het grondrecht van de vrijheid van gods-
dienst. Ons land kent geen dimmies, geen tweederangs-
burgers.
Ons land kent echter ook geen eenrichtingsverkeer bij
het gebruiken van de vrijheidsrechten. Van de vrije
burger mag worden verwacht dat hij onze democratische
rechtsstaat, en dus zijn medeburgers, respecteert. Waar
men opereert over de grenzen van die rechtsstaat heen,
zal hard moeten worden opgetreden. Vanuit een
dergelijke houding worden mensen niet uitgesloten,
maar opgenomen in een gemeenschap. Vanuit een
dergelijke houding is er ruimte voor diversiteit binnen
een gemeenschap, maar worden grenzen gesteld als dit
ten koste gaat van wat in die gemeenschap als essentiële
waarden worden beschouwd.
Dit is de benadering van waaruit mijn fractie dit debat
vandaag wil voeren. Dat is geen simpele benadering,
want diversiteit brengt ook spanning met zich mee. Dat
is onvermijdelijk. Het is ook geen naïeve of laffe
benadering, want de innerlijke binding van mensen aan
de vrijheidsrechten is geen vanzelfsprekendheid.
Tolerantie doet vaak pijn. Als die tolerantie niet wordt
opgebracht, behoort de democratische rechtsstaat
waakzaam te zijn.
Het debat over de islam gaat in feite over de verhou-
ding tussen het aanhangen van radicale overtuigingen en
de democratische rechtsstaat waar wij allen, meen ik te
kunnen stellen, voor staan. De belangrijkste vragen zijn
of er overtuigingen zijn die strijden met de rechtsstaat, of
die met name zijn te vinden binnen de islam en hoe
robuust de democratische rechtsstaat daartegen moet
optreden. Deze spanning is niet nieuw. Sterker, die
spanning gaat noodzakelijkerwijs samen met een
democratische rechtsstaat waarbinnen individuele en
groepsvrijheden zijn gewaarborgd. Overtuigingen kunnen
immers strijden met elkaar. Hoe groter de vrijheid is om
overtuigingen te hebben en uit te dragen, hoe groter de
kans is dat verschillende overtuigingen in een samenle-
ving met elkaar botsen. Het is dan aan de overheid, maar
vervolgens vooral ook aan de samenleving en de burgers
zelf, om in een dergelijke diversiteit de vrede met elkaar
te bewaren. Dat gaat niet vanzelf. Spanningen treden per
definitie op en nemen dan eens de ene en dan weer eens
de andere gedaante aan.
Ook historisch gezien, is dit niet nieuw. Terecht wordt
ook in het kabinetsstandpunt verwezen naar onze
ontstaansgeschiedenis. Bij het ontstaan van Nederland
als zelfstandig land, werd de gewetensvrijheid al als
ijkpunt voor die samenleving vastgelegd. Niemand mag
wegens zijn geloof worden vervolgd, zo wordt in de Unie
van Utrecht gesteld. Men was wijs geworden door de
lange jaren van godsdienstoorlogen, die overigens toen
nog lang niet voorbij waren. Spanningen kwamen
naderhand naar voren in de vorm van de absolute staat
in de nieuwe gedaante. Het was geen staat die een
godsdienst oplegde, zoals onder Filips II, maar een staat
die een libertaire overtuiging oplegde, namelijk in de
beginjaren van de Franse Revolutie. Denk hierbij ook
eens aan het communisme en het nazisme in de 20ste
eeuw. In de 21ste eeuw staat de democratische
rechtsstaat voor de spanning die van de islam uitgaat.
Wij mogen leren van de geschiedenis. In het kabinets-
standpunt wordt daar terecht op gewezen. De grote
botsing van totalitaire ideologieën in de 20ste eeuw heeft
immers geresulteerd in de Universele Verklaring van de
Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake
Burger- en Politieke Rechten en verwante verdragen,
maar ook in onze eigen formulering van de grondrechten
in de Grondwet. De rode draad daarin is dat er vrijheids-
rechten zijn, maar dat het navolgen van vrijheden en
overtuigingen kan worden begrensd door de wet als dat
noodzakelijk is voor bijvoorbeeld het waarborgen van de
openbare orde, de volksgezondheid, veiligheid, goede
zeden of de rechten en vrijheden van anderen. Mijn
stelling luidt dat wij met dit beginsel verder kunnen
komen als wij ons open stellen voor nieuwe accenten die
vandaag de dag relevant zijn, ook in het nieuwe
spanningsveld waarvoor in het bijzonder de islam ons
stelt. Ook mijn fractie wil een aanzet in deze richting
geven. Ik vraag het kabinet om hierop in eerste termijn in
te gaan.
Allereerst merk ik op dat de wijze waarop de vrijheid
van godsdienst en levensovertuiging in Nederland wordt
vormgegeven, vaak wordt samengevat onder de noemer
’’scheiding van kerk en staat’’. Vanuit onze traditie
spreken wij liever van onderscheiden verantwoordelijkhe-
den. De term ’’scheiding van kerk en staat’’ suggereert te
veel dat de staat helemaal niets met de godsdienst en
levensovertuiging te maken zou hebben en dat de kerk of
moskee helemaal niets met de staat te maken zouden
hebben. Juist de spanning tussen het aanhangen van
een overtuiging in een vrije samenleving betekent dat
staat en levensovertuiging wel degelijk iets met elkaar te
maken hebben. Dat geldt zeker voor de wijze waarop
vrijheidsrechten worden uitgeoefend en de mate waarin
daarop beperkingen kunnen – en soms moeten – worden
aangebracht.
Vrijheidsrechten zijn niet los verkrijgbaar. Er moet
sprake zijn van wederkerigheid. Als samenleving staan
wij elkaar individuele vrijheden toe. Wij moeten elkaar
deze vrijheden dan wel gunnen. Dat kan alleen wanneer
men bereid is om op een verantwoorde manier met deze
vrijheden om te gaan. Over het thema ’’misbruik van
grondrechten’’ wordt in Nederland te weinig gesproken.
De verdragen bieden hiervoor aanknopingspunten. Ik
wijs onder meer op artikel 17 van het EVRM. Daarin
wordt bepaald dat vrijheden niet zodanig mogen worden
gebruikt of uitgelegd dat zij in feite neerkomen op het
misbruiken ervan. Het kabinetsstandpunt besteedt
daaraan wel enige aandacht, maar deze krijgt nog heel
weinig handen en voeten.
Tegenover radicale overtuigingen die in wezen strijdig
zijn met het doel van de democratische rechtsstaat zou
dit beginsel wellicht vaker uit de kast moeten worden
gehaald. Ik nodig het kabinet uit om te onderzoeken of
deze notie voldoende in Nederlandse wetgeving is
vastgelegd en of aanleiding bestaat om hierin strakker te
zijn. Een beweging die ten doel heeft om de rechtsstaat
omver te werpen, ook al is dat met democratische
middelen, hanteert de vrijheden op een manier die
neerkomt op misbruik ervan. Het omverwerpen van de
rechtsstaat betekent immers, dat de rechten en vrijheden
van anderen teniet worden gedaan. Naar mijn mening
impliceert dit dat aan degene die dit tot doel heeft
minder vrijheden behoeven te worden toegestaan. Is
onze weerbare democratie op dit punt robuust genoeg?
Is het bijvoorbeeld wenselijk om ook de Grondwet van
een dergelijke bepaling te voorzien? Dat zou kunnen
worden meegegeven aan de staatscommissie die zich
over onze Grondwet zal buigen.
Wij zijn van mening dat deze notie ook in het
buitenlands beleid beter zou dienen te worden veran-
kerd. Met niet-democratische regimes die geen bood-
schap hebben aan de rechtsstaat mag op een andere
manier worden omgegaan dan met staten die deze
principes wel hanteren. Het volgende is een actuele
toepassing. Staten behoren zich niet te veel te bemoeien
met internationale geldstromen die bijvoorbeeld verband
houden met overtuigingen. Amerika mag een Neder-
landse denktank wel meefinancieren. Het is normaal dat
Nederlandse gelovigen buitenlandse geloofsgenoten
financieel ondersteunen. Maar het ontgaat ons dat vanuit
een land als Saudi-Arabië, dat geen godsdienstvrijheid
toestaat op het eigen grondgebied, bepaalde organisaties
of moskeeën in ons land mogen worden gefinancierd.
Wij weten immers dat juist in dergelijke moskeeën soms
radicale ideeën worden verkondigd. Ziet het kabinet een
mogelijke grondslag om dit tegen te gaan? Voor zover ik
heb kunnen nagaan heeft het kabinet zich hierover sinds
2004 niet meer uitgelaten.
Het kabinet trekt de samenleving in. Er komt geld om
in de wijken radicaliseringstendenzen te kunnen
onderkennen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5272" anker="100" partij="D66" naam="Pechtold">
 De opmerking die de heer Slob
heeft gemaakt over de financieringsstromen van
overheden naar kerkgenootschappen roept de vraag op
naar de consistentie met de financiering door dit kabinet
van Youth for Christ. Ik heb daarover vragen gesteld. Dit
is een duidelijk voorbeeld van het promoten van een
bepaald geloof via jongeren en zelfs tegenover zwakke-
ren. Deze jongeren helpen immers mensen die in nood
verkeren. Kan de heer Slob mij dit uitleggen? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5272" anker="101" partij="ChristenUnie" naam="Slob">
 Dit is een heel ander
onderwerp, maar ik weet waarop de heer Pechtold doelt,
namelijk op de financiering van Youth for Christ door dit
kabinet. Die financiering bestond overigens ook al onder
vorige kabinetten, waarvan de heer Pechtold zelf deel
uitmaakte. Los van dit laatste punt was het ijkpunt voor
het toestaan van financiering van Youth for Christ de
vraag, of men jongeren met vrijwilligerswerk in
beweging kon krijgen; actief gericht op de gemeenschap.
Op basis van die vraag heeft de Nederlandse regering,
deze regering maar ook de vorige waarvan de heer
Pechtold deel uitmaakte, deze subsidiëring toegestaan. Ik
heb het echter over iets volstrekt anders. Ik heb het
namelijk over geldstromen die vanuit buitenlandse,
niet-democratische regimes naar Nederland gaan. Wij
maken ons er zorgen over wat er met dit geld gebeurt. Ik
vraag het kabinet of er een grondslag is om hieraan iets
te doen. Het debat hierover moet wellicht gevoerd
worden, want dat ligt al sinds 2004 behoorlijk stil. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5272" anker="102" partij="D66" naam="Pechtold">
 De heer Slob kan niet nalaten
een paar keer te benadrukken dat wij een traditie hebben
op dit punt, maar hij wil nu een brug over. Hij vindt dat
het kabinet gronden moet vinden om dit te verbieden.
Gaat de heer Slob met mij de brug over, in de zin dat het
kabinet zich terughoudend zou moeten opstellen bij het
financieren van deze zaken? Een uitzondering vormt
uiteraard de financiering van omroepen en onderwijs
door de overheid, dat wettelijk is geregeld. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5272" anker="103" partij="ChristenUnie" naam="Slob">
 Ja, ik vind zeker dat de
overheid terughoudend moet zijn bij het financieren van
religieuze organisaties. In het voorbeeld wat u noemt,
gaat het echter om het financieren van een organisatie
die zich ten doel heeft gesteld, jongeren aan vrijwilligers-
werk te helpen en in beweging te brengen. Dit wil het
kabinet stimuleren. Het financieren van organisaties met
een dergelijke doelstelling is overigens breed in
Nederland gebeurd. Het is heel logisch dat daarbij
gekeken wordt of zo’n organisatie dat doel kan bereiken.
Als dat het geval is, moet geld worden gegeven
ongeacht de kleur van zo’n organisatie. Dat vind ik heel
verstandig van het kabinet, dat hierbij een lijn uit vorige
kabinetten heeft doorgetrokken.
Het kabinet trekt de samenleving in en er komt geld
om radicaliseringstendensen te onderscheiden in de
wijken. De inkt van het Actieplan polarisatie en radicali-
sering is nog maar net droog. Ik wil in dit verband ook
graag het Handvest van verantwoordelijk burgerschap
naar voren brengen, en het publiek debat dat daarom-
heen zal worden gevoerd. Dit is in het coalitieakkoord
afgesproken.
Als het actieplan spreekt over burgerschap en het
toerusten tot burgerschap, dan denk ik aan dit handvest.
Dit gaat wat ons betreft namelijk vooral over de vraag
hoe de burger met zijn vrijheidsrechten omgaat, niet
over de vraag of iemand vrijheden en rechten heeft. Anders gezegd: de mensenrechtenverdragen stellen dat
eenieder recht heeft op vrijheid van gedachte, geweten
en godsdienst – dit recht omvat overigens tevens het
recht om van godsdienst of overtuiging te veranderen –
alsmede de vrijheid om, hetzij alleen, hetzij met anderen,
zowel in het openbaar als in het particuliere leven zijn
godsdienst of overtuiging te belijden. Elke burger zou
daarbij voor zichzelf de volgende notie hoog moeten
houden. Wij respecteren de vrijheid van gedachte,
geweten en godsdienst van de ander, waaronder de
vrijheid deze te uiten. Daarmee raken wij ook aan de
vrijheid om van overtuiging te veranderen. Mensen
moeten jegens elkaar op dit punt tolerantie bejegenen,
ook al komen zij er juist dan achter dat tolerantie pijn
doet. De overheid behoort tegen onrechtmatige
groepsdruk bescherming te bieden. Bedreigingen en
erger behoren ook tot het misbruik maken van grond-
rechten.
Ik spitste hierbij toe op de vrijheid van godsdienst en
levensovertuiging, maar elk vrijheidrecht kent zijn
pendant in de wijze waarop de burger daarmee zelf
behoort om te gaan. Een en ander komt zo ook veel
dichter bij de burger zelf te staan, want daarbij gaat het
om een houding die in praktijk gebracht moet worden.
Het actieplan gaat ook over het stimuleren van een
pluriform aanbod van niet-extremistische interpretaties
van de islam. Wij vragen ons af of de overheid hiertoe
wel de geschikte partij is, hoe goed bedoeld dit streven
ook is.
Ik kom tot een afronding. Het is voor de politiek
belangrijk om zich bezig te houden met de uitdaging om
de vrede in de samenleving te kiezen en te bewaren,
maar die uitdaging ligt ook in de samenleving zelf. Hoe
adequaat een overheid ook opereert, bijvoorbeeld
tegenover radicalen, zij blijft vaak toch wat aan de
buitenkant. Terecht wijst het kabinet hierbij op de waarde
van tolerantie. Daarmee is de fractie van de ChristenUnie
het van harte eens. Wellicht meer dan tien of twintig jaar
geleden brengt dit besef ons ook dichter bij het inzicht
dat tolerantie en bereidheid tot dialoog feitelijk basis-
waarden op zichzelf zijn. Daarover kan dus niet onder-
handeld worden. Wie wil deelnemen aan de Nederlandse
samenleving en de Nederlandse rechtsstaat, zal ten
minste deze tolerantie jegens andersdenkenden moeten
opbrengen. Dat geldt voor nieuwkomers en voor
geboren en getogen Nederlanders, voor moslims en
christenen, voor atheïsten en libertijnen. Mijn fractie
hoopt dat deze notie blijvend aanwezig zal zijn in onze
Nederlandse samenleving.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5273">

 
<spreker pagina="93-5273" anker="104" partij="SP" naam="De Wit">
 Voorzitter. Onze verwachtingen
over het WRR-rapport Dynamiek in islamitisch activisme
waren hoog gespannen, omdat wij een heldere analyse
verwachtten van een complex vraagstuk. Het rapport was
echter een grote teleurstelling. De raad heeft ervoor
gekozen om in het rapport geen aandacht te geven aan
de negatieve aspecten. Natuurlijk moet er worden
gekeken naar hetgeen zich in naam van de islam in ons
land afspeelt en juist ook naar de negatieve kanten.
Natuurlijk moet er aandacht zijn voor de dreiging van
terroristische aanslagen. Wij hebben allen de beelden
voor ogen van wat gisteren in Duitsland en eerder deze
week in Denemarken gebeurde. Wij mogen en zullen
onze ogen niet sluiten voor radicalisering en extremisme
in naam van de islam.
Voor een goede analyse en aanpak zul je man en
paard moeten noemen. Wanneer een groepering radicaal
of extremistisch is, moet je dat ook zo zeggen. Alleen op
die manier kun je de werkelijke aard en vooral ook de
werkelijke omvang van een dergelijke groepering en haar
denkbeelden blootleggen. Graag hoor ik een reactie van
de bewindslieden op dat punt.
Mag echter de grote groep van meer dan een miljoen
gewone gelovige moslims, die met respect voor de
Nederlandse rechtsstaat hun geloof belijden, worden
afgerekend op de daden en denkbeelden van een kleine
groep met fundamentalistische opvattingen? Mijn antwoord is: nee. De AIVD schat de laatste groep, zo
bleek gisteren, op 2500 potentiële moslimactivisten.
Tegen die groep moet hard worden opgetreden. Wanneer
iemand de oorlog verklaart aan de Nederlandse normen
en waarden en daarmee aan onze samenleving, kan hij
erop rekenen dat die samenleving zich verdedigt.
Intolerant, gewelddadig gedrag kan en mag nooit
worden toegestaan. Degenen die proberen de democra-
tie en de vrijheid geweld aan te doen, moeten worden
opgespoord, berecht en bestraft.
De groep potentiële activisten is relatief klein, maar
wel te groot, juist omdat terrorisme onacceptabel is. Die
groep extremisten hoeft echter niet als een vaststaand
feit te worden geaccepteerd. Radicalisering heeft een
oorzaak. Natuurlijk is er altijd een harde kern, maar voor
het merendeel van de groep zijn het de omstandigheden
geweest die mede tot onacceptabele radicalisering
hebben geleid.
Eén omstandigheid is de idee dat er door de politiek
en in de maatschappij onrechtvaardig wordt omgegaan
met moslims en dat de islam daardoor wordt bedreigd.
Wanneer iemand vervolgens in contact komt met
mensen met een zeer fundamentalistische geloofsop-
vatting, bestaat er een verhoogde kans op radicalisering.
Een voedingsbodem voor radicalisering is ook de
internationale situatie. De beelden van onderdrukking
van de Palestijnen en de oorlogen in Irak en Afghanistan
versterken het beeld van een aanval op de islam. Om die
voedingsbodem te bestrijden, zal er een ander buiten-
lands beleid moeten komen.
In Nederland versterkt gebrekkige integratie de
voedingsbodem voor radicalisering. Niet meer kunnen
meedoen, buitengesloten worden, vergroot de kans op
radicalisering. Om het probleem van radicalisering
doeltreffend te bestrijden, zul je naast keihard optreden
waar nodig de voedingsbodem moeten aanpakken, zodat
extreme denkbeelden geen weerklank vinden. Daarbij is
een voortvarende aanpak van de integratie wat mijn
fractie betreft van cruciaal belang. Graag hoor ik
daarover de mening van de bewindslieden.
Een van de conclusies van de commissie-Blok was dat
de integratie van veel allochtone burgers geheel of
gedeeltelijk geslaagd is. Veel belangrijker is echter de
constatering dat degenen die hun weg hebben gevonden
in de Nederlandse samenleving dat te danken hebben
aan hun eigen inzet en die van de samenleving en niet
aan overheidsbeleid. Sterker, de mensen die slagen doen
dat ondanks de overheid en het beleid van de overheid.
De tijd van vrijblijvendheid is voor de overheid voorbij.
Er moet worden doorgepakt, om van integratiebeleid en
daadwerkelijk samenleven een succes te maken.
Wat is er de afgelopen jaren gebeurd met de
conclusies uit het rapport van de commissie-Blok? De
segregatie in de samenleving is toegenomen. De
voedingsbodem voor radicalisering is versterkt. Nu zal
het kabinet zeggen dat het nu zijn Actieplan polarisatie
en radicalisering heeft. Prachtig, maar het is te weinig en
te laat. In 2005 heeft mijn fractie al concrete voorstellen
gedaan om de radicalisering van bijvoorbeeld jongeren
tegen te gaan. En wij hebben ook steeds gepleit voor het
tegengaan van segregatie van allochtonen en autochto-
nen op school en in de wijken. Het is aan de overheid
om omstandigheden te creëren waarin mensen kunnen
integreren. Integratie vindt niet plaats in commissies,
gespreksgroepen en hoorzittingen. De oplossing voor het
integratieprobleem moet ook niet worden gezocht in de
kerken en de moskeeën, integreren doe je op je werk, op
school, op je sportclub en in de buurt waar je woont.
Daar moet geld aan besteed worden, daar ligt de sleutel
van een succesvol integratiebeleid.
Die sleutel wordt in ieder geval niet gevormd door het
actieplan van het kabinet. Dit plan staat inderdaad vol
met voornemens tot acties, maar die worden niet
uitgewerkt. De regering komt niet verder dan het
opsommen van dingen waarvan iedereen allang weet dat
ze moeten worden gedaan, zoals het ontwikkelen van
instrumenten, het vormen van visies en een hele lijst van
dingen die moeten worden tegengegaan, bevorderd,
gestimuleerd of aangepakt. Waar blijft de uitwerking? De
fractie van de SP heeft al eerder de oplossing aangereikt
om bijvoorbeeld de afstand tussen gezin en school te
overbruggen. Geef consultatiebureaus voldoende
armslag om opvoedingsondersteuning te bieden en een
kind in een peuterspeelzaal te plaatsen. Geef de scholen
meer middelen, opdat leerkrachten thuis bij leerlingen op
bezoek kunnen gaan en de ouders bij het leerproces
kunnen betrekken. Verplicht ouders om ouderavonden te
bezoeken. Geef geld om de leerplichtambtenaar in staat
te stellen, bij verzuim op huisbezoek te gaan. Met dit
soort maatregelen kun je tijdig ingrijpen om omstandig-
heden te voorkomen die kunnen bijdragen aan radicalise-
ring.
De tweedeling in het onderwijs neemt nog steeds toe,
ondanks de conclusie van de commissie-Blok dat deze
ontwikkeling ongewenst is. Er is in de afgelopen jaren
weinig of niets aan gedaan. De kansen op succes zijn
voor leerlingen op ’’zwarte’’ scholen veel geringer dan
voor kinderen op ’’witte’’ scholen. Hier moet een eind
aan komen; de tijd van vrijblijvendheid is voorbij, er
moet dwingend beleid komen. Ik verwijs de bewindsper-
sonen graag naar een uitgebreid artikel in magazine M
van de NRC van 1 september jongstleden waarin de
tweedeling in het onderwijs pijnlijk wordt blootgelegd. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5274" anker="105" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 U constateert een aantal
problemen en u zegt dat de tijd van vrijblijvendheid
voorbij is. Dat klopt. Maar welke oplossingen voor die
vrijblijvendheid gaat de SP presenteren? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5274" anker="106" partij="SP" naam="De Wit">
 Die heb ik allemaal al geschetst.
Op het gebied van het onderwijs heb ik gewezen op het
fenomeen van de zwarte en de witte scholen. Ik pleit
ervoor, over te gaan naar een systeem waarbij
gemengde scholen mogelijk zijn. Voor jongeren bepleit
ik, daadwerkelijk in te zetten op scholing, op stage-
plekken, op perspectief op werk. Daar hebben wij al
voorstellen voor gedaan en wij vinden dat op alle
terreinen hierop moet worden ingezet om integratie te
bevorderen en de tijd van vrijblijvendheid achter ons te
laten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5274" anker="107" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Het klinkt mooi, een systeem van
gemengde scholen. Ik denk dat er bijna niemand tegen
zal zijn, maar de vraag blijft hoe u daartoe wilt komen.
Wilt u busjes heen en weer laten rijden, wilt u artikel 23
van de Grondwet afschaffen? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5274" anker="108" partij="SP" naam="De Wit">
 Wij vinden dat dat artikel in ieder
geval ter discussie gesteld moet worden, voorzichtig
gezegd. En verder hebben wij al eerder gepleit voor een
centraal inschrijfpunt waar twee lijsten gehanteerd
worden, een voor kinderen met een achterstand en een
voor kinderen zonder achterstand. Door deze lijsten te
combineren kun je dan bepalen welk kind op welke
school terechtkomt. Dit zou ertoe kunnen leiden dat een
kind niet meteen op een school geplaatst wordt waar zijn
ouders het graag heen zouden willen laten gaan. Aan dit
soort maatregelen denken wij. Zoals gezegd stond in het
M-magazine een belangwekkend artikel, waarin de
inmiddels bestaande tweedeling heel duidelijk en pijnlijk
wordt blootgelegd. Mijn fractie pleit voor een acceptatie-
plicht voor scholen en een centraal inschrijfpunt. Met de
financiering als stok achter de deur moeten scholen
worden gedwongen, mee te werken om aan de nog
steeds voortdurende tweedeling in het onderwijs een
eind te maken. De basis van een toekomstige geïnte-
greerde samenleving wordt gevormd door gemengde
scholen. Zwarte scholen moeten worden ontmoedigd, en
initiatieven om tot gemengde scholen te komen, moeten
worden aangemoedigd en beloond. De overheid heeft de
taak om voldoende financiële middelen ter beschikking te
stellen en organisatorische hulp te bieden waar die nodig
is.
Ook bij het huisvestingsbeleid is onverminderd sprake
van toenemende segregatie. De commissie-Blok
constateerde al dat het gevoerde huisvestingsbeleid een
bijdrage levert aan de segregatie, zodat er wat mijn
fractie betreft alle reden is om tot actie over te gaan. Nog
steeds echter hebben gezinnen met lage inkomens
weinig tot niets te kiezen als het op huisvesting aankomt.
Voor veel allochtonen is dit van toepassing. Zij blijven
hangen in de lage lonen, en blijven wonen in wat
vroeger gewoon een achterstandswijk werd genoemd, en
nu een probleemwijk. Van geïntegreerde wijken, buurten
en straten is te weinig sprake. Ondanks de grote
noodzaak hieraan iets te doen, wordt er door de overheid
al jarenlang gewacht. Dat is niet alleen zinloos, het is ook
gevaarlijk. De witte wijken moeten veel meer sociale
woningen krijgen, en in de zwarte wijken moet eindelijk
eens worden gestopt met het slopen van betaalbare
woningen. Ook de kwaliteit van wonen in wijken met een
overconcentratie van allochtonen moet worden
verbeterd. Deze wijken moeten weer aantrekkelijk
worden voor iedereen. Dan heb ik het niet alleen over de
40 wijken van minister Vogelaar. Graag verwijs ik de
minister voor zover nodig naar de column van Marcel
van Dam in de Volkskrant van vandaag, waarin hij
uitgebreid het spreidingsbeleid bepleit, en dat voor een
reeks van jaren.
Als je wilt dat mensen zich gelijk gedragen, moet je ze
ook gelijke kansen bieden. Geef jongeren perspectief, zo
nodig een stageplaats, en uitzicht op werk. Werk is van
het grootst mogelijke belang voor integratie in de
samenleving. Het geeft onafhankelijkheid, zelfrespect en
perspectief voor de kinderen wanneer de ouders werken.
Bevrijd ouders van uitzichtloze situaties, zodat de
kinderen worden gemotiveerd om een opleiding te gaan
volgen. De ontwikkelingen in de samenleving hebben
bewezen dat meedoen het enige concept is dat werkt.
Een oppervlakkige multiculturele samenleving, waar
mensen een leven lang vrijblijvend langs elkaar leven, is
niet de oplossing voor het integratieprobleem. De
vrijblijvendheid moet overboord worden gezet, en het
kabinet moet zijn verantwoordelijkheid nemen. De
tweedeling wordt steeds groter, dus wachten is geen
optie meer.
Een succesvol integratiebeleid is een voorwaarde voor
een veiliger en betere samenleving. De commissie-Blok
heeft aanbevelingen gedaan om te komen tot een beter
integratiebeleid. Tot op heden is er nauwelijks iets
gebeurd, en de situatie verergert met de dag. Het beleid
van de afgelopen jaren heeft bijgedragen aan het
verbreden van de tweedeling in de samenleving. Alle
inspanningen waren erop gericht om zoveel mogelijk
vreemdelingen buiten Nederland te houden, en de
allochtonen in onze samenleving zijn aan hun lot
overgelaten.
De SP-fractie staat pal voor onze grondrechten en dus
ook voor het recht om een godsdienst te mogen belijden.
Het geloof is een privéaangelegenheid, en eenieder mag
uitmaken of hij wil geloven of niet en zo ja, hoe hij zijn
geloof wil belijden. Daar zijn echter wel grenzen aan. De
wet is de grens. Wanneer iemand de ruimte die hem
wordt geboden misbruikt, dient te worden opgetreden.
Het geloof mag nooit een legitimatie zijn voor het
nastreven van ondemocratische doelen, ongeacht welk
geloof het betreft. Zo is het ondenkbaar dat islamitische
wetgeving een plaats krijgt in de Nederlandse wetgeving,
in ons Nederlandse rechtssysteem. Nog los van het feit
dat deze mogelijkheid een hoog hypothetisch gehalte
heeft, is het onaanvaardbaar dat een wijziging van de
Grondwet zou leiden tot het aantasten van de rechten
van minderheden, zoals bij de invoering van de sharia
het geval zou zijn. Moet dan de Koran worden verboden?
Wat de SP-fractie betreft niet. Natuurlijk bevat de Koran
afzichtelijke passages, en moet iedere geradicaliseerde
moslim die dergelijke passages misbruikt om haat en
geweld te prediken, keihard worden aangepakt. Zolang
echter iemand de Koran leest en gebruikt om zijn geloof
te belijden, en daarbij de in de Nederlandse rechtsstaat
geldende normen en waarden respecteert, is er geen
enkele reden daartoe. De SP-fractie zal wel altijd de
discussie blijven voeren over de inhoud. Laten wij waken
tegen degenen die zeggen complexe problemen op te
kunnen lossen met simpele antwoorden. De oplossing
voor een veilige samenleving ligt niet in een verdeel-en-
heerspolitiek die gebaseerd is op het verbieden en
inperken van rechten.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5275">

 
<spreker pagina="93-5275" anker="109" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Voorzitter. Afgelopen
april was ik in Ramallah, in bezet Palestina. Ik sprak daar
met Hannah Ashrawi, strijdster voor vrouwenrechten,
seculier politica en beroemd onderhandelaar voor de
Osloakkoorden. Ashrawi verklaart de overwinning van
Hamas als de overwinning van de wanhoop. In de lange
periode van Israëlische bezetting, waarin het Palestijnse
bestuur corrumpeerde en aan machtsstrijd ten onder
ging en het Palestijnse volk getraumatiseerd raakte,
kwam Hamas op als een sociale beweging. Islamitische
liefdadigheid, sociale hulpprojecten voornamelijk in
buurtverband, maakte Hamas populair. Heel geleidelijk
vertaalde zich dat echter in politieke, militaire en
terroristische activiteiten. Volgens Ashrawi was Hamas in
een vrij en democratisch Palestina nooit groot geworden,
maar de omstandigheden leidden tot ontvankelijkheid
voor islamitisch extremisme. Ashrawi is heel negatief over Hamas. In haar woorden: Hamas berooft het volk
van hun Palestijnse identiteit en wil die vervangen door
die van de mondiale moslimgemeenschap. Zij vreest
voor het lot van vrouwen en andersdenkenden.
De verdienste van het WRR-rapport is dat het onze
kennis van de achtergronden van het internationaal
islamitisch activisme verrijkt. In vrijwel alle beschreven
voorbeelden, in Afrika, in het Midden-Oosten, in Azië,
wint de politieke islam aan populariteit in reactie op
totalitaire regimes, corruptie, mensenrechtenschendingen
en buitenlandse onderdrukking. Deze analyse is wezenlijk
omdat zij ons in staat stelt de grote populariteit van de
politieke islam onder een belangrijk deel van de
wereldbevolking beter te begrijpen. Zij stelt ons ook
beter in staat te begrijpen waarom sommige Neder-
landse jongeren kiezen voor een moslimidentiteit als een verzetsidentiteit. Let wel: zonder dit goed te praten. Want
beter begrijpen wat de bevolking drijft in islamitische
landen is iets heel anders dan begrip hebben voor de
drijfveren en het handelen van politieke islamisten. In
vrijwel alle beschreven landen komt de bevolking die
zich bekeert tot de politieke islam van de regen in de
drup. Activistische bewegingen zoals Hezbollah, Hamas,
de taliban en vanzelfsprekend Al Qaida, bedienen zich
van extreem geweld. Zij onderdrukken vrouwen en
meisjes en hebben net als de regimes die zij bestrijden
een broertje dood aan burger- en mensenrechten. Ook in
de landen die een islamitisch bestuur kennen en waar de
sharia geldt als heersend recht, is de stand van de
mensenrechten om te huilen.
Het WRR-rapport is bij verschijning bekritiseerd omdat
het vergoelijkend zou zijn en een te rooskleurig beeld zou
schetsen. Inderdaad heeft het soms de trekken van een
ideologisch rapport. Omdat men vooral op zoek is
gegaan naar de islamitische bewegingen die aansluiting
zoeken bij democratie en mensenrechten, worden deze
ook uitvergroot. De negatieve ontwikkelingen lijken
daardoor minder ernstig en indringend. Het is zoals de regering in haar reactie zegt: als je het bewijs wilt
leveren dat zwarte zwanen bestaan, dan hoef je er maar
één te vinden. Daar is de WRR in geslaagd, maar hij
heeft GroenLinks er niet van overtuigd dat er meer dan
één zwarte zwaan is. Als ik het rapport lees, dan is mijn voornaamste gedachte: er is heel slecht nieuws en er is
minder slecht nieuws, maar er is nauwelijks goed
nieuws. En toch is het te makkelijk om het rapport
zomaar terzijde te schuiven, omdat de WRR wel degelijk
aanbevelingen doet waarmee wij in Nederland en in
Europa ons voordeel kunnen doen, en dan zowel in de
buitenlandse als in de binnenlandse politiek.
Voor GroenLinks is het Leitmotiv de universele
erkenning van de mensenrechten en het bewerkstelligen
van internationale vrede. Voor ons zijn er in het beleid dan twee sleutelwoorden: confrontatie en dialoog.
Confrontatie moet er zijn met de islamitische regimes die
de mensen- en de vrouwenrechten systematisch
schenden. Een schrijnend voorbeeld is wel Saudi-Arabië.
Een land dat op alle schalen van mensenrechten het
slechtste scoort, maar in vrijwel alle politieke debatten
aan de aandacht ontsnapt. Nederland onderhoudt
levendig economisch verkeer en levert zelfs nog militaire
goederen en wapens, terwijl het Nederlandse bedrijfsle-
ven jarenlang voor zijn werknemers niet-joodverklaringen
moest ondertekenen. Een mensenrechtendialoog vindt
alleen pro forma plaats. Dit is beschamend, zeker omdat
Nederland tegelijkertijd elders islamitische bewegingen
terecht de les leest. Nederland en Europa zouden veel
consequenter en strenger moeten optreden, geen
wapens meer moeten leveren en zwaar protest op straffe
van sancties moeten aantekenen tegen antisemitisme
van overheidszijde. Graag een reactie.
Dialoog moet er soms ook zijn met regimes en
politieke bewegingen die wij veroordelen. Niet omdat wij
hun handelen moreel vergoelijken, maar omdat er
doorslaggevende machtspolitieke redenen zijn om
contact te hebben, zoals de beëindiging van geweld en
het bewerkstelligen van vrede. Vrede stichten doe je met
je vijanden, dat realiseerde Bill Clinton zich ook toen hij
de hand schudde van de Ierse Gerry Adams op het
bordes van het Witte Huis. Hannah Nashrawi zegt dat wij
een strategische fout maken door niet met de democra-
tisch gekozen Hamas te praten, omdat Hamas zichzelf
dan als underdog kan blijven zien. Verworpen door de
internationale gemeenschap hoeft deze geen enkele
verantwoordelijkheid te nemen voor het vredesproces.
Daardoor zal de populariteit van Hamas blijven groeien.
In de kabinetsreactie staat op pagina 12 dat groepen
die geweld nastreven geen gesprekspartner voor de
overheid zijn, tenzij deze gesprekken erop zijn gericht het
geweld te beëindigen. Dit is belangwekkend. Ik wil graag
weten wat deze zin betekent voor de omgang van de
regering met bijvoorbeeld Hamas en andere islamitische
bewegingen die ook geweld gebruiken.
Ook in Nederland geldt voor GroenLinks de strategie
van confrontatie en dialoog. Voor ons staat buiten kijf dat
een concurrerend rechtsstelsel dat haaks staat op onze
democratische rechtsstaat, zoals de sharia, nooit kan
worden geaccepteerd. Maar omgekeerd betekent dit ook
dat jongeren van islamitische herkomst nooit een andere
behandeling door politie en justitie ten deel mag vallen
dan andere jongeren. Een orthodoxe jongere die een
djellaba draagt, mag geen opgejaagd wild zijn. Angst
voor terrorisme mag niet leiden tot uitholling van hun
rechtsbescherming. Daaruit spreekt hetzelfde cultuur- en
rechtsrelativisme dat wij ten zeerste verwerpen.
Het wetenschappelijk bureau van de Partij van de
Arbeid concludeert in een recent rapport dat in het
strafrecht de maatstaven die gelden voor autochtonen,
kennelijk niet meer gelden voor allochtonen. Ik hoor
graag een reactie van het kabinet op dit rapport en op
het negatieve oordeel dat door het wetenschappelijk
bureau van een van de coalitiepartners wordt geveld
over dit beleid.
Tegelijkertijd moeten wij de confrontatie niet schuwen.
Geloofsafval is vrij en mag nooit tot intimidatie leiden.
Moslims die zich daaraan schuldig maken of uit hoofde
van religie andere criminele feiten plegen, moeten net
als ieder ander worden bestraft. Een moskee waar dit
stelselmatig voorkomt, kan op last van de rechter
worden gesloten. Mensen die naar buitenlandse kampen
gaan om als gewelddadig jihadist te worden opgeleid,
moeten worden vervolgd.
Maar confrontatie geldt alleen voor de extreme
gevallen. Islam als religie en islamisme als politieke
beweging zijn twee verschillende grootheden. De
afgelopen jaren heeft een toenemend aantal politici en
opiniemakers zich ontwikkeld tot theologische exegeten
die willen aantonen dat de islam en de Koran zich niet
verhouden tot democratie en rechtsstaat. Wij hebben
daar net weer een sterk staaltje van gezien. In elke
geloofsleer zijn ondemocratische elementen te vinden,
maar voor politiek en bestuur moet alleen het handelen
van gelovigen als maatstaf gelden; niet hun inspiratie-
bronnen of hun heilige boeken. Als gelovigen in hun
handelen anderen intimideren of vrouwen onderdrukken,
moeten zij worden bestraft, ongeacht wat de heilige
boeken zeggen.
Ondertussen worden vreedzaam levende moslims in
ons land onophoudelijk gekwetst omdat hun godsdienst
in diskrediet wordt gebracht. Dit is kwalijk uit het
oogpunt van godsdienstvrijheid. Degenen die tegelijker-
tijd zeggen dat zij radicalisering willen verminderen,
binden het paard achter de wagen. Juist in het vernede-
ren van moslims, internationaal en in ons eigen land,
vinden sommigen aanleiding om zich van onze samenle-
ving af te keren.
De regering heeft een peperduur plan afgescheiden
om radicalisering tegen te gaan. Dat deed zij met de
beste bedoelingen. Maar het lijkt niet veel verder te
komen dan de ontwikkeling van methodieken, visie-
vorming en het organiseren van workshops. En dat voor
28 mln. Nergens wordt ook duidelijk wie eigenlijk onder
de radicaliserende jongeren vallen en wie niet. Voor
GroenLinks is dit plan te vaag. Wij kunnen er ook op
deze manier niet mee instemmen. Wij willen graag een
duidelijker, concreter plan met doelstellingen en doelen.
Of, zouden wij zeggen, stop het schaarse geld dan
gewoon in onderwijs, werkgelegenheid voor jongeren en
discriminatiebestrijding.
Voorzitter. Te vaak verdoen wij, politiek spraakmakende
goegemeente, onze tijd met symbolische flutdebatten,
zoals het verbieden van de Koran, waarvan ook imam
Wilders, die namelijk als enige de zuivere islam kent,
weet dat dit nooit werkelijkheid kan en zal worden. Ik
denk dat de ontwikkeling van het internationale
islamitische activisme, waarvan wij ook in Nederland in
beperkte mate de gevolgen ondervinden, veel te
belangrijk is om te laten devalueren tot een ideologisch
vechtdebat. Het vraagt om pragmatische, nieuwsgierig-
heid, gezond verstand en rechtsstatelijkheid. Ik vind dat
het Nederlandse debat lang genoeg gegijzeld is door
onzinnige symboliek. Ik doe een beroep op de premier
om dit te overstijgen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5276">

 
<spreker pagina="93-5276" anker="110" partij="D66" naam="Pechtold">
 Mevrouw de voorzitter.
Vandaag zijn alle Nederlandse ambassadeurs van over
de hele wereld hier in Den Haag. Vanochtend waren zij in
de Tweede Kamer. Dit debat wordt gevoerd naar
aanleiding van het WRR-rapport Dynamiek in islamitisch
activisme. Maar misschien toch vooral ook naar
aanleiding van de stroom van debatten en debatjes en
incidenten rond de islam, rond terrorisme en rond de
randverschijnselen van integratie. De aanwezigheid van
die ambassadeurs is misschien wel symbolisch. Het
zoveelste ongenuanceerde provocatieve debatje hier over
de boerka’s, de Koran of de dubbele nationaliteit wordt
uitvergroot en vol onbegrip in het buitenland gevolgd.
Wat is er over van het tolerante en liberale Nederland,
vraagt men zich in de wereld af.
Andersom mis ik vaak de internationale context van de
grote conflicten. Wat draagt het conflict in het Midden-
Oosten bij aan de beeldvorming van jonge islamieten
hier? Waarom wordt in Indonesië de islam weer steeds
meer zichtbaar? Hoe gaan seculiere staten zoals Turkije
en seculiere dictaturen zoals Syrië om met de islam? Dat
is iets waar onze ambassadeurs dagelijks mee te maken
hebben.
Toen dit WRR-rapport uitkwam, hadden sommigen al
fundamentele kritiek voordat zij menselijkerwijs het
rapport hadden kunnen lezen. Een van hen was
toenmalig fractievoorzitter Verhagen. Daarom mis ik dan
ook vandaag zijn ongetwijfeld genuanceerde inbreng. Het
rapport analyseert, maar geeft geen hapklare oplossin-
gen. Het geeft wel aanknopingspunten en het richt zich
vooral op de internationale context. Ik ben blij met dit
rapport. Eindelijk nuance, eindelijk het grote perspectief
en de langere adem die zo broodnodig zijn.
De reactie van het kabinet stelt mij enigszins teleur.
Maar misschien is het niet eens de reactie op het
rapport, maar meer het stuurloze beleid. In het 100-
dagenfeest was er geen heldere visie op integratie. In het
prospectus wordt het summier aangestipt. Er zijn geen
heldere standpunten over de begrippen ’’nationaliteit’’en
’’loyaliteit’’. Er worden onbegrijpelijke financiële keuzen
gemaakt. Opeens is daar minister Ter Horst met 28 mln.
om radicalisering tegen te gaan, zonder goede analyse
en zonder doortimmerd plan. En voordat je het weet, is
het weggegooid geld. Ik hoor graag een reactie hierop.
Ik ben de zoveelste die de premier aanspreekt. Ik mis
toch vooral leiderschap. Als Wilders een absurd
tegenstrijdig voorstel opgooit, zoals het verbieden van de
Koran, wil ik ’s avonds op televisie een premier zien die
hier keihard afstand van neemt en zich opwerpt voor die
bevolkingsgroep. Ik wil een premier die zegt dat
nationaliteit ’’geen donder’’ met loyaliteit te maken heeft. De fractie van D66 is realistisch: problemen moeten
worden benoemd, misstanden dienen te worden
bestreden en het is noodzakelijk om wetsovertredingen
te bestraffen. Het gaat mijn fractie echter vooral om de
richting. Is het vooral repressie of stimulans? Komt het
voort uit angst of uit kansen? Ik noem de toenemende
agressie tegen homo’s als voorbeeld. Dat is onaccepta-
bel. Maar is de agressie gericht tegen de islamitisch-
Marokkaanse jongeren of kent die nog andere oorzaken?
Straf de dader, maar maak vooral ook mogelijk dat zijn
broer of neef vrij homofiel kan zijn. Het is het aller-
belangrijkst om niet te generaliseren. Spreek mensen aan
als individuen en niet als onderdeel van een geloofsge-
meenschap. De islam is een nieuwe geloofsgemeen-
schap, maar het is een laatkomertje in onze grotendeels
ontzuilde maatschappij. Hoe stonden wij er veertig of
vijftig jaar geleden voor en wat kunnen wij daarvan nu
nog leren?
Ik ben altijd bereid tot het voeren van discussies, ook
over de islam. Tijd, plaats en afzender zijn voor mij
echter wel steeds meer bepalend. Onvoorbereide
spoeddebatjes over randverschijnselen van de integratie
ruil ik dan ook graag in voor fundamentele, principiële
debatten over discriminatie. Wij moeten de scheiding
tussen kerk en staat bovendien goed bewaken. De
overheid gaat over de wet, niet over religie. Elke religie
die binnen de wet blijft, moet voor de overheid gelijk
zijn. Juist onze grondwettelijke rechten en verworvenhe-
den binden ons. Die bieden essentiële ruimte voor
minderheden. Die bieden individuen maximale ruimte
om te geloven. Ik kies voor de lange adem, evenals voor
gelijke kansen, investeren in onderwijs, een sterke
economie met stages en banen. De fractie van D66
steunt dit kabinet in het centraal stellen van
achterstandswijken. Ook steunt zij het kabinet als het
voor de kwestie van het Midden-Oosten de Europese lijn
volgt.
Het kabinet schrijft dat er uitingen zijn die niet
strafbaar zijn, terwijl die niet binnen de democratische
rechtsorde blijven. De overheid zou daartegen dus
eigenlijk moeten optreden. Ik verwijs naar bladzijde 15
van de kabinetsreactie en vraag de minister van Justitie
om verduidelijking.
Laten wij de ambassadeurs volgend jaar met een
betere boodschap de wereld in sturen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5277">

 
<spreker pagina="93-5277" anker="111" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Voorzitter. Ik feliciteer de heer
Wilders dat hij erin is geslaagd om ervoor te zorgen dat
het 1 uur en 38 minuten moest duren voordat het
WRR-rapport aan de orde kwam. Toch is dat een
belangrijk rapport.
De VVD-fractie was en is verbijsterd over het rapport
dat door de Wetenschappelijke Raad voor het Regerings-
beleid is uitgebracht. Wij vinden het echt een prestatie
om drie jaar te werken aan een rapport dat zo weinig
wetenschappelijke gegevens bevat. Het onderzoeks-
bureau van de Tweede Kamer heeft daarover deze week
duidelijke woorden gesproken. Het kwam precies tot die conclusie: het rapport is eendimensionaal, het benadrukt
alleen de veronderstelde positieve elementen binnen de
islamitische wereld en binnen de stromingen. Daarbij
komt dat de raad een zachtroze bril opzet. Hij beschrijft
vernieuwingsbewegingen en schrijft over allerlei
verlichte schrijvers. Hij vergeet echter te vermelden dat
veel van die schrijvers gevlucht zijn, in de gevangenis
zitten of zelfs zijn geëxecuteerd. Dat soort informatie
dient de WRR echter ook te vermelden.
Wij zijn van mening dat de WRR er helemaal niets van
heeft begrepen als hij zinsdelen noteert als ’’de eens zo
revolutionaire Libanese Hezbollah...’’ Hoezo revolutio-
nair? Het is een beweging die nu nog raketten afschiet
op Israël en die actief probeert om de Libanese regering
omver te werpen. Dit rapport lijkt dan ook meer op een
promotiefolder dan op een wetenschappelijk document.
Wij zijn van mening dat dit de WRR onwaardig is.
De VVD-fractie is heel verbaasd over de gematigde
kabinetsreactie. Het merkt terecht op dat het rapport een
veel rooskleuriger beeld schetst dan de werkelijkheid laat
zien. Vervolgens zegt het kabinet op bladzijde 6 dat deze
keuze verantwoord is. Op bladzijde 3 staat dat het
rapport zorgvuldig is. Hoe komt het kabinet in vredes-
naam tot zo’n oordeel?
Dit rapport gaat uit van de veronderstelling dat het
vooral een gebrek aan kennis is waardoor de islam de
Westerse burgers angst inboezemt. De WRR is daarom
op zoek gegaan naar positieve signalen en stromingen
om tegenwicht te bieden. Het lijkt er daarbij sterk op dat
de raad met de conclusie ’’dat het islamitisch activisme
wel degelijk aanknopingspunten biedt voor democratise-
ring en mensenrechten’’ de boodschap af wil geven dat
de burger weer rustig kan gaan slapen. Het valt allemaal
wel mee. Er zijn immers hoopvolle signalen.
De WRR gaat eraan voorbij dat het geen onkunde is
die veel Nederlanders angstig maakt, maar werkelijke
aanslagen, bedreigingen en terreurdaden. Dat is wat de
Nederlandse burger angstig maakt en dat is waarop de
WRR moet ingaan. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5278" anker="112" partij="D66" naam="Pechtold">
 De heer Zijlstra heeft de heer
Wilders cynisch gefeliciteerd dat die 1 uur en 38 minuten
heeft gesproken over van alles en nog wat, behalve over
het WRR-rapport. De heer Zijlstra maakt op zijn beurt
gehakt van het WRR-rapport. Was het dan toch een
gemeende felicitatie? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5278" anker="113" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Die conclusie trek ik niet. Ik zal
echter uitleggen waarom dit rapport niet wetenschappe-
lijk is en dat de conclusies niet goed zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5278" anker="114" partij="D66" naam="Pechtold">
 De heer Wilders doet hier
boude uitspraken. De heer Zijlstra serveert het rapport af.
Wat is echter zijn oplossing? Deze kabinetsperiode heb ik
van de VVD alleen steun aan Wilders gezien bij het
aanvragen van spoeddebatten over allerlei mogelijke
randverschijnselen. Wat is echter de visie van de heer
Zijlstra? Wat zegt hij tegen de anderhalf miljoen
islamieten in dit land? Dat het rapport niet deugt, dat
Wilders gelijk heeft of dat hij een eigen visie heeft? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5278" anker="115" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 De VVD is altijd helder. De VVD
heeft niets tegen de islam, maar wel tegen de uitwassen
daarvan. Die lijn volgt de VVD consequent. De VVD zal
alle middelen inzetten om die uitwassen te bestrijden.
Dat heeft niets te maken met de woorden van de heer
Wilders over het verbieden van de Koran. De VVD is een
liberale partij, die staat voor de vrijheid van meningsui-
ting en de vrijheid van godsdienst. De Koran kan dus niet
verboden worden. Dan zouden wij een belangrijke
Nederlandse waarde opzij zetten. Dat kan niet de
bedoeling zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5278" anker="116" partij="D66" naam="Pechtold">
 De VVD wil echter geen vrijheid
van nationaliteit. Ik mis overigens de heer Rutte. Veel
fractievoorzitters hebben de mogelijkheid genomen om
dit belangrijke debat te voeren. De heer Rutte heeft
gezegd dat dubbele nationaliteit en loyaliteit een
probleem vormen. Die vrijheid krijgen mensen dus niet
van de VVD. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5278" anker="117" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik vind de U-bochten die de heer
Pechtold in dit debat maakt knap. Daardoor gaat het
debat alle kanten op. Misschien moet ik hem straks ook
feliciteren dat hij het debat 1 uur en 38 minuten over
andere zaken heeft laten gaan. De VVD is helder over
dubbele nationaliteit. Iemand die Nederlander wil
worden, moet een keuze maken. Die keuze legt de VVD
vaak genoeg uit. Dit debat is daar niet het moment voor.
De Nederlanders worden bang van daadwerkelijke
gebeurtenissen. Het National Counter Terrorism Centre
heeft met een lijstje aangegeven wat er wereldwijd aan religieuze aanslagen is gepleegd: 1563. Vier daarvan
door joden gepleegd, 48 door christenen en 1511 door
moslims. Als de WRR daarover niets schrijft, gaat die
voorbij aan de gevoelens onder de mensen. Er is sprake
van een toenemende orthodoxie en radicalisering. Dat
wordt in het WRR-rapport te weinig genoemd. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5278" anker="118" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ik bestrijd de cijfers niet.
Misschien is het goed om het beeld te complementeren
en de denominaties van de slachtoffers te noemen. Het
overgrote deel van de terroristische misdrijven van
moslimextremisten is immers moslim. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5278" anker="119" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Voor de VVD is iedereen gelijk,
dus ook de slachtoffers. Het interesseert de VVD-fractie
helemaal niets wie het slachtoffer is van een aanslag. Het
gaat ons erom dat aanslagen worden gepleegd. Als de
heer Dijsselbloem aanslagen gaat goedpraten, omdat de
slachtoffers ervan toevallig tot dezelfde groep behoren,
dan is hij echt op de verkeerde manier bezig.
Wij zijn dus van mening dat die gegevens in de
analyse van de WRR hadden moeten staan. Dat is niet
het geval. Toch zegt het kabinet dat dit een zorgvuldig en
verantwoord rapport is. In het rapport staat verder dat
voormalige radicale bewegingen als de Hezbollah en de
Moslimbroederschap zich tot democratische middelen
hebben bekeerd. Daarbij wordt echter nooit de vraag
gesteld of men hiermee ook democratie als doel heeft
geaccepteerd. Ik geef in dit kader enkele citaten.
Democratie is als een auto, je gebruikt hem zolang hij
nuttig is en dan stap je uit als je je bestemming hebt
bereikt. Dit is een citaat van de heer Erdogan. U kent
hem wel. Dat is degene die wordt aangehaald als een
lichtend voorbeeld van hoe het islamitische democrati-
sche proces moet gaan lopen. Van dit soort uitspraken
word je toch niet echt vrolijk. Een ander citaat: Wij willen dat overeenkomstig de
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt
gehandeld. De kern van de verklaring is individuele
vrijheid. Iedereen moet vrij zijn. Vrijheid van meningsui-
ting, vrije verkiezingen, vrije pers, vrije tv en radio
behoren tot de rechten van de mensen en behoren tot de
eenvoudige basisrechten.
U mag drie keer raden wie dat heeft gezegd, voorzitter.
Het werd gezegd door de heer Khomeiny, een maand
voor de revolutie in Iran. Wat is daar ook alweer van
terechtgekomen? Helemaal niets!
Dergelijke aspecten komen niet naar voren in het
WRR-rapport. Toch noemt het kabinet dit rapport
zorgvuldig en verantwoord.
In het rapport wordt betoogd dat er binnen de sharia
ruimte is voor de ontwikkeling van democratische
rechten. Daarbij wordt Marokko als voorbeeld genoemd.
Het is fantastisch dat het daar is gebeurd, maar wat niet
wordt vermeld is dat de rechtsgeleerden, de islamitische
rechtsgeleerden, heel veel kritiek hadden op de
Marokkaanse koning. Het punt is juist dat deze verande-
ring buiten de sharia heeft plaatsgevonden. Dat roept
weer de vraag op hoe het kabinet tot de conclusie kan
komen dat dit rapport zorgvuldig en verantwoord is.
Wij lijken in dit land weer last te krijgen van het
cultuurrelativisme van de jaren zeventig en tachtig. Een
tranentrekkend slecht rapport van de WRR, want dat is
het, wordt door het kabinet zorgvuldig en verantwoord
genoemd. Het kabinet neemt bijvoorbeeld geen afstand
van de uitspraak dat er binnen het politieke debat sprake
is van islamofobie en stemmingmakerij. Ik geef toe, dat
ik voor die uitspraak na vandaag iets meer begrip heb,
maar dit kan een kabinet nooit laten gaan. Een interview
met WRR-onderzoeker Jan Schoonenboom in de Elsevier
van 12 april 2006 leerde ons dat de WRR hier onder
andere doelde op Maxime Verhagen. Zoals bekend, is die
nu minister van Buitenlandse Zaken. De heer Verhagen
beschreef toen het rapport als onzorgvuldige lariekoek.
Hoe kan het kabinet dan niet reageren op dergelijke
opmerkingen in het rapport? Is het kabinet het eens met
de opmerkingen van de WRR en, zo ja, wat vindt het van
de uitlatingen van de huidige minister van Buitenlandse
Zaken? Kan het kabinet ook uitleggen hoe het, inclusief
minister Verhagen, is gekomen tot het oordeel dat dit
een zorgvuldig en verantwoord rapport is?
Op bladzijde 190 van het rapport staat dat de
stigmatisering van de islam en moslims krenkend is voor
de overgrote meerderheid van de moslims die de hier
geldende democratie en mensenrechten als vanzelfspre-
kend aanvaarden, en dat daarom het politieke en
publieke debat op een andere wijze zou moeten worden
gevoerd. Dit is een redenatie die wij ook vaak vanuit het
kabinet horen. Minister Bos heeft het geroepen en
minister Vogelaar ook. Toch is het een vreemde
redenatie, gegeven de jaren zestig. Weet u nog dat in
1966 het boek Nader tot U uitkwam van Gerard van het
Reve? Daarin beschreef hij God als een ezel, en daarmee
had hij nog seks ook. Links vond het prachtig. Als het
over geloof en geloofsafval ging, kon alles, want de
gelovigen moesten toch vooral van het geloof af. Maar
waar is links veertig jaar later? Waar is links als het gaat
over geloof en geloofsafval? Wij mogen mensen niet
krenken, wordt er gezegd. Maar waarom dit verschil?
Waarom was Gerard van het Reve een held en waarom
was Theo van Gogh dat niet? En waarom is Eshan Jami
dat ook niet? Waarom weigert de PvdA om die verklaring
te ondertekenen? Die gaat toch over een van de
fundamentele dingen waarvoor ze als verlichtingspartij
heeft gevochten? Waar is minister Vogelaar nu? Waarom
heeft het kabinet hierover eigenlijk geen mening? Kan
het vandaag een mening geven? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5279" anker="120" partij="D66" naam="Pechtold">
 Als ik u zo hoor, krijg ik het idee
dat u van het geloof van niet-gelovigen zo ongeveer een
religie wilt maken met alle onhebbelijkheden van dien. U
citeert uit het rapport en zegt dat erin staat dat wij ook
moeten kijken naar de grote groep mensen die hier
gewoon hun best willen doen en willen integreren.
Vervolgens zegt u dat wij er vooral flink satire over
moeten kunnen maken en er flink op moeten hakken.
Wat is de analyse van de VVD-fractie van de zin in het
WRR-rapport waarin staat dat wij hier misschien wel een
miljoen mensen hebben – een klein deel daarvan bepaalt
nu elke keer de sfeer, mede dankzij de VVD – die aan het
integreren zijn? U bent tot nu toe alleen maar aan het
hakken op dat rapport. Dat is prachtig, maar wat zijn nu
uw oplossingen? Neemt u eens woorden als onderwijs,
stage of voor mijn part economie in de mond om die één
miljoen mensen te laten horen dat ook de VVD staat voor
vrijheid en dat dit betekent dat mensen hier welkom zijn
en een toekomst kunnen opbouwen. Of gaan wij hier
vandaag alleen een rapport fileren? Dat is prachtig, maar
wat is uw oplossing? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5279" anker="121" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 U doet nu precies hetzelfde als
wat u anderen verwijt, namelijk die één miljoen moslims
over dezelfde kam scheren. De VVD-fractie doet dat niet.
Wij pakken nu de zaken aan waar wij het niet mee eens
zijn. Wij geven aan waar de pijnpunten liggen en wij
scheren niet een miljoen moslims over dezelfde kam. Dat
is niet onze stijl. Wij hebben het alleen over de radicale
elementen. U doet nu precies het omgekeerde. U vraagt
mij waar ik ben en zegt dat het om een miljoen moslims
gaat. Daar gaat het helemaal niet over. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5279" anker="122" partij="D66" naam="Pechtold">
 Daar gaat het wel om. Het gaat
om de vraag of de volksvertegenwoordiging vandaag in
dit debat weer gaat praten over de kanten van de islam
die fout zijn. Wij vinden allemaal dat die er zijn. Alle
fracties vanaf die van de SP roepen dat zaken waarmee
de wet wordt overtreden moeten worden aangepakt.
Moeten wij niet een debat durven voeren over de vraag
wat de islam hier kan zijn hoe wij die mensen de hand
kunnen reiken? Of moeten wij die mensen alleen maar in
het gezicht slaan, zoals de heer Wilders doet? In alle
debatten over dit onderwerp surft de VVD-fractie mee op
de gevoelens van nationaliteit, sentimenten over
boerka’s en het schudden van handen en weet ik wat,
maar geeft zij geen antwoorden. Kijk die één miljoen
mensen aan en geef hun een toekomst, vrijheid. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5279" anker="123" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Volgens mij is vrijheid een van
onze kernbegrippen en, nogmaals, wij scheren niet al die
mensen over één kam. Alle moslims die hier een goed
leven hebben opgebouwd en die zijn geïntegreerd in de
samenleving, daar hebben wij het helemaal niet over. Als
u aan de hand van dit rapport op dezelfde lijn gaat zitten
en de ogen sluit voor zaken waar mensen in Nederland
bang voor zijn, zijn wij nog veel verder van huis. Dan
zorgt u ervoor dat de discussie op die manier blijft
doorgaan. Ik kom zo met een aantal oplossingen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5279" anker="124" partij="D66" naam="Pechtold">
 Dit is het fundament. De vraag
is of wij over angst praten of over kans. U wilt de
gevoelens verwoorden van mensen die angst hebben.
Dat doet de heer Wilders al. Die stelt het te zwart-wit,
letterlijk zwart tegen wit. Ik verwacht van een liberale
partij dat die hier de vrijheden verkondigt. Ik verwacht
dat u stelt waarom het verbieden van de Koran niet kan,
niet volgens de vrijheid van godsdienst en niet volgens
de vrijheid van meningsuiting. U surft mee. Uw leider is
er niet en dat vind ik eigenlijk nog erger in dit soort
debatten. Waarom laat u in dit soort debatten niet zien
waar u voor staat? Neem toch afstand van Wilders en
laat zien dat wij dat soort dingen niet doen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5279" anker="125" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik hoef niet elke keer afstand te
nemen. De VVD-fractie is in dit debat altijd heel helder
geweest. De punten die wij aanpakken betreffen de angst
die er leeft bij de Nederlanders. Natuurlijk moet de
overheid daar iets aan doen en natuurlijk beperkt die de
vrijheid van de gemiddelde burger in Nederland. Dat
negeren, is het domste dat wij kunnen doen. Dat is wat u
doet. Het is toch gek dat u zegt dat wij dat niet meer
moeten doen. U bent immers degene die net, overigens
terecht, tegen de heer Wilders zei dat wij in het kader
van de vrijheid van meningsuiting die discussie moeten
voeren. Nu voeren wij die discussie hier en nu zegt u,
een beetje in lijn van het rapport, dat wij het toch rustig
aan moeten doen, dat het allemaal wel meevalt, dat het
goede punten zijn, dat wij rustig moeten gaan slapen en
dat het allemaal goed komt. Het komt niet vanzelf goed,
mijnheer Pechtold. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5279" anker="126" partij="D66" naam="Pechtold">
 Met die karikatuur komt de heer
Zijlstra er niet. Ik daag hem uit om de andere kant van
het debat te zien en om de oplossingen bij de kop te
pakken. Wij debatteren met de minister voor Wijken en
Integratie. Ik stel vast dat de VVD volhardt in de toon die
men eerder heeft aangeslagen. Ik herinner mij dat de
heer Kamp in campagnetijd zei dat het zo vuil is op
straat omdat mensen uit andere culturen zo veel vuil
maken. Die toon is nog niet veranderd. Natuurlijk wil ik
praten over dingen die misgaan, zoals de agressie
tegenover homo’s. Natuurlijk wil ik erover praten
wanneer de emancipatie nog een paar generaties
achterloopt. Maar ik stel vast dat een partij die staat voor
vrijheid en liberalisme hier alleen meesurft op de
gevoelens van Wilders en daarvan geen afstand neemt.
Ik roep de heer Zijlstra op om daarvan nu eens een keer
keihard afstand te nemen en met eigen oplossingen te
komen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5280" anker="127" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 De VVD is altijd de partij geweest
die dit debat is aangegaan. Dat doen wij al jaren. De heer
Wilders is op onze surfplank gaan staan en heeft er nog
een buitenboordmotortje op gezet. Dat is zijn methodiek.
Wij gaan voor de goede en heldere boodschap dat je de
islam niet als geheel moet bekijken. Wij richten ons
tegen de elementen in de islam die de zaak verstieren.
Wij opteren niet voor een benadering zoals in de tijd van
Den Uyl, die ook de benadering van de heer Pechtold
lijkt te zijn, om net te doen alsof er niets aan de hand is,
de kop in het zand te steken en te denken dat het vanzelf
wel goed komt. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5280" anker="128" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik meen dat het debat
rommelig wordt. Ik heb, eerlijk gezegd, wel waardering
voor de VVD die stelt dat het niet gaat om dé integratie
van een miljoen moslims, maar over radicalisme. In dat
verband heb ik een vraag aan de heer Zijlstra. Een van
de ergste islamitische regimes ter wereld is dat in
Saudi-Arabië. In dat land worden de mensenrechten op
grote schaal geschonden. Er vinden geselingen en
ophangingen plaats. Ik kan een hele waslijst noemen. Er
is echter sprake van levendig economisch verkeer met dit
land. Er vinden wapentransporten plaats vanuit
Nederland naar Saudi-Arabië. Het antisemitisme is daar
wijd verbreid, ook onder de overheid. Is de heer Zijlstra
als vertegenwoordiger van – zoals ik hem een groot
aantal maal heb horen zeggen – een partij van de
vrijheid die de uitwassen wil bestrijden, niet ook van
mening dat de Nederlandse regering en het Nederlands
parlement juist heel fel daarop zouden moeten zitten?
Wij zouden bijvoorbeeld moeten uitspreken dat geen
wapentransporten meer mogen plaatsvinden. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5280" anker="129" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik wil deze vraag beantwoorden
met een tegenvraag. Mevrouw Halsema vraagt naar de
consequenties. Haar fractiegenoot mevrouw Peters heeft
onlangs gesproken met een vertegenwoordiger van
Hamas. De heer Usama Hamdan – een heel gezellige mijnheer – heeft gezegd: ’’Wij kiezen de juiste tijd en
plaats voor een zelfmoordaanslag. Mensen moeten
begrijpen dat er veel bioscopen, bussen en koffieshops in Israël zijn.’’ Een ander citaat luidt: ’’Het doel van onze
strijd is nog steeds de vernietiging van de entiteit van
Israël.’’ Mevrouw Halsema kan dan wel een leuk verhaal
ophangen dat wij nog met Saudi-Arabië praten, maar zij
praat zelf met de foute groeperingen. Zij moet dat dus
niet aan ons verwijten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5280" anker="130" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik meen niet te hebben
gezegd dat niet meer met Saudi-Arabië mag worden
gepraat. Dat heb ik niet bepleit. Ik heb bepleit dat wij een
heldere lijn trekken. Het moralisme dat de heer Zijlstra
tentoonspreidt ten aanzien van Hamas, spreidt hij niet
ten toon ten aanzien van Saudi-Arabië. Ik ben conse-
quent. Hij heeft kennelijk niet goed naar mijn verhaal
geluisterd. Ik heb een scherp, negatief oordeel geveld
over Hamas en hoe deze organisatie zich met zelfmoord-
aanslagen binnen de internationale verhoudingen
presenteert, maar ook in de binnenlandse verhoudingen
opstelt. Dat neemt niet weg dat ik wel van mening ben
dat je met Hamas moet praten wanneer dit vrede
bewerkstelligt en een einde kan maken aan het geweld.
Dat is iets heel anders. Nederland levert direct en indirect
wapens aan Saudi-Arabië. De heer Zijlstra zou het niet in
zijn hoofd halen om wapens te leveren aan Hamas.
Datzelfde geldt voor ons. Wij vragen de heer Zijlstra om
consequent te zijn en uit te spreken dat wij geen wapens
meer leveren aan Saudi-Arabië. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5280" anker="131" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 De VVD volgt een zeer conse-
quente lijn. Wij praten niet met organisaties die geweld
niet afzweren. Daarmee gaan wij geen contacten aan. Ik
erken dat kritiek kan worden geuit op de regering van
Saudi-Arabië. Deze regering hanteert echter niet het
principe om geweld tegen anderen te hanteren. Indien
dat wel het geval zou zijn, zou sprake zijn van een andere
verhouding. Hamas hanteert dat uitgangspunt wel. Daar
praat mevrouw Halsema mee. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5280" anker="132" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Het debat wordt weer
rommelig. Dat spijt mij. Ik had, naar mijn idee, een vrij
heldere vraag gesteld en een vrij heldere argumentatie
aangevoerd. Als ik de heer Zijlstra goed begrijp, zegt hij
niet te willen praten met bewegingen die geweld jegens
andere landen gebruiken, maar wel met regeringen die
de eigen bevolking tiranniseren, onderdrukken, geselen
en ophangen. Hij heeft kennelijk geen enkel moreel
bezwaar om dergelijke regeringen wapens te leveren en
economisch verkeer met hen te onderhouden. Dan kent
hij geen grenzen. Zolang zij het maar in hun eigen land
doen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5280" anker="133" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik vind dit een wonderlijke
samenvatting. De VVD spreekt niet met mensen die actief
oproepen tot geweld. Ik zeg nogmaals dat ik met u deel
dat er in Saudi-Arabië de nodige zaken gebeuren
waarvan wij niet blij worden. Volgens mij heeft de
Nederlandse regering hierover ook altijd een helder
standpunt gehad, ook toen de VVD in de regering zat. Dit
laat echter onverlet dat voor ons de crux hierbij is, dat
wij niet spreken met groeperingen die oproepen tot
geweld en geweld gebruiken als middel om zaken te
veranderen. Wij zijn er overigens blij mee dat de
regering dit ook afwijst.
Het democratisch proces kan misbruikt worden om
een einde te maken aan deze democratie. One man, one
vote, one time. Minister Donner sprak tijdens het
shariadebat op 14 september 2006 openlijk zijn twijfels
uit over deze weerbaarheid. Daarom heeft de VVD-fractie
in de persoon van mevrouw Van Miltenburg destijds een
motie ingediend waarin gevraagd wordt om een
grondige analyse van deze weerbaarheid. Hoe weerbaar
is de Nederlandse democratie? Op 18 juni 2007 heeft de
heer Teeven daar nogmaals om gevraagd, maar wij
hebben deze analyse nog niet gezien. Toch schrijft het
kabinet in haar reactie dat er onder omstandigheden
maatregelen moeten en kunnen worden genomen tegen
ondermijnende krachten. Verder stelt het kabinet dat er
in een weerbare democratie een zelfreinigend proces in
werking zal treden. De vraag is echter waarop het kabinet
dit baseert. Als de heer Donner namens de regering zijn
twijfels over deze weerbaarheid uitspreekt, waar komt
dan het geloof vandaan van het huidige kabinet, dat die
weerbaarheid er wel is? Kan de regering ons daarin eens
meenemen?
Ik zei al dat wij wel tevreden zijn met het standpunt
van het kabinet over gesprekken met bewegingen die
geweld gebruiken om veranderingen na te streven, zoals
Hamas. Dergelijke partijen worden door het kabinet
terecht uitgesloten. Wij steunen deze duidelijke lijn; wij
spreken niet met organisaties die terreur plegen. Ik gaf u
zojuist al wat citaten van de mijnheer waarmee is
gespoken. Die zal ik niet herhalen. Met hem is dus wel
degelijk gesproken. Wat een naïviteit. Hoe kun je met
iemand gaan praten, die oproept tot geweld? Ik vind dit
onvoorstelbaar. Ik vind het ook heel goed dat de regering
hiervan afstand neemt. Toch wil ik graag van het kabinet
horen hoe het aankijkt tegen een regeringspartij die aan
zo’n heldere afspraak kennelijk lak heeft. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5281" anker="134" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ik vraag mij af of wij
dezelfde kabinetsreactie hebben gelezen. Mij viel
namelijk op aan de zin die ook mevrouw Halsema
aanhaalde, dat het kabinet het zo door u toegejuichte
standpunt juist nuanceert. Het kabinet zegt dat er wel
met organisaties gesproken zal worden als die gesprek-
ken het doel dienen, het geweld te beëindigen. Hebt u
over deze zin heen gelezen? Legt u dit nog eens uit. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5281" anker="135" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Wij hebben de kabinetsreactie zo
geïnterpreteerd, dat het kabinet weigert om met
groeperingen te spreken die terreur gebruiken als middel
om zaken te veranderen. Als het kabinet daarover een
andere mening heeft, dan hoor ik dat graag. U weet in
ieder geval dan ons standpunt hierover; wij zullen het
niet met een ander standpunt van het kabinet eens zijn.
Als het kabinet bedoelt dat wij nu met Hamas moeten
gaan spreken met het doel dat deze groepering
misschien over een jaartje of dertig is omgevormd, dan
vind ik dit een bijzonder interessante kabinetsreactie. Ik
garandeer u dat wij dan na dit debat direct een spoedde-
bat zullen aanvragen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5281" anker="136" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Wellicht helpt het u als ik
de zin die ik bedoelde nog eens voorlees. ’’Groepen die
via geweld veranderingen nastreven, zijn geen gespreks-
partner voor de overheid tenzij deze gesprekken erop
gericht zijn dit geweld te beëindigen.’’ Ik houd u dit maar
even voor, terwijl ik weet dat u het hiermee niet eens
bent. U looft het kabinet echter om een standpunt dat
wat genuanceerder ligt dan u nu schetst. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5281" anker="137" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 De Nederlandse regering kan niet
met groeperingen gaan spreken die bezig zijn met
geweld de zaak ondersteboven te gooien. Vanaf het
moment dat een organisatie zich bereid verklaart te
stoppen met geweld, kan een gesprek worden aange-
gaan. Ik denk daarbij aan de situatie in Ierland. Op deze
manier hebben wij de kabinetsreactie gelezen. Als een
organisatie zegt dat geweld nog steeds een legitiem
middel is, dan worden er wat de VVD-fractie betreft geen
gesprekken mee gevoerd. Gisteren heeft minister
Verhagen nog onomstotelijk en helder afstand genomen
van het voeren van dergelijke gesprekken. Hij is onze
minister van Buitenlandse Zaken en ik neem aan dat hij
namens de regering spreekt. Of de minister van
Buitenlandse Zaken is gisteren uit de bocht gevlogen of
het kabinet heeft in een keer een andere mening. Wij
horen graag een toelichting. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5281" anker="138" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Wat is nu eigenlijk de
positie van de VVD? In het verleden is, toen de oorlog in
voormalig Joegoslavië nog woedde, gesproken met
Milosevic. Amerika en Duitsland hebben dat gedaan. De
Europese Unie heeft dat gesteund. Die had toch veel
bloed aan zijn handen en het vechten ging gewoon door.
Wil de heer Zijlstra nu met terugwerkende kracht zeggen
dat er grote fouten zijn gemaakt, hoewel dat uiteindelijk
heeft bijgedragen tot het einde van de oorlog? Of geldt
dat alleen voor groeperingen die hem niet zinnen? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5281" anker="139" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik herhaal mijzelf. Onze lijn is en
blijft duidelijk. Wij spreken niet met groeperingen die
geweld als instrument aanhangen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5281" anker="140" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 De heer Zijlstra zegt nu wel dat dit duidelijk is, maar ik hoor vooral: soms wel,
soms niet. Met Saudi-Arabië wil hij wel spreken, maar
daar worden vrouwen gestenigd. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5281" anker="141" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Mevrouw Halsema heeft wel
vaker last van een selectief gehoor. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5281" anker="142" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Een sterke verdedi-
ging! 

</spreker>
<spreker pagina="93-5281" anker="143" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Dank u!
Het kabinet vindt dat een sterke nadruk op religieuze
identiteit als splijtzwam kan werken. Dat staat op pagina
3. Daarnaast zegt het dat een religieuze overtuiging nooit
een vrijbrief kan zijn voor het met dwang, intimidatie of
bedreiging inperken van vrijheden van leden van de
eigen gemeenschap, afvalligen of anders gelovigen. Als
dat wel gebeurt, is dat volgens het kabinet reden tot
ingrijpen door de Staat. De VVD is het van harte met die
woorden eens. Zij roept het kabinet op om die woorden
om te zetten in daden, in concrete acties. Dat moet dan
niet op de wijze van de heer Wilders. Laat helder zijn dat
polarisatie geen problemen oplost, maar concrete
maatregelen doen dat wel. Laten wij eerlijk zijn, als je
meegaat in radicalisme, in wat radicale bewegingen
nastreven, dan is dat een ultieme overwinning van die
radicalen. De VVD zal dat nooit willen.
Je moet die radicalen wel keihard aanpakken. De VVD
wil dat er opgetreden wordt tegen radicale imams en
radicale moskeeën. Reeds op 28 april 2004 nam de
Kamer een motie van de VVD aan om tot sluiting van
radicale moskeeën te kunnen overgaan. Deze uiterste
maatregel moet wat ons betreft nu ingevoerd worden,
omdat zij past binnen de bestaande juridische kaders.
Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten
van de mens laat hier in artikel 9 duidelijk ruimte voor. Ik
hoor graag een reactie van het kabinet. Eventueel dienen
wij in tweede termijn een motie hierover in.
Ook moeten radicale imams beter bestreden worden.
Een aantal radicale imams is in het bezit van de
Nederlandse nationaliteit. Daardoor kunnen zij niet
uitgezet worden als zij haatdragende teksten uitspreken
en de Nederlandse samenleving als entiteit verwerpen.
Dat mag nooit het geval zijn. Deze imams verwerpen
essentiële grondwaarden van onze maatschappij,
vastgelegd in onze Grondwet. En dus is er volgens de
VVD binnen de bestaande juridische kaders wel degelijk
de mogelijkheid om hun de Nederlandse nationaliteit te
ontnemen en hen vervolgens uit te zetten. Het Europees
Nationaliteitsverdrag en het VN-verdrag betreffende het
beperken van het aantal gevallen van stateloosheid
bieden hiervoor naar onze mening de ruimte. Wij hebben
dat laten checken door wetgevingsjuristen, die dat
bevestigen. Laten wij dat dus nu eens gaan doen. Graag
hoor ik de reactie van het kabinet. Anders dienen wij in
tweede termijn een motie daarover in.
Ten slotte wil de VVD dat de motie van de leden
Verhagen, Bos, Van Aartsen en Halsema van 11 novem-
ber 2004 weer wordt opgepakt. In deze breed gesteunde
motie werd uitgesproken, dat er na de totstandkoming
van een Nederlandse imamopleiding vanaf 2008 geen
imams van buiten Nederland meer mogen worden
toegelaten. De imamopleiding is inmiddels van de grond
gekomen. Wij willen daarom dat het tweede deel van de
motie wordt uitgevoerd. Het probleem van radicale
imams wordt voornamelijk veroorzaakt doordat zij uit
zeer conservatieve landen komen. Dat probleem kan
alleen worden opgelost door een stop te zetten op het
hiernaar toe komen van buitenlandse imams. Nogmaals,
dat kan, want binnenkort komen er Nederlandse imams.
Het kabinet lijkt hier te draaien. Het merkt op dat het in
gesprek zal gaan om ervoor te zorgen dat afgestudeer-
den van de Nederlandse imamopleiding daadwerkelijk
emplooi kunnen krijgen. Hoezo? De tekst van de motie is
toch helder? Vanaf 2008 is het niet meer nodig dat
nieuwe imams naar Nederland komen, want er is
emplooi voor de mensen die afstuderen. Het gesprek is
helemaal niet nodig. Als het tweede deel van de motie
wordt uitgevoerd, is dat probleem ook opgelost. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5282" anker="144" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ik wil even terugkomen
op uw opmerkingen over het ontnemen van het
Nederlanderschap aan genaturaliseerde imams die haat
en geweld zaaien. Volgt u de redenering dat genaturalis-
eerden – ik neem aan dat u geen onderscheid maakt
tussen geloven of functies – die het Wetboek van
Strafrecht overtreden, het Nederlanderschap kan worden
ontnomen? Dat zou een principiële lijn zijn. Of wilt u dit
alleen laten gelden voor moslims of alleen voor zover
het gaat om het artikel over haat zaaien en geweld
prediken? U overschrijdt nu met groot gemak de lijn dat
zij die voor de wet Nederlander zijn, volstrekt gelijk
zullen worden behandeld. Het artikel luidt nog anders,
maar zeker Nederlanders, mensen die volledig genatura-
liseerd zijn, moeten voor de Nederlandse wet toch gelijk
worden behandeld. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5282" anker="145" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Het is geen stap die je makkelijk
zet, maar het is wel een noodzakelijke stap. Mensen die
Nederlander zijn geworden, kunnen natuurlijk niet alle
waarden verwerpen die daarbij behoren, zoals non-
discriminatie, gelijkheid van man en vrouw, tolerantie
jegens homo’s en dergelijke. Als je dit wel doet, ben je
helemaal niet bezig met integreren in de Nederlandse
maatschappij. Als imams dit doen, heeft dit een ver
strekkende uitwerking. En overigens zou dit ook voor een
dominee gelden, het gaat om mensen die voorgaan in
het gebed. Als die dit soort boodschappen uitdragen,
moet je ertegen kunnen optreden, want je ziet de
gevolgen ervan, je ziet dat het tot radicalisme leidt. Dat
willen wij voorkomen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5282" anker="146" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 De afbakening maakt u
dus bij de functie van geestelijk voorganger. Als zulke
mensen basale Nederlandse waarden verwerpen en dat
ook uitdragen, wordt hun het Nederlanderschap
ontnomen. Het gaat dus niet alleen om handelen, want
dan moet de rechtsstaat natuurlijk onmiddellijk optreden,
het uitspreken van zo’n overtuiging is voor u al
voldoende. Het gaat ook alleen om de categorie van de
geestelijk voorgangers van welk geloof dan ook, dus het
geldt niet voor een ander die op straat dezelfde
opvattingen verkoopt. En het gaat alleen om het uiten
van gedachten, want handelen wordt vanzelfsprekend al
aangepakt. Dus alleen al het openlijk belijden van dit
soort overtuigingen leidt tot ontneming van het
paspoort, zo begrijp ik. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5282" anker="147" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Het is natuurlijk vreemd om in
deze maatschappij te willen verblijven als je zegt dat je
deze verwerpt. Wat doe je dan überhaupt in Nederland?
Er staat geen hek om dit land, je kunt op elk moment
naar een ander land vertrekken waar je het beter of
prettiger vindt. Maar als je het niet doet en doorgaat met
het uitdragen van boodschappen die aan de kern-
waarden van de Nederlandse maatschappij raken, om
anderen van je opvattingen te overtuigen, dan is de
grens bereikt en moet de overheid optreden en niet
achteroverleunen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5282" anker="148" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Het gaat u dus om het
aanzetten tot haat en geweld, maar alleen als geestelijk
voorgangers dat doen? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5282" anker="149" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Kunt u dat motiveren? U
maakt al een onderscheid tussen Nederlanders van
geboorte en mensen die later Nederlander zijn gewor-
den. Dat is al een grote sprong. Vervolgens zegt u dat
het niet alleen om handelen gaat, maar ook om het uiten
van gedachten. En ten slotte zegt u dat het alleen om
geestelijk voorgangers en niet om anderen gaat. Ik
probeer de logica van uw voorstel te begrijpen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5282" anker="150" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Het gaat om de impact van
bepaalde woorden, en dan geldt natuurlijk dat de impact
van de woorden van een geestelijk voorganger veel
groter is dan wanneer iemand op straat gewoon iets
roept. Begrijp me goed, ook dat heb ik liever niet, maar
het gaat om de impact van zulke woorden. En als
voorgangers zulke taal uitslaan, heeft het ontegenzegge-
lijk gevolgen voor de openbare orde, voor de grond-
waarden van onze maatschappij. Dit is helder omschre-
ven in het Nationaliteitsverdrag en in het Europees
Verdrag voor de Rechten van de Mens, dus er is goed
over nagedacht en wij willen dat de regering hier
gewoon gebruik van maakt. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5282" anker="151" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Maar u vindt wel dat
zulke mensen eerst moeten zijn veroordeeld wegens
overtreding van het artikel dat gaat over het aanzetten
tot haat en geweld? Vindt u niet dat wij eerst maar eens
dat artikel in stelling moeten brengen of zegt u als
liberaal dat wij daar helemaal niet aan moeten beginnen,
dat de vrijheid van meningsuiting zo groot mogelijk moet
zijn en dat de overheid hierbij terughoudend moet zijn? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="152" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Op het moment dat haat en
geweld worden uitgedragen, moet men daarvoor worden
aangepakt, met als ultieme consequentie dat je iemand
de nationaliteit kunt ontnemen, en kunt uitzetten. Dat kan
op dit moment niet, en daarom willen wij dat dat wordt
ingevoerd. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="153" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 U refereerde aan het
debat over de invoering van de sharia in Nederland.
Toen had de VVD met de Partij van de Arbeid nog een
groot vertrouwen in de kracht van de democratische
rechtsorde, en dat heeft u nu niet meer. Waarom zegt u
niet gewoon dat wij de rechtsstaat eerder in stelling
moeten brengen, waar haat en geweld wordt gezaaid?
Waarom toch dat gebrek aan vertrouwen in de Neder-
landse rechtsstaat? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="154" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 De VVD heeft juist een enorm
vertrouwen in de Nederlandse rechtsstaat, want wat wij
voorstellen past precies binnen alle voor de rechtsstaat
geldende regels. Natuurlijk gaan wij iemand die
haatdragende teksten uit, aanpakken. Maar op dit moment is de ultieme consequentie er nooit: je kunt
iemand niet de grens overzetten als hij consequent
haatdragende teksten uit. De VVD wil dat die mogelijk-
heid er wel komt, want het is erg gek dat iemand die hier
woont en de Nederlandse maatschappij met zijn
vrijheden voor bijvoorbeeld homo’s afkeurt, niet kan
worden uitgezet. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="155" partij="D66" naam="Pechtold">
 Ik ga door op hetzelfde
onderwerp als de heer Dijsselbloem. U zegt dat geestelijk
voorgangers die haatdragend zijn, of bijvoorbeeld
homofilie verwerpen, moeten kunnen worden uitgezet,
zelfs als ze zijn genaturaliseerd. U onderbouwt die
stelling met het argument dat zij voor grote groepen
kunnen spreken, en daarmee volgelingen kunnen krijgen. Artikel 1 Grondwet luidt: allen die zich in Nederland
bevinden zullen gelijk worden behandeld. Waarom nu die
geestelijk voorganger in een debat over islamitisch
activisme? U zegt er wel makkelijk bij dat het ook over
dominees gaat, maar politici spreken ook voor grote
groepen, en hebben ook aanhangers, verder noem ik
vakbondsleiders en tv-mensen. Waarom kunnen wij die
anders behandelen? Moeten die ook het land worden
uitgezet? Ga eens even door op deze vergelijking! 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="156" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Het gaat over gebedsdienaren in
de brede zin van het woord. Maar laten wij elkaar nu niet voor de gek houden: het is niet toevallig dat het om de
islam gaat, want daar hebben wij het nu juist over. Dan
kunnen wij ons hoofd wel in het zand steken, maar dat is
wel het probleem waarover wij het hebben. Het geldt
ook voor dominees, maar dat is nu net een groep
waarmee wij in dit land geen problemen hebben.
Mochten we die wel krijgen, dan krijgen zij een identieke
behandeling. Daar doet de VVD niet moeilijk over. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="157" partij="D66" naam="Pechtold">
 Te makkelijk. Homoseksualiteit
ligt in heel veel geloven absoluut niet makkelijk, sterker,
wij hebben daarover veroordelingen gehad. Ga nu eens
in op mijn argument van die geestelijk leider ten opzichte
van de politieke leider, of de vakbondsleider. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="158" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Op het moment dat een
geestelijk leider oproept tot geweld tegen dergelijke
groepen – de heer Wilders noemde het voorbeeld om
homo’s met het hoofd omlaag van een gebouw af te
gooien – ben je fout bezig. De VVD vindt dat je als staat
dan de ultieme consequentie moet laten gelden, namelijk
het intrekken van de nationaliteit van die leider, en het
verwijderen uit ons land, zodat het eens is afgelopen met
dat soort boodschappen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="159" partij="D66" naam="Pechtold">
 Tegen de VVD, toch sinds jaren een serieuze partij, zeg ik dat artikel 1 Grondwet luidt:
allen die zich hier in Nederland bevinden. Ga nu eens in
op mijn argumentatie, en maak de vergelijking nu eens
af! Het is allemaal stoere taal, maar het leidt nergens toe.
Leg nu eens uit wat wij kunnen aanpassen, en ga in op
de vergelijking tussen de geestelijk leider en de politiek
leider. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="160" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 In het begin van het debat gaf de
heer Pechtold aan, op maatregelen van de VVD te
wachten, nu stel ik ze voor, en nu is het weer niet goed! 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="161" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Er zijn meer mensen in
Nederland die Nederlands van afkomst zijn, het
buitenland alleen kennen omdat zij in een grijs verleden
wel eens met de caravan naar Frankrijk gingen en zich
toch bekeren tot de islam. Een groter aantal wordt ook
imam en haalt in de teksten uit. Wat doet u daarmee? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="162" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 De VVD acteert binnen de
juridische kaders. Helaas is het heel duidelijk dat
niemand staatloos kan worden. Iemand die maar één
nationaliteit heeft, is dus niet stateloos te maken. Dat
realiseren wij ons. Dan is er dus geen consequentie. Wij
vinden dat iemand die twee nationaliteiten heeft, aan het
begin een keuze moet maken. Als zij dat niet gedaan
hebben, kun je de nationaliteit afnemen.
Wij kunnen hierover nog uren discussiëren. Als u dat
wilt, laat ik even een kopje koffie halen en dan ben ik er
klaar voor, maar dat lijkt mij niet verstandig. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="163" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik vind dit buitenge-
woon helder. Wat u zegt is dat de straf die voor de een
geldt, niet voor de ander geldt. Voor de ander geldt
bovenop het strafrecht verbanning. Dat heet rechts-
relativisme of cultuurrelativisme. Daarbij introduceer je
naar groepen verschillende straffen. Ik ben daar een
tegenstander van. Het spijt mij dat de VVD zo cultuur-
relativistisch is. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5283" anker="164" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik wijs mevrouw Halsema erop
dat dit bestaande wetgeving betreft. Het kan al. Helaas.
De VVD heeft niets tegen de islam, maar wel tegen de
uitwassen. Die moeten bestreden worden. Het is goed
om te constateren dat er verlichte elementen in de islam
aanwezig zijn, maar dat ontslaat ons niet van de plicht
om die radicale elementen keihard aan te pakken. Ik zie
de islam als een akker met mais waar onkruid tussen groeit. Het kabinet zegt eigenlijk: laten wij vooral niets
doen; misschien gaat het onkruid dan vanzelf weg. De PVV heeft een andere tactiek: brand gewoon de hele
akker af, dan ben je ook van het onkruid af. De VVD zegt
dat het onkruid gericht bestreden moet worden: pak de
radicalen aan; roei het onkruid met wortel en tak uit. De
VVD is er dus voor om extremisten aan te pakken, maar
de goedbedoelende moslim te sparen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5284" anker="165" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 De beeldspraak die u
op het laatste gebruikte, sprak mij aan. Toch heb ik nog
een vraag.
U begon met heel harde kritiek op het WRR-rapport.
Overigens hebben wij ook enige kritiek gehad, vooral
omdat de WRR het internationale probleem niet
voldoende serieus nam, al was die minder hard dan die van u. U noemde cijfers: 1500 aanslagen door moslims
gepleegd enzovoorts, het grote internationale probleem
wordt onderschat. Dan zou je toch denken dat de VVD
ook in zijn oplossingen internationaal georiënteerd is.
Het enige wat ik u hoor bepleiten is om iets meer vaart
te maken met de imamopleiding. Verder spreekt u over
het uitzetten van mensen met een dubbele nationaliteit.
Wat wilt u nu eigenlijk bereiken? Heeft u echt op zo’n
groot internationaal probleem alleen maar een paar
oplossingen op de vierkante millimeter? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5284" anker="166" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Die paar oplossingen zijn er altijd
nog een paar meer dan die van u. De WRR constateert in
zijn inleiding dat de problemen die zich op dit moment in
de Nederlandse maatschappij voordoen tussen de
radicale islam en de autochtone bevolking, voortkomen
uit beelden die internationaal worden neergezet. Zelfs de
WRR geeft dus in zijn inleiding helder aan dat de kern
van het probleem dat hij bekijkt, hier ligt. Dat kan
verklaard worden door allerlei zaken die in de wereld
gebeuren. Daar focust de WRR op. Dat laat onverlet dat
de VVD zich richt op zaken die hier gebeuren. Dat
hebben wij hier geprobeerd te doen. U kunt het met die
maatregelen eens zijn of niet, maar er worden in ieder
geval maatregelen voorgesteld, en dat gaat wat verder
dan mooie woorden zoals ’’de vrijblijvendheid voorbij’’
en ’’wij moeten eens aan de slag’’. Wij doen concrete
voorstellen. Ik hoop dat andere partijen daarin meegaan
of anders zelf voorstellen doen in plaats van in woorden
te blijven hangen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5284" anker="167" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Als ik de VVD zo hoor,
lijkt het mij dat het ministerie van Buitenlandse Zaken
kan worden afgeschaft. ’’Wij richten ons alleen maar op
de zaken hier’’, dat is wat u zegt. Ondanks dat u het
verband onderkent tussen internationaal islamisme en
ontwikkelingen hier, sluit u de ogen voor islamitische
regimes die zich schandelijk misdragen, voor aanslagen
gepleegd door moslims waar moslims slachtoffer van
zijn en stelt u niks voor. Als u een stap durft te zetten,
volgt u mij straks door bijvoorbeeld een grens te stellen
aan de wapentransporten door Saudi-Arabië. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5284" anker="168" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik ben wel degelijk ingegaan op
de internationale aspecten. Ik heb een leuk citaat
gegeven van de heer Erdogan, die in het WRR-rapport
als lichtend voorbeeld wordt genoemd. Dat zijn
voorbeelden waar wij wel wat angstig van worden en die
noem ik dan ook. Daarom had ik die kritiek. Wij kunnen
prachtige betogen houden over het buitenland, maar het
gaat op dit moment om de zaken die hier in Nederland
gebeuren. Daar blijft de VVD op focussen. Natuurlijk is
het belangrijk om buitenlands beleid te hebben, maar wij
vinden dit probleem zo belangrijk dat wij met concrete
voorstellen komen. Nogmaals, ik hoor mevrouw Halsema
niet. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5284" anker="169" partij="SP" naam="De Wit">
 De heer Zijlstra sprak mij erop aan
dat ik vind dat het afgelopen moet zijn met de vrijblij-
vendheid. Dat hoorde ik zojuist ook in zijn beantwoor-
ding. Maar wat is nu zijn oplossing? Hij schetst het hele
probleem en hij verschilt met bijna niemand in deze
Kamer van mening over de oplossing. Hij zegt dat wij de
radicale groep die zich misdraagt en die allerlei heel
verkeerde dingen doet, moeten aanpakken. Daarover zijn
wij het toch allemaal eens? Heeft hij het idee dat het
probleem dat op dit moment in de samenleving bestaat,
dan opgelost is? Wat vindt hij dan heel concreet van de
integratie? Moeten wij daar niet juist op inzetten? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5284" anker="170" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Misschien is de heer De Wit even
weggeweest. Wij delen met z’n allen dat wij het
radicalisme moeten aanpakken. Hij noemt dat een
oplossing, maar dat is geen oplossing. Een oplossing zijn
concrete maatregelen. Ik doe drie concrete voorstellen.
Daar mag de heer De Wit het mee oneens zijn, maar dat is wat anders dan zijn woorden: wij hebben een
oplossing, want wij zijn het eens dat radicalisme
bestreden moet worden. Dat zijn woorden en dat zijn
geen daden. De VVD gaat voor de daden. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5284" anker="171" partij="SP" naam="De Wit">
 Mijn invalshoek is juist dat wij het
opsporen van radicale tendensen en het mensen voor de
rechter slepen, die deze mensen uiteindelijk veroordeelt,
rustig kunnen overlaten aan de autoriteiten en aan de
instanties die daarvoor zijn in Nederland. Het is heel
duidelijk dat wij die mensen moeten oppakken als het
fout gaat. De voorstellen om een moskee te sluiten en
over radicale imams zijn niet de oplossing van het
probleem. Het probleem ligt veel dieper. Zelfs als die ene
imam wordt uitgezet, is er nog sprake van verstoorde
verhoudingen in de wijken, waar mensen zich afzetten
tegen mensen die moslim zijn. Daar moeten wij wat aan
doen. Dat is een veel groter probleem, omdat het veel
meer mensen raakt. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5284" anker="172" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik kan blijven herhalen dat wij
een paar concrete maatregelen nemen. Natuurlijk zit er
nog een heel palet onder. Wij hebben het dan over
onderwijs, het ontwikkelen van mensen, gelijke kansen
geven. Daarover zijn wij het allemaal eens, maar wij zijn
ook bezig om die radicale elementen te bestrijden. Dat
doen wij hier. Dat zorgt ervoor dat de discussie over een
miljoen moslims, waarover de heer Pechtold het heeft,
ervan af kan gaan. Wij zeggen dat die radicale elementen
moeten worden aangepakt en al die andere zaken
natuurlijk ook.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5284">

 
<spreker pagina="93-5284" anker="173" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Voorzitter. Om te
beginnen feliciteer ik de heer Wilders, niet met zijn
bijdrage, maar met zijn vierenveertigste verjaardag. Ik
wens hem nog vele jaren en heel veel wijsheid.
Voor de Partij van de Arbeid is dit debat geslaagd als
er meer duidelijkheid komt over welke strategie dit
kabinet volgt in het omgaan met de islam als nieuwe
grote godsdienst in dit land, met orthodoxie, het
voorkomen van radicalisering en het bestrijden van
extremisme. Op een aantal concrete punten moeten wij
toch stappen kunnen zetten?
Eerst enkele opmerkingen over religie in onze
moderne maatschappij. Ik zal vooral spreken over het
binnenland en ik besef dat ik daarmee het WRR-rapport
tekort doe. Aan het slot van mijn betoog kom ik op
buitenlands beleid.
In het gepolariseerde debat van de laatste tijd is de
misvatting naar voren gebracht dat de vrijzinnigheid van
de Partij van de Arbeid betekent dat wij ons niet
verhouden tot religie. Wie onze partijgeschiedenis kent,
weet dat voor de Partij van de Arbeid, zeker sinds de
doorbraak van 1946, religies of beter nog alle levensbe-
schouwingen een waardevolle inspiratiebron en een
moreel kader voor het handelen van individuen kunnen
zijn. Wij zijn geen religieuze partij, maar zeker ook niet
antireligieus.
Geloof is in de visie van de Partij van de Arbeid een
individuele keuze, zoals anderen ook hebben gezegd. De
vrijheid om die individuele keuze voor geloof of
geloofsafval te maken is vastgelegd in de wet, verdient
een zeer actieve bescherming van de overheid en zal ook
moeten worden bevochten binnen geloofsgemeenschap-
pen. Die emancipatiestrijd is binnen de islam volop
gaande. Ondertussen staat de Partij van de Arbeid niet
neutraal tegenover religie, tegenover religieus geïnspi-
reerd handelen of tegenover religieus geïnspireerde
maatschappijvisies. Daarin verschilt onze partij van de
overheid. De overheid moet immers neutraal zijn. Wij
staan het dichtst bij progressieve krachten, bij hen die op
basis van levensbeschouwing kiezen voor solidariteit,
rechtvaardigheid en verdraagzaamheid.
Voor de Partij van de Arbeid is het helder. De islam is
een grote blijvende godsdienst in Nederland. Wij hebben
nu te maken met een grote groep nieuwe gelovigen, met
sterke ook cultureel bepaalde gemeenschapsnormen. En
dat op een moment dat Nederland sterk is geseculari-
seerd en geïndividualiseerd. Verworvenheden van de
afgelopen decennia, zoals gelijke behandeling van
vrouwen en homo’s, staan ineens opnieuw onder druk.
Vanzelfsprekende vrijheden lijken niet meer vanzelfspre-
kend. Wij zullen actief ruimte moeten geven aan de
islam, maar wij zullen tegelijkertijd de grenzen waarbin-
nen de islam zich in Nederland moet nestelen, scherp
moeten markeren.
Een geloofsopvatting kan nooit een rechtvaardiging
zijn voor het met voeten treden van elementaire
grondrechten en rechtsregels van ons land. Daarvan zijn
de laatste jaren helaas wel veel voorbeelden geweest.
Straatrovers in Rotterdam die hun misdrijven goed
probeerden te praten onder verwijzing naar hun geloof.
Terroristen die hun gruwelijkheden rechtvaardigden op
basis van de Koran. Vaders of broers die geëmanci-
peerde meisjes mishandelden, omdat de eer zou zijn
aangetast. Homo’s die in elkaar worden geslagen. Het
moet duidelijk zijn dat wij als samenleving, als politiek en
als staat, pal staan voor die grondrechten, voor de
vrijheid van eenieder. Geen enkel geloof rechtvaardigt
geweld, tirannie of onderdrukking.
Ons beginselprogramma van enkele jaren geleden is
daar kraakhelder over. ’’Alle burgers mogen rekenen op
vrijwaring van discriminatie en op een respectvolle
behandeling van culturele en religieuze uitingen die
vallen binnen de grenzen van onze democratische
rechtsstaat. Respect voor de geloofsvrijheid van anderen,
acceptatie dat mannen en vrouwen, homo’s en hetero’s
in Nederland gelijke rechten hebben. En het recht op
geloofsafval behoort daarbij.’’
In het maatschappelijke debat wordt naar onze smaak
veel te vaak meegegaan in de redenering dat de islam
deze onderdrukking nu eenmaal toestaat of zelfs
propageert. Als Al Qaida zegt te handelen vanuit de
zuivere islam, moeten wij niet de fout maken door te
zeggen ’’aha, dan is de zuivere islam dus het probleem
en is de enige redding dat moslims dat geloof afzweren’’.
Die denkfout waarmee we zij aan zij zouden komen te
staan met de salafisten en de wahabisten, wordt te vaak
gemaakt en wordt ook vandaag weer gemaakt in het
betoog van de fractievoorzitter van de PVV. Het zijn de
radicale islamisten die steeds spreken over de wereld-
gemeenschap van de moslims als een homogeen front
tegenover het Westen, het perfide Westen dat de islam
zou willen vernietigen.
Uit de diversiteit van geloofsopvattingen die er is,
spreekt het tegendeel. Laten wij dus die diversiteit
benutten om progressieve krachten te ondersteunen en
als bondgenoot te zien. Ik doel op de progressieve
moslims die inmiddels overal in onze maatschappij actief
zijn, die fora oprichten, debatten organiseren en elkaar
steunen. Ik ken organisaties van moslimstudenten en
vrouwenorganisaties in de grote steden. Ik ken organisa-
ties van homoseksuele moslims.
Moslims in Nederland hebben nog geen leiders met
een natuurlijk gezag en draagvlak. Laten wij ook niet de
illusie creëren dat wij via de huidige generatie moskee-
bestuurders met de moslims praten. Maar laten wij
bovenal vertrouwen hebben in de kracht van de
democratische rechtsstaat, om daar waar onze grond-
rechten met voeten worden getreden, snel en effectief op
te treden. Op dit punt krijg ik graag een reactie van de
minister-president. Hoe ziet hij eigenlijk de rol van de
overheid in het bevorderen van het emancipatieproces
binnen de islam in Nederland? Hoe ziet hij de rol van de
overheid in het bevorderen dat er zich een Nederlandse
islam ontwikkelt, passend bij het kader van onze
rechtsstaat? En hoe ziet hij zijn eigen rol in het succesvol
verder brengen van dit proces?
De huidige officiële gesprekspartners van de Neder-
landse overheid zijn niet representatief voor de vele
verschillende geluiden onder Nederlandse moslims.
Liberale en progressieve moslims zijn naar onze mening
ondervertegenwoordigd in de contactorganen. Volgens
het SCP bezoekt ongeveer de helft van de Nederlandse
moslims niet of nauwelijks meer de moskee. Toch heeft
de overheid de illusie dat zij door moskeebestuurders
aan te spreken, de Nederlandse moslims bereikt. De
bestuurders die daar met de ministers overleggen,
leggen ook geen publieke verantwoording af over hun
inbreng, over hun standpunt of over gemaakte afspraken.
Veel jongeren, veel moslimjongeren herkennen zich niet
in deze zelfbenoemde, veelal conservatieve leiders. Deze
leiders blijken niet in staat zich te manifesteren in het
maatschappelijke debat. Zij worden node gemist. Op
deze manier wordt emancipatie niet bevorderd maar
eerder gesmoord. Is het kabinet bereid om de bestaande
overlegstructuur tussen de overheid en moslims op de
helling te zetten en de diversiteit onder de Nederlandse
moslims daarin voluit tot zijn recht te laten komen? Ik
hoor hierop graag een reactie. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5285" anker="174" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik zat tot nu toe mee te
lezen. Vanmorgen stond het betoog van de PvdA-fractie
namelijk in de krant. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="175" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ja, ik wilde u ter wille
zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="176" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Het is inderdaad prettig
om over de gedrukte tekst te beschikken. Eerlijk gezegd
ben ik enigszins verbaasd. Ik heb de indruk dat de
PvdA-fractie doet voorkomen alsof zij een nieuw standpunt inneemt: zorg dat, als je spreekt met zelf-
organisaties, niet de oude, conservatieve moslim-
bestuurders daarbij betrokken zijn. Je moet spreken met
mensen die emancipatie voorstaan. De heer Dijsselbloem
doet alsof dat een nieuw standpunt is, maar ik meen mij
te herinneren dat dit in reactie op het rapport van de
commissie-Blok al is vastgesteld en afgesproken. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="177" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Is het dan niet triest dat
de praktijk nog steeds anders is? Ik heb vaak met
minister Verdonk een discussie gevoerd over het
Contactorgaan Moslims en Overheid, de samenstelling
en de representativiteit daarvan. Ik heb vaak gesproken
over het feit dat zij in gesprekken over onder andere de
subsidiebesteding vaak de overwegend conservatieve
moskeebestuurders naar voren haalde. Begrijp mij niet verkeerd: ik zeg niet dat de overheid niet met hen moet
spreken. Zij moet zeker ook met hen van gedachten
wisselen, want die mensen hebben een grote verant-
woordelijkheid. De illusie wordt echter gewekt dat wij
met een representatieve vertegenwoordiging van de
moslims in Nederland spreken. Dat moeten wij doorbre-
ken. Bij de vorige minister kwam ik er wat dit punt
betreft niet doorheen, maar er is een nieuw kabinet en er
zijn dus nieuwe kansen. Ik pleit ervoor dat dit kabinet zijn
scope verbreedt en dat het met anderen spreekt. Het
moet ook de liberale en progressieve geluiden naar
voren halen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="178" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Dat is goed, maar het
moet duidelijk zijn dat dit niet gisteren door de PvdA-
fractie is bedacht.
Het debat heeft betrekking op islamitisch activisme
vanuit internationaal perspectief. Misschien volgt er nog
iets op het stuk dat al in de kranten heeft gestaan. Als
dat niet het geval is, krijg ik de indruk dat de PvdA-fractie
tegen het islamitisch activisme, dat zich internationaal
verspreidt, de oplossing aandraagt dat de overheid haar
overlegorganen anders moet samenstellen. Ik krijg de
indruk dat dat meer de oplossing is van een probleem
van de PvdA-fractie dan van een probleem van interna-
tionale aard. Is dat correct? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="179" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ik heb al gezegd dat ik
aan het eind van mijn betoog zal ingaan op het
buitenland. Mevrouw Halsema heeft dat gehoord. Zij had
deze interventie dan ook niet moeten maken. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="180" partij="SP" naam="De Wit">
 Wat is de betekenis van de
opmerkingen van de heer Dijsselbloem over de liberale
stroming binnen de moslimwereld? Wat is liberaal en
progressief op dit gebied? Is de heer Dijsselbloem van
mening dat de overheid zich daar vooral naar moet
richten, of gaat de PvdA-fractie dat doen? Als het laatste
het geval is, vraag ik mij af waarop dat is gebaseerd. Ik
neem aan dat het op dit moment slechts een klein
groepje betreft. Waarom zegt de heer Dijsselbloem dat
wij aandacht moeten besteden aan die liberale stroming? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="181" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Dat is een relevante
vraag. Wij moeten wat dat betreft onderscheid maken
tussen de overheid en een politieke partij. Ik vind dat de
overheid neutraal moet zijn op het moment dat zij haar
gesprekspartners kiest. Mijn constatering is dat dat
misschien op papier het geval is, maar niet in de praktijk.
Vaak wordt de getalsmatige lijn gevolgd. Wij zitten met
moskeebestuurders om de tafel om van gedachten te
wisselen over de islam in Nederland en de problemen
die zich voordoen. Dan wordt gezegd dat zij 75 tot 80%
van de moslims vertegenwoordigen. Zij zijn soennitisch
en dat is 80% van de herkomstlanden eveneens. Er is
een grote diversiteit aan moslims in Nederland. Er is
sprake van allerlei opvattingen, belevingen en gedragin-
gen, die islamitisch worden genoemd. Mijn pleidooi is
dus dat de overheid de progressieve, liberale geluiden
naar voren haalt, die belangrijk zijn voor de emancipatie
binnen de islam en voor de vestiging van een Neder-
landse vorm van de islam. Wat zijn progressieve
moslims? Dat zijn mensen die net zoals de PvdA staan
voor sociale rechtvaardigheid en verdraagzaamheid. De
overheid moet neutraal zijn. In de praktijk van het kiezen
van een gesprekspartner is zij dat echter niet. Een ander
punt is dat de PvdA niet neutraal hoeft te zijn. Wij zoeken
aansluiting bij progressieve krachten, ook bij de moslims
in Nederland. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="182" partij="SP" naam="De Wit">
 Betekent dit een exclusieve
voorkeur of krijgen deze mensen een speciaal plekje
binnen de partij? Er zijn toch meer moslims dan alleen
progressieve moslims? Worden die door de PvdA
buitengesloten? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="183" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Wij sluiten alleen mensen
uit die zich buiten de rechtsstaat begeven. De PvdA, als
ideologische beweging met eigen beginselen, zoekt
aansluiting bij mensen die zich daarin herkennen. Die
mensen strijden langs een heel andere weg, misschien
geïnspireerd door hun geloof, voor dezelfde punten. De
PvdA zoekt uiteraard aansluiting bij mensen die staan
voor sociale rechtvaardigheid en solidariteit. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="184" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Volgens de heer Dijsselbloem
bestaat het huidige Contactorgaan Moslims en Overheid
uit mensen die niet liberaal, maar conservatief zijn. Die
termen heeft hij vanochtend ook in de media gebruikt.
Kent hij Mohammed Sini? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="185" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Die is geen lid van het
CMO. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5286" anker="186" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Hij is aanwezig bij het contact-
orgaan in de ondersteuning. Hoe kan dat als PvdA-lid?
Hij voldoet overigens prima aan de omschrijving van de
heer Dijsselbloem van een liberaal. De heer Dijsselbloem
beschuldigt anderen dat zij iedereen over een kam
scheren. Hij doet hetzelfde met het contactorgaan. In dat
orgaan zitten ongetwijfeld een paar mensen met ideeën
waarvan wij niet blij worden. Er zitten echter ook mensen
in dat orgaan die zich inzetten voor Nederland. Die zet de
heer Dijsselbloem collectief aan de kant. Vervolgens
neemt hij in het debat mensen de maat die dat ook doen.
Hoe verklaart hij dat?</spreker>
<spreker pagina="93-5287" anker="187" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 De heer Sini zit niet in het
CMO. Hij is ook geen medewerker van dat orgaan. Ik ken
de heer Sini buitengewoon goed. Ik weet precies wat zijn
functie is en wat hij doet. Hij is betrokken geweest bij de
oprichting van het CMO. Hij heeft getracht de verschil-
lende stromingen van moskeebestuurders in één
contactorgaan onder te brengen. Dat is mislukt. Ik ben
ervan overtuigd dat de huidige moskeebestuurders van
het CMO overwegend conservatief zijn. Zo heb ik het
eerder ook geformuleerd. Ik vind dat de overheid met
hen moet spreken. Er zijn veel conservatieve moslims in
Nederland. Wij moeten echter de eenzijdigheid doorbre-
ken. Er is een veelheid aan opvattingen, stromingen en
individuele opvattingen over wat de islam betekent. Die
komt niet tot uitdrukking in het officiële Contactorgaan
Moslims en Overheid. De heer Zijlstra kan het daarmee
niet eens zijn. Ik vind dat de samenstelling van het CMO
opnieuw tegen het licht moet worden gehouden. Dat is
belangrijk. De PvdA staat neutraal tegenover deze
opvattingen. Sommige sluiten zeer goed aan bij die van
ons. Andere zeker niet. De overheid moet ervoor zorgen
dat alle geluiden bij haar aan tafel worden gehoord. De
overheid moet iedereen bereiken. Dat is nu niet het
geval. Dat is mijn analyse. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5287" anker="188" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik ben het met die analyse eens.
Waarom scheert de heer Dijsselbloem echter iedereen
over een kam? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5287" anker="189" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Naar mijn mening zijn de
moskeebestuurders die in het CMO zijn vertegenwoor-
digd overwegend conservatief. Ik vind hen niet represen-
tatief over de veelheid aan opvattingen onder de
moslims in Nederland. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5287" anker="190" partij="D66" naam="Pechtold">
 De PvdA zegt vandaag dat de
liberalen gesteund moeten worden. Dat is winst. Maakt
de heer Dijsselbloem in zijn redenering echter onder-
scheid tussen overheid en politieke partijen? Hij zegt dat
de overheid zich op iedereen moet richten. Hij zegt ook
dat er speciale aandacht moet zijn voor liberalen en
progressieven. Of spreekt daar de politieke partij? Klopt
de kop in de krant dat de overheid de liberale islam moet
sturen? Naar mijn gevoeld overschrijdt de PvdA de grens
waarbij de overheid over religies geen positie inneemt. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5287" anker="191" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ik leg het graag nog een
keer uit, ook graag nog twee keer trouwens. Er is een
groot verschil tussen de overheid en een politieke partij,
een beweging als de onze. De overheid moet neutraal
zijn. Ik vind wel dat de overheid zich buitengewoon
bewust moet zijn van de variëteit binnen de islam in
Nederland. Er zitten grote verschillen tussen de
onderscheiden opvattingen en stromingen. Door te
kiezen voor de moskeebestuurders heeft al een eerste
selectie plaatsgevonden van gesprekspartner, want al
diegenen die zelden in moskeeën komen, zullen zich
weinig vertegenwoordigd voelen. Mijn constatering is
dat moskeebestuurders met een overwegend conserva-
tieve inslag aan tafel zitten in het CMO. Daar heb ik kritiek op. Ik zeg: overheid, als u neutraal bent, moet u
ervoor zorgen dat u de variëteit onderkent en dat u ook
de liberalere stromingen die er zijn een plek geeft. Dat is
wat anders dan wat geldt voor een politieke partij. Ik
hoef niet neutraal te zijn. Ik ben niet neutraal. Ik heb
waarden die ik vooropstel en die mijn beweging als
eerste verdedigt. Iedereen die, ook als dat vanuit de
islam is, daarbij aansluiting zoekt en dezelfde doelen
nastreeft, staat dichter bij mij dan conservatieven et
cetera. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5287" anker="192" partij="D66" naam="Pechtold">
 Dat betekent dus: Overheid, richt u op de representativiteit. Het betekent niet:
overheid, richt u, omdat wij misschien de afgelopen tijd
de liberalen en progressieven wat hebben verwaarloosd,
extra daarop. Het is geen extra. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5287" anker="193" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Nee, de representativiteit
is in het geding. De gesprekspartners van de rijksover-
heid, van de minister, zijn op dit moment niet de goeden.
Zij zijn niet representatief voor het brede scala aan
diversiteiten die ik naar voren wil halen. In het debat is
het ook voortdurend een issue of wij iedereen op een
hoop moeten gooien, dan wel de diversiteit moeten
onderkennen. Ik vind het ongelooflijk belangrijk dat het
laatste gebeurt en vraag de overheid dat ook te doen.
Het moet ook praktische consequenties hebben. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5287" anker="194" partij="D66" naam="Pechtold">
 Het gaat dus niet om een
voorkeur. Het gaat om representativiteit. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5287" anker="195" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Zo is het, wat de overheid
betreft. De Partij van de Arbeid heeft haar voorkeur.
Het is van groot maatschappelijk belang dat de islam
zich op een goede manier vestigt in Nederland. Dat vergt
actieve bemoeienis van politiek en overheid. Zo heeft
onze fractie er met andere fracties de afgelopen jaren
enorm hard aan getrokken dat er Nederlandse imam-
opleidingen van de grond komen, zodat op termijn
conservatieve buitenlandse imams niet meer nodig zijn.
Wat is de stand van zaken? Onderschrijft het kabinet
onze doelstelling dat op termijn de import van buiten-
landse imams moet stoppen? Op welk moment is het
kabinet bereid om gegeven de nu lopende opleidingen
de toelatingseisen aan te scherpen? In feite vroeg de
heer Zijlstra dat ook toen hij vroeg naar de uitvoering
van de motie. Het is essentieel voor de toekomst van de
islam in Nederland dat zich op niet al te lange termijn
een Nederlandse moslimvoorhoede aanbiedt, een
bredere moslimvoorhoede dan nu. Het proces van
emancipatie binnen die gemeenschap is dringend nodig.
Hoe om te gaan met kritiek, waar wij in onze samenle-
ving zo aan zijn gewend? Hoe zich te manifesteren in dit
debat? Nieuwe generaties, beter opgeleid, zullen dat
debat voeren. De overheid kan naast het bevorderen van
imamopleidingen, ook actieve steun verlenen aan het
debat en er daarbij zorg voor dragen dat ook progres-
sieve krachten naar voren worden gehaald. Wij zullen
daarop inzetten.
De radicalisering neemt nog steeds toe. Minister Ter
Horst gaf gisteren de aantallen. Hoewel jongeren steeds
beter integreren in termen van opleiding en arbeids-
markt, neemt de sociale en politieke distantie, de
geestelijke afstand tot de Nederlandse samenleving toe.
Wij zien op dit moment hoe wahabieten en alafisten in
Nederland moskeeën overnemen. Dat is bijvoorbeeld
gaande in een aantal Brabantse steden. De vraag aan het
kabinet is hoe dit proces concreet wordt gekeerd, zowel
in preventieve als in repressieve zin. In preventieve zin
gelden de volgende vragen. Hoe zorgen wij dat
gematigde moskeebesturen overeind blijven? Hoe zorgen
wij dat het lokaal gezag tijdig weet wat er gaande is en
met zijn middelen kan interveniëren? In repressieve zin is
de vraag of wij tijdig ingrijpen, wanneer een moskee kan
worden gesloten en wanneer het zaaien van haat en
geweld echt wordt aangepakt. Kortom, wanneer worden
de instrumenten die wij in onze rechtsstaat hebben in
stelling gebracht?
Op dit moment treedt een nieuwe generatie moskee-
bestuurders aan. Deels is dat positief, omdat zij beter
opgeleid zijn en geboren en geïntegreerd zijn in
Nederland. Deels is het extra riskant, omdat de combina-
tie goed opgeleid en radicaal een grote wervingskracht
heeft. In het actieplan Polarisatie en radicalisering komen
deze elementen wel aan de orde, maar te weinig
concreet en misschien ook met te weinig gevoel van
urgentie. Wel zeer positief is de breedte die het plan
uitstraalt, de bereidheid om de wortels, de voedingsbo-
dem, zoals de heer De Wit het noemt, van radicalisering
aan te pakken en om in die aanpak te investeren.
Tot slot enkele woorden over het buitenland, en ik
besef dat ik hiermee de WRR tekortdoe, en misschien
ook mevrouw Halsema. Met de minister van Buiten-
landse Zaken is al vaak gedebatteerd over de vraag hoe
om te gaan met islamisme en islamistische bewegingen
in de buitenlandse politiek. Het is bekend dat wij wat dat
betreft niet op een lijn zitten met de minister van
Buitenlandse Zaken. Ook hier geldt dat de diversiteit
moet worden erkend en dat deze aanknopingspunten
biedt voor beleid. Het kabinet zal een uitweg moeten
vinden uit de interne spanning die zijn beleid kenmerkt.
Ik doel op de spanning tussen het bevorderen van de
democratie, ook in het Midden-Oosten, aan de ene kant
en het niet willen accepteren van de uitkomsten van die
democratie aan de andere kant. Of de spanning tussen
de uitspraak dat mensenrechten moeten worden
gerespecteerd en het zaken doen met regimes die de
mensenrechten met voeten treden. Het kabinet zegt dat
niets zo belangrijk is in het buitenlands beleid als
consequent handelen, maar dan zit hier toch een
probleem. Het meten met twee maten in het buitenlands
beleid kan als snel worden gezien als onoprechtheid en
opportunisme en kan het wantrouwen tegen het Westen
verder voeden. Hier hebben wij meteen de relatie tussen
ons buitenlands beleid, radicalisering in het Midden-
Oosten en de radicalisering van islamitische jongeren in
Nederland. De regering biedt een kleine opening met de
formulering dat met groepen die geweld gebruiken om
veranderingen te realiseren alleen kan worden gesproken
als dat het doel dient, geweld te beëindigen. Dat
uitgangspunt is verstandiger dan het tot op heden
gevoerde beleid. Wij verwachten dat het kabinet ook gaat
handelen naar dit nieuwe uitgangspunt.
Voorzitter. Het is duidelijk dat wij een gecombineerde
strategie moeten volgen van het naar voren halen van
positieve krachten en het scherper tegenstand bieden
aan extremisme. Aan de kant blijven staan en denken dat
alles vanzelf goed gaat, is niet aan de orde!
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5288">

 
<spreker pagina="93-5288" anker="196" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 twee mensen staan ’s
nachts naar een pikzwarte lucht te staren. Slechts een
paar heldere sterren zijn zichtbaar in de hemelkoepel. Je
zou toch erg raar opkijken als een van die twee zou
zeggen dat het buiten helder licht is. Een soortgelijke
verbazing maakte zich van de SGP-fractie meester toen
wij vorig jaar kennis namen van het WRR-rapport over
islamitisch activisme. Door de eenzijdige focus op
lichtpunten in de verhouding tussen islam en democrati-
sering ademt het rapport een ongefundeerd optimisme.
Door die eenzijdigheid ontstaat een vertekend beeld,
wordt de donkere achtergrond vergeten. Op zich is het
een legitieme keuze om te zoeken naar verbindings-
punten, maar als je dat doet, moet je wel de hele context
in het oog houden. De WRR presteert het om bij de
beantwoording van de vraag naar islamitisch activisme
alleen te kijken naar de positieve tendensen, de
dynamiek, terwijl er weinig oog is voor de overduidelijke
negatieve tendensen in de richting van radicalisering, zeg
maar het dynamiet. Het WRR-rapport is daarom
teleurstellend. De W van wetenschappelijk is ingeruild voor de W van wensdenken. Ik noem een voorbeeld: de
gedachte om met een terroristische groepering als
Hamas te gaan praten alsof het je wat nukkig uitgevallen
buurman is waar op zich niets mee mis is, getuigt van
een al te naïeve benadering. Praten met terroristische
groeperingen die geweld niet afzweren, is surrealistisch.
Terecht neemt de regering afstand van de hierop gerichte
aanbeveling van de WRR.
Een ’’positief’’ voorbeeld van islamitische ontwikkeling
dat de WRR gebruikt, is nota bene dat van Iran in de
afgelopen 25 jaar. Er wordt verwezen naar stapels
boeken van creatieve denkers die er verlichte ideeën op
nahouden. Maar wat is nu de werkelijke doorwerking
daarvan? Daar wringt juist de schoen. Kritisch nadenken
van één persoon kan natuurlijk een positieve omwente-
ling veroorzaken, maar al te gemakkelijk wordt voorbijge-
gaan aan de Nederlandse wijsheid dat één zwaluw nog
geen zomer maakt. Exotische denkers als norm zijn in
onze overtuiging bepaald geen solide aanknopingspunt.
Als we ons alleen al realiseren dat veel landen waar
christenen vervolgd worden nu juist islamitische landen
zijn, stelt dat die ’’ontwikkeling’’ in een wrang daglicht.
Meer realistisch is de conclusie die de WRR ook trekt,
namelijk dat de wereldpolitieke situatie weinig aanwijzin-
gen biedt voor een spoedige, substantiële verbetering in
de moslimwereld in de houding tegenover democratise-
ring en fundamentele rechten. Voor de Nederlandse
context wil de SGP-fractie wijzen op het jaarverslag van
de AIVD over 2006. Daarin wordt juist gesproken over de
radicalisering onder jonge moslims en de uitbreiding van de salafitische invloedssfeer. De AIVD schrijft: ’’Een in
Irak weinig betekenisvolle gebeurtenis als het uitroepen
van een islamitisch emiraat, had op gejihadiseerde
jongeren in Nederland een enthousiasmerend effect. De
verspreiding in de Nederlandse taal van dit type
geweldsverheerlijkende lectuur, waarbij het martelaar-
schap eveneens wordt aangeprezen, heeft een radicalise-
rend en jihadiserend effect op vooral jonge mensen.’’ In
het WRR-rapport missen wij zulke alarmerende noties.
Als wij uitgaande van deze analyse – het is een heel
recente analyse die het afgelopen jaar betreft – is de
vraag geboden of er voldoende wettelijke mogelijkheden
zijn om geweldsverheerlijking tegen te gaan. Wij willen
uitdrukkelijk bepleiten om hiertegen op te treden en zo
nodig de wetgeving aan te scherpen. Is het kabinet
daartoe bereid?
De AIVD laat zien dat de terroristische dreiging in
Nederland vanuit jihadistische netwerken minder is
geworden door de daadwerkelijke bestrijding ervan door
strafrechtelijke vervolging en uitzettingen. Het is goed
nieuws dat bepaalde maatregelen daadwerkelijk een
positief effect hebben gehad. Dat geeft aan dat alertheid
en een daadkrachtig optreden nodig zijn tegen haat-
zaaiende salafitische imams. Is dit voor het kabinet ook
een prioriteit?
Het is een positief punt dat in het kabinetsstandpunt
de eenzijdige WRR-benadering in ieder geval wordt
gesignaleerd. Het is goed dat niet alle aanbevelingen
worden overgenomen en dat van een aantal afstand
wordt genomen. De SGP-fractie vindt echter dat er wel
wat steviger afstand had kunnen worden genomen van
het rapport. Het kabinet zet erg in op de dialoog. De
SGP-fractie vindt natuurlijk ook dat de dialoog met
gematigde krachten een kans en een plaats moet krijgen.
Verwacht het kabinet daar echter niet te veel van?
De dialoog, dus alleen praten, lijkt voor het kabinet het
belangrijkste recept. Er wordt bijvoorbeeld gesproken
over een communicatieproject om herhaling van zoiets
als de cartoonrellen te voorkomen. Is dat niet al te zeer
vanuit de maakbaarheidsgedachte geredeneerd? Is niet
het probleem van allerlei gematigde islamitische
krachten dat zij makkelijk aan een gesubsidieerd
kantoortje kunnen komen, maar dat zij weinig steun en
draagvlak hebben in de gemeenschappen waar het om
gaat? De SGP-fractie heeft de zorg dat de gesubsidieerde
dialoog leidt tot iets wat de AIVD kwalificeert als
façadepolitiek. Nationale en internationale gesprekspart-
ners verschuilen zich achter een façade van gematigd-
heid en onthouden zich in het openbaar van radicale
uitspraken, die zij onderhuids wel uitdragen. Ziet het
kabinet dit risico van zo’n politiek correcte façadepolitiek
ook?
De SGP-fractie neemt met verdriet kennis van de groei
van de islam in Nederland, die vaak hand in hand gaat
met vervreemding van de autochtone bevolking van onze
eigen joods-christelijke wortels. Het risico van een
overconcentratie op de dialoog en het verzoenende
gesprek is dat door de Nederlandse overheid een te
slappe opstelling wordt gekozen. Ik roep de uitspraken
van minister Vogelaar van deze zomer over een
joods-christelijk-islamitische cultuur in Europa nog even
in herinnering. Wij nemen daar afstand van. Wij missen
in die houding van het kabinet de bezorgdheid over de
islamisering van onze samenleving, zoals die ook
gestalte krijgt in het oprukken van megamoskeeën en
vervreemdende gebedsoproepen vanaf moskeeën. Is het
kabinet alsnog bereid om te bevorderen dat deze trend
wordt gekeerd? Wordt door een formalistisch-juridische
benadering niet in wezen het oude multiculturele ideaal
onverkort overeind gehouden?
De vergadering wordt van 19.05 uur tot 20.40 uur
geschorst.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5289">

 
<spreker pagina="93-5289" anker="197" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Voorzitter. Ik zeg de leden van de
Kamer dank voor hun inbreng in eerste termijn. Er is veel
gezegd. Dit is een belangrijk debat.
Ik wil beginnen met mevrouw Van Toorenburg geluk te
wensen met haar maidenspeech en haar alle geluk toe te
wensen bij haar rol in de Kamer.
De aanleiding tot dit debat wordt gevormd door het
rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het
Regeringsbeleid met de titel Dynamiek in islamitisch
activisme. Het maatschappelijk debat in de samenleving
is veel breder. Het is goed om daaraan vandaag recht te
doen. De collega-bewindslieden zullen straks ingaan op
onderwerpen en vragen die direct zijn gerelateerd aan
het rapport van de WRR, de reactie daarop van het
kabinet en de commentaren die de Kamerleden erop
hebben gegeven. De minister van Justitie zal daarin het
voortouw nemen naast de beantwoording van de meer
juridische onderwerpen en de religiegerelateerde
onderwerpen. De minister voor Wijken en Integratie zal
vervolgens ingaan op de maatschappelijke onderwerpen,
waaronder integratie, inburgering en radicalisering. Ik zal
eerst iets zeggen over de aard van de problemen
waarmee wij te maken hebben. Vervolgens zal ik ingaan
op de visie van het kabinet op de aanpak daarvan.
Tevens zal ik reageren op enkele algemene punten van
het buitenlands beleid.
Het vertrouwen dat mensen hebben in de overheid en
in de samenleving als geheel staat onder druk. Nog steeds hebben veel mensen het gevoel: met mij gaat het
goed, met ons gaat het slecht. Dergelijke gevoelens van
gebrek aan vertrouwen zijn ook verbonden met de islam.
Beelden van terroristische aanslagen die in naam van de
islam worden gepleegd, hebben een grote impact. Veel
mensen voelen zich bedreigd en associëren de islam met
geweld. Zij maken zich zorgen over hun leefomgeving.
Wat is daarvan het gevolg? Terugtrekkende bewegingen
in de eigen kring. Die leiden tot nog meer afstand en nog
meer gebrek aan vertrouwen.
Ik begrijp heel goed dat mensen het gevoel hebben
hun houvast te verliezen door veranderingen in de
samenleving. De wijzigende bevolkingssamenstelling
speelt daarbij een belangrijke rol. De urgentie van de
problematiek is overal in Nederland voelbaar. Vooral in
de oudere wijken en de grote steden wordt de sociale
samenhang meer dan eens zwaar op de proef gesteld.
Het kabinet onderkent dit.
Wij zien de boosheid van mensen jegens de overheid.
De overheid zou ongeïnteresseerd, laks, laf en bureaucra-
tisch zijn. Wij zien radicaliseringstendensen onder, vaak
beter opgeleide, jonge moslims. Ook zien wij het af en
toe de kop opstekende extremisme onder autochtone
jongeren. Wij zien de ergernis, soms de angst en
frustratie bij de bewoners van oude wijken die hun buurt
zien verloederen. Wij zien dat mensen zich niet welkom
voelen vanwege hun afkomst of hun geloof. Wij kennen
de feiten van hoge criminaliteitscijfers onder Neder-
landse jongeren met een Marokkaanse of Antilliaanse
achtergrond. Wij zien ontoelaatbaar gedrag van jongeren
op straat. Wij zien discriminatie en uitsluiting van
nieuwkomers op de werkvloer en van allochtone
jongeren op zoek naar een stageplaats.
Dat alles ontvouwt zich aan ons. Het kan leiden tot
spanningen. De vraag luidt wat ons antwoord moet zijn
op deze ontwikkelingen. Voor elke aanpak moeten de
basiswaarden van onze democratische rechtsstaat
richtinggevend zijn. Daartoe behoren nadrukkelijk de
gelijkheid voor de wet, vrijheid van meningsuiting en
vrijheid van godsdienst of levensovertuiging. Iedereen is
volstrekt vrij om zijn of haar geloof te belijden behou-
dens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Iedereen
is ook vrij om afstand te doen van zijn geloof.
De rechtsstaat vormt het kader waarbinnen wij in
vrijheid met elkaar kunnen leven en in vrede van elkaar
kunnen verschillen. Wij staan op de bres voor de
waarden van de rechtsstaat. Deze gelden voor ons
allemaal. Onze rechtsstaat stelt ook grenzen. Wij zeggen
resoluut ’’nee’’ tegen eenieder die geweld gebruikt of
haat zaait. Daarvoor biedt de rechtsstaat de instrumen-
ten. Degenen die hun religie of hun heilige boek
misbruiken om de samenleving en de rechtsstaat te
ondermijnen en aan te vallen kunnen rekenen op een
harde reactie van de overheid. Waar mensen over de
schreef gaan, zal resoluut handhavend worden opgetre-
den. Ieder moet zich veilig kunnen voelen in dit land.
De Nederlandse samenleving is open en geeft ruimte
aan verschillen tussen mensen. Evenzeer moet echter
duidelijk zijn dat iedereen die de rechtsstaat ondermijnt
en uit is op de vernietiging ervan, de overheid tegenover
zich krijgt. Er mag geen misverstand over bestaan dat de
overheid in zo’n geval hard, duidelijk en consistent
optreedt. De afgelopen jaren zijn maatregelen genomen
om de democratie weerbaarder te maken. Ik denk daarbij
aan de aanpassing van de strafwetgeving, maar ook aan
de Rotterdamwet. Daarop bouwt het kabinet voort. In
ons beleidsprogramma is onder pijler 5, Veiligheid,
stabiliteit en respect, een groot aantal maatregelen
opgenomen om criminaliteit verder terug te dringen.
Daarbij horen ook maatregelen om radicalisering tegen
te gaan. Daarnaast werken wij actief mee aan versterking
van vrede en veiligheid buiten onze landsgrenzen,
bijvoorbeeld in Afghanistan. Ook werken wij met onze
Europese partners aan de bestrijding van islamitisch
activisme.
Wat is er verder nodig? Ik schetste zojuist het
probleem van toenemende verwijdering en toenemend
wantrouwen tussen groepen mensen in onze samenle-
ving. Een aanpak die deze verwijdering vergroot, biedt
geen enkel perspectief voor de toekomst. Wij moeten
juist alles op alles zetten om mensen dichter bij elkaar te
krijgen. Het apart zetten van een groep Nederlanders op
basis van slechts één kenmerk, namelijk het geloof, is in
strijd met onze waarden. Het miskent bovendien de
enorme verscheidenheid die er in de moslim-
gemeenschap is. Die weg leidt tot polarisatie, tot denken
in termen van wij en zij, tot verscherping van vooroorde-
len en verschansing in het eigen gelijk, tot gevoelens van
frustratie die elke positieve ontwikkeling in de weg staan.
Wij kiezen hiervoor niet. Wij kiezen ervoor te bena-
drukken wat ons allen bindt, namelijk werk, onderwijs,
een veilige leefomgeving en een goede toekomst voor
onze kinderen. Een vrije samenleving als de onze kan
niet gebaseerd zijn op uitsluiting van minderheden en
andersdenkenden. Wij hebben juist verbindingen nodig,
aanknopingspunten om samen te werken en samen te
leven. Bepalend is niet wie of wat je bent, maar wat je
bijdraagt aan de Nederlandse samenleving. Aankno-
pingspunten zijn er volop. Er leven in ons land veel
moslims die een waardevolle bijdrage leveren aan onze
samenleving. Met deze mensen zijn wij solidair; zij
verdienen respect als leden van onze gemeenschap. Op
tal van manieren werkt het kabinet concreet aan het
versterken van verbindingen. Ik denk aan werk, scholing,
inburgering, de aanpak van wijken en de bevordering
van sport en cultuur.
Ik maak ten slotte een algemene opmerking. De
overheid kan dit niet alleen. Burgers moeten ook hun
verantwoordelijkheid nemen. Hoe groter de vrijheid van
mensen is, des te groter is ook hun verantwoordelijkheid.
Woorden kunnen wonden slaan. Ieder die het vrije woord
gebruikt, dient zich hiervan bewust te zijn. Dit geldt ook
voor de manier waarop wij elkaar in dit soort debatten
bejegenen. Ik doel op de manier waarop vanmiddag over
een van de ministers is gesproken.
Vrijheid en verantwoordelijkheid gaan altijd samen. De
vrijheid van de een raakt aan de vrijheid van de ander.
Bereidheid tot samenwerking en wederzijds respect
tussen burgers zijn wettelijk niet voorgeschreven. Zonder
samenwerking en zonder respect kan een democratie
echter niet bestaan. Het is goed als iedereen die zich in
het publieke debat mengt zich hiervan bewust is. Dit doet
aan de vrijheid van meningsuiting niets af. Een verdraag-
zame, open en pluriforme samenleving komt niet vanzelf
tot stand en is alleen met de dagelijkse inzet van allen te
behouden. De overheid schept de voorwaarden en
spreekt mensen aan op hun verantwoordelijkheid.
Ouders van jongeren die overlast veroorzaken, zijn in de
eerste plaats zelf verantwoordelijk om in te grijpen. Die
verantwoordelijkheid mag niemand afschuiven op de
gemeenschap of op de overheid. Ik heb bij een ander
debat al eens gezegd dat Nederland altijd goed in staat is
geweest om nieuwkomers op te nemen. Hierdoor is
Nederland sterker geworden. Er is echter geen sprake
van ’’vrijheid, blijheid’’; ook aan nieuwkomers worden
eisen gesteld.
Samenvattend levert dit het volgende beeld op. De
overheid beschermt de waarden van onze rechtsstaat.
Dat betekent hard optreden tegen geweld en terreur,
maar ook pal staan voor de vrijheid van meningsuiting,
geloof en levensovertuiging. Het apart zetten van
moslims leidt tot polarisatie en biedt geen enkel
perspectief voor de toekomst. Wat wel perspectief biedt is versterken wat ons verbindt: werk, onderwijs, een
veilige buurt en een goede toekomst voor onze kinderen.
Daar werken wij aan. Wij staan voor de gezamenlijke
opdracht, te laten zien dat openheid ons verder brengt
dan angst. Wij moeten daarom niet een kloof creëren,
maar bouwen aan een Nederland waar mensen samen
werken en samen leven.
Dit wilde ik in algemene zin opmerken na wat ik
vanmiddag heb gehoord. Ik heb hiermee aangegeven
hoe het kabinet aankijkt tegen de ontwikkelingen,
spanningen, gevoelens van wantrouwen, onzekerheid en
angst. Ik heb aangegeven dat er een lijn zal moeten zijn
waarin hetgeen verkeerd is keihard wordt aangepakt.
Degenen die de grote vrijheden in ons land misbruiken
om haat te zaaien, bedreigingen te uiten en mensen van
elkaar te verwijderen, kunnen rekenen op een harde
aanpak. Dat is nodig. Wij hebben elkaar daarbij nodig.
Mensen van goede wil zullen samen moeten optrekken,
om Nederland te maken tot wat het kan zijn.
Die harde aanpak gaat gepaard met iets anders,
namelijk elkaar de ruimte geven, zorgen dat je investeert
in een kwaliteit van wonen voor iedereen. Laten wij niet
een situatie maken waarin alleen de islam als zodanig
wordt geproblematiseerd of mensen in één groep
worden gedrongen. Het past niet bij onze democratische
rechtsstaat. Het past niet bij de geest van tolerantie die
Nederland groot heeft gemaakt en het is ook geen
oplossing voor de toekomst. Wij kunnen verschillen van
mening over oplossingen. Analyses kunnen wij delen,
maar wij moeten heel goed in de gaten houden wat de
juiste oplossingen zijn om antwoord te geven op
gevoelens van onzekerheid en twijfel bij burgers. Dat is
wat het kabinet drijft. Zo voeren wij ons beleid.
De bewindslieden zullen op hun terreinen ingaan op
hetgeen door de Kamer aan onderwerpen naar voren is
gebracht. Er is veel gezegd. Hoe kijk je aan tegen de
verhouding tussen overheid en levensbeschouwingen en
religies? Wat is dan de rol van de overheid? Hoe zit het
met de scheiding tussen kerk en Staat? Wanneer moet de
overheid ingrijpen? Wij zullen ingaan op het vraagstuk
van de inburgering. Hoe kunnen de mensen erbij horen?
Dit wilde ik in algemene zin zeggen over het debat,
onze taxatie van het debat en onze aanpak om antwoor-
den te bieden. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5291" anker="198" partij="D66" naam="Pechtold">
 Ik heb heel aandachtig
geluisterd naar deze algemene inleiding. Ik vind daar
veel zinnen in die mij overkomen als respectvol voor het
debat. Waar u begon met een schets van zaken die wij
allemaal voelen in de maatschappij en daarna sprak over
uw kabinet, zou ik ook willen dat u als premier aangaf
welke rol u daarin ziet. Ik heb in uw betoog gezocht naar
de ikvorm. Die zou ik willen horen, vooral omdat u de
afgelopen vijf jaar onderdeel bent geweest en verant-
woordelijk bent geweest – ik ben daarin zelf ook niet
nieuw – voor een deel van de verharding van het debat,
waarvan anderen zeiden dat het zo moest stoppen. Ik
vind de wijze waarop u nu tegen de problematiek
aankijkt voor een deel een ommekeer. Wat mij betreft,
moet u die wat verder uitbouwen voordat u op andere
zaken ingaat. Wat ziet u als uw rol? Wat vindt u van
zaken zoals deze zomer tot uiting kwamen? Ik heb
gezegd dat ik een premier wil die dan naar voren komt
en ingrijpt. Ziet u dat ook? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5291" anker="199" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Ik ben blij dat u zich kunt vinden
in het betoog dat ik zo-even heb gehouden. Wij voeren
dit debat niet voor niets. Hier staat een premier namens
het kabinet, die echter hopelijk onder woorden brengt
wat velen bezighoudt, om oplossingen te vinden die
nodig zijn. Is dit de eerste keer? Nee. Ik herinner me nog
dat ik in het debat over het beleidsprogramma opmerkin-
gen gemaakt heb over wat Nederland sterk heeft
gemaakt. U weet wat ik toen gezegd heb over tolerantie
en respect, over het openstaan voor anderen, maar ook
over de spelregels die dit vereist.
De essentie van mijn betoog is het volgende, en dat is
geen ommekeer. Ik ga even terug naar de tijd van de
vreselijke moord op Theo van Gogh. Daarna volgden
brandstichtingen en er trad een verwijdering op. Tal van
bewindslieden en Kamerleden zijn toen het land
ingegaan, in een poging om te voorkomen dat maat-
schappelijk de vlam in de pan zou slaan. En ook al eerder
heb ik gesproken over hoe wij met elkaar omgaan, over
wat fatsoen en respect betekent. Ik denk dat er een rode
draad loopt tussen hoe wij met elkaar omgaan en de
ruimte die wij elkaar geven. Pakken wij aan wat fout is,
wat niet kan? Daarin heb ik een rol. En toen het ging om
de uitlating van de heer Wilders over de Koran, hebben
wij natuurlijk overleg gevoerd. Wij hebben toen
afgesproken dat minister Vogelaar namens het kabinet
zou reageren en dat minister Verhagen de ambassades
op de hoogte zou stellen.
Ik denk dat dit debat het meest aan waarde wint als
wij gemeenschappelijk kunnen aangeven wat de angsten
en twijfels zijn, hoe het debat verloopt, wat er niet deugt,
wat er aangepakt moet worden en waarbij wij elkaar
nodig hebben. Dit zou de hoofdboodschap in dit debat
moeten zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5291" anker="200" partij="D66" naam="Pechtold">
 Ja, het gaat er inderdaad om
wat de angsten zijn, maar het gaat ook om de kansen. Ik
denk dat niet alleen het kabinet, maar ook u als persoon
de mensen moet aanspreken die naar de kansen zoeken,
niet alleen de mensen die zich bedreigd voelen. U heeft
hierin een belangrijke rol, niet alleen de minister voor
Integratie of de minister van Buitenlandse Zaken. Wat zij
doen, is damage control. Het is uw taak om meer te
verwoorden, dat is een ommezwaai in uw denken. Wij
zijn hier allen misschien anders over gaan denken in de
afgelopen jaren. Ik vind dat u meer moet onderbouwen
en dat u uw eigen rol hierin beter moet aangeven. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5291" anker="201" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Ik heb aangegeven wat er in de
afgelopen jaren is gebeurd en ik heb gezegd dat ik het
niet als een ommekeer heb ervaren. Maar ik kijk ook u
hierbij aan. Wat zou er beter zijn dan aangeven op welke
punten wij niet verdeeld, maar één zijn? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5291" anker="202" partij="SP" naam="De Wit">
 Voorzitter, de minister-president is
al gedurende een reeks van jaren in functie, in verschil-
lende kabinetten. De commissie-Blok heeft een aantal
zaken blootgelegd, zij heeft er met name op gewezen dat
de integratie in ons land niet gelukt is. Als er mensen
integreren, dan is dat eigenlijk hun eigen verdienste. De
commissie wijst op de werkloosheid onder jongeren, op
hun treurige kansen op de arbeidsmarkt, op het
onderwijs, op het grote aantal schoolverlaters, op de
huisvestingsproblemen. In de afgelopen jaren is hier
steeds op gewezen en er is op aangedrongen, deze
problemen aan te pakken om de cohesie in de samenle-
ving te bevorderen. Willen wij kunnen samenleven, om
met de minister-president te spreken, dan moeten wij die
problemen aanpakken. Hier wordt al een aantal jaren
achtereen over gesproken, maar wij constateren dat de
segregatie, de zwarte en witte scholen, de zwarte en
witte wijken, nog steeds niet verdwenen is. Sterker, de
segregatie verdiept zich. Ondanks dat wij met de mond
belijden dat er maatregelen genomen moeten worden
om de integratie te bevorderen, is het gewenste effect er
nog steeds niet. Nog steeds is er een grote tweedeling in
onze samenleving, op allerlei terreinen. Is het nu geen
zaak om daadwerkelijk maatregelen te nemen om de
werkloosheid op te lossen en iets te doen aan de
huisvesting en het perspectief voor jongeren, omdat die
problemen een belangrijke voedingsbodem kunnen zijn
voor ontsporing? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5291" anker="203" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Dit is een belangrijke vraag.
Voordat ik daarop inga, merk ik op dat het punt
’’integratie’’ zal worden behandeld door minister
Vogelaar. Toch een korte opmerking. Ik begin met het
besef dat er een harde component is, in de zin van
veiligheid, je aan de regels houden en inburgeren.
Daarnaast is er een andere component, namelijk het
bieden van mogelijkheden aan mensen, zodat er stages
en banen zijn. Dat besef bestaat al langere tijd. Tijdens
de rellen in en rond Parijs is de vraag gesteld, hoe het
komt dat de situatie in Frankrijk anders lijkt te zijn dan in
Nederland. Een van de verklaringen is dat hier veel meer
is geïnvesteerd in wijken als het gaat om de kwaliteit van
woningen. Verder noem ik de stages. Het vorige kabinet
heeft een werktop georganiseerd voor werkgevers en
werknemers, waarbij een van de grote zorgpunten de
vraag was, hoe het zit met stagemogelijkheden van met
name jongeren van allochtone herkomst. Dat zijn ook
zaken die een rol hebben gespeeld. Zijn wij er daarmee?
Nee, dat zijn wij nog niet. Maar in het coalitieakkoord
staat dat wij willen investeren in mogelijkheden om te
participeren. Wij hebben het geluk dat de economische
ontwikkeling goed is, in het besef dat mensen moeten
kunnen meedoen. Natuurlijk is vandaag het aanknopings-
punt de islam. Maar dit is wel een breder debat. De
vraag zal zijn of mensen werkelijk kunnen meedoen, en
of wij respectvol met elkaar om kunnen gaan. Dat heeft
soms een morele component, maar soms ook een
praktische. Ik denk dat de heer De Wit dat bedoelt, en ik
denk dat wij op dat punt niet van mening verschillen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5292" anker="204" partij="SP" naam="De Wit">
 Het probleem van de stageplaatsen
is bekend. Verder noem ik het perspectief op werk voor
jongeren van allochtone herkomst. De werkloosheid
onder hen is vele malen groter dan onder autochtone
leeftijdsgenoten. De werkgevers zouden een bijdrage
moeten leveren aan de oplossing van die problemen.
Daar mag wat mij betreft wel een tandje bij. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5292" anker="205" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Tijdens de werktop onder het
vorige kabinet zijn afspraken gemaakt over wat gedaan
kan worden aan stageplaatsen. Zoals bekend heeft het
kabinet middelen vrijgemaakt, en daarbij hoort ook te
worden gekeken naar wat in de cao’s gebeurt. Dat zijn
bemoedigende signalen. Wij zullen altijd scherp onder
ogen moeten zien wat er gebeurt. Die weg moeten wij
gaan. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5292" anker="206" naam="De voorzitter">
 Met alle begrip voor de noodzaak van
een zorgvuldige formulering van de interrupties, vraag ik
de leden toch ook met het oog op de tijd beknoptheid te
betrachten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5292" anker="207" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik dank de minister-
president voor de duidelijkheid, en de afstand die hij
neemt van de polarisatie. Een verademing ten opzichte
van de vorige kabinetten!
Ik begin wel aan enige begripsverwarring te lijden. Dit
raakt steeds verward met een integratiedebat, en met
een binnenlands debat over de binnenlandse verhoudin-
gen ten aanzien van kansarme jongeren. Ik kan mij vergissen: bij radicalisering kan een gebrek aan integratie
en aan kansen af en toe een rol spelen, maar radicalise-
ring concentreert zich vaak bij hoogopgeleide jongeren
die helemaal niet bezig zijn met de binnenlandse
verhoudingen, maar een internationale referentie
hebben. Ik vind het verbazingwekkend dat wij hier praten
over de integratie, terwijl de jongeren die het risico
vormen als referentie Al-Jazeera, de situatie in het
Midden-Oosten, de oorlog in Afghanistan en Guantá-
namo Bay hebben, en bezig zijn met de internationale
conflicten rond de islam. Ik begrijp ook niet dat, als u
praat over islamitisch activisme, hoe goedbedoeld ook, u
een heel betoog houdt over integratieproblemen in
Nederland. Wij zijn geen eiland! 

</spreker>
<spreker pagina="93-5292" anker="208" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Heb ik dat ooit gezegd?! Ik heb
aangegeven dat wij radicalisering vaak zien onder hoog
opgeleiden. Wat u zegt over de motieven, die ook te
maken kunnen hebben met externe omstandigheden, is
bekend. Een concreet voorbeeld is de vraag, hoe wordt
omgegaan met Hamas. Natuurlijk weet ik dat sommigen
dit als alibi gebruiken. Natuurlijk kun je duidingen geven
van situaties in het Midden-Oosten, maar dat zal nooit,
maar dan ook nooit een reden mogen zijn om te tornen
aan de rechtsorde hier. Je kiest voor het debat, voor
vreedzame methodes, maar het kan nooit een rechtvaar-
diging zijn voor extremisme of haat. Hangt het daarmee
samen? Wij weten dat dat zo is, maar het gaat mij om de
vraag hoe wij omgaan met tendensen van extremisme.
Degenen die de regels van onze samenleving aan de
laars lappen, zullen dan ook hard moeten worden
aangepakt. Tegelijkertijd moeten wij kansen bieden als
dat nodig is. In dat kader moeten wij de zaak beoordelen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5292" anker="209" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Discriminatie, vervreemding, werkloosheid, Hamas: niets kan een
vergoelijking zijn voor extremisme en het gebruik van
geweld. Maar wij moeten wel proberen inzicht te
hebben. Ik hoor de minister zeggen dat de toestanden in
Parijs hier alles mee te maken hebben. Pardon, maar dat
ging niet over de islam. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5292" anker="210" soort="Minister" naam="Balkenende">
 U moet goed luisteren. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5292" anker="211" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik vind dat wij zo
langzamerhand eens zorgvuldig moeten zijn over het
onderwerp van het debat. Islamitisch activisme is een
mondiaal probleem dat wij ook bezien vanuit de
mondiale problemen moeten benaderen. Ik heb zo
langzamerhand het gevoel dat ik in het parlement van
Madurodam zit. Alles wordt namelijk gedevalueerd tot
polderproporties en daar word ik heel unheimisch van. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5292" anker="212" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Dat lijkt mij dan een goed
moment om eens wat praktischer te zijn en te kijken naar
een onderwerp dat hiermee samenhangt. Er zijn
opmerkingen gemaakt over de contacten met Hamas. Dat
raakt het Midden-Oosten en dat punt speelt ook een rol.
Overigens deel ik de kwalificatie van mevrouw Halsema
over de manier waarop hier over zaken wordt gesproken
niet. Dat doet trouwens ook geen recht aan het debat
van vanmiddag.
Er is gesproken over de contacten met Hamas. Het is
goed om nog eens aan te geven hoe de lijn is. Hamas
wordt sinds 2003 door de Europese Unie en dus mede
door de Nederlandse regering aangemerkt als een
terroristische organisatie die voorkomt op de
EU-bevriezingslijst van terroristische organisaties. Als
gevolg daarvan en als gevolg van het feit dat Hamas de
drie kwartetvoorwaarden – erkenning van Israël,
afzweren van geweld en aanvaarding van bestaande
overeenkomsten en verplichtingen – niet onderschrijft,
vinden er geen contacten met deze organisatie plaats.
Deze voorwaarden kunnen naar de mening van het
kabinet niet worden gerelativeerd. Hamas kan geen
gesprekspartner zijn zonder hieraan te voldoen. Als wij
nu met Hamas spreken, legitimeren wij terreur. Dat is
onbestaanbaar. Fatah is geen terroristische organisatie.
Fatahvoorman, president Abbas, heeft zich bewezen als
een gematigde kracht die streeft naar een vreedzame
oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Hij heeft
de eerder genoemde kwartetvoorwaarden volledig
aanvaard. Het zal duidelijk zijn dat alleen de politieke
weg die Fatahvoorman Abbas heeft gekozen, tot
vooruitgang in het vredesproces kan leiden en niet de
weg van geweld, waarvoor Hamas tot nu toe heeft
gekozen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5292" anker="213" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Heldere taal. De VVD is het
daarmee eens. Ik hoor graag van de premier hoe hij
tegenover het gedrag van coalitiepartij PvdA staat. Zij
spreekt met Hamas. De minister geeft zelf aan dat het
feitelijk een vergoelijking is van extremisme en terro-
risme. Wat vindt hij van een coalitiepartner die dat doet? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5293" anker="214" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Dat oordeel is bekend. Indertijd
heb ik gezegd dat ik dat betreur en ik heb gewezen op de
eigen verantwoordelijkheid van het parlement. Dat heeft
de heer Verhagen gisteren ook aangegeven. De heer
Zijlstra spreekt mij aan op mijn verantwoordelijkheid
voor de regering en haar contacten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5293" anker="215" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Natuurlijk heeft ieder zijn eigen
verantwoordelijkheid, maar het kabinet drijft op een
coalitie waar de PvdA onderdeel van is. Moeten wij
hieruit begrijpen dat de PvdA – dat hoor ik zo meteen
graag van de heer Dijsselbloem – het kabinetsbeleid op
dit punt niet onderschrijft? In de coalitie zit een partij die
een essentieel punt, namelijk terrorisme en extremisme,
feitelijk naast zich neerlegt. De minister kan zich daar dan
niet van afmaken door te zeggen dat ieder zijn eigen
verantwoordelijkheid heeft. Daar komt de verantwoorde-
lijkheid als premier, als leidsman van deze coalitie naar
voren. Hoe zorgt de premier er dan voor dat zo’n
coalitiepartij zich gewoon aan deze heel heldere en
goede lijn houdt? Het kan toch niet zo zijn dat een
regeringspartij daarbuiten treedt en extremisme goed
praat? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5293" anker="216" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Dit vind ik een interessante
opvatting. Ik begrijp haar vanuit politiek opzicht. Als ik in
de schoenen van de heer Zijlstra had gestaan, zou ik de
vraag waarschijnlijk ook hebben gesteld. Het is wel goed
om onder ogen te zien dat er ook nog zoiets is als duale
verhoudingen. De heer Zijlstra spreekt mij aan op de
visie van het Nederlands kabinet. Ik heb glashelder
aangegeven hoe de zaak in elkaar zit. Dat staat los van
parlementariërs die ergens anders zijn. Ik heb gezegd dat
ik het betreur, maar het is wel een eigen verantwoorde-
lijkheid. Minister Verhagen heeft dat dacht ik onlangs
nog aangeven. Dat is de situatie en daar zal de heer
Zijlstra het mee moeten doen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5293" anker="217" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik hoor de premier
graag de duale verhoudingen bezingen. Het is jammer
dat dit niet gold voor het parlementaire onderzoek naar
Irak, maar dat daargelaten. Weet de premier dat in de
provincie Helmand in Zuid-Afghanistan Britse NAVO-
troepen onderhandelen met de taliban omdat zij daar
deel uitmaken van het bestuur? Ik neem aan dat
Nederland dat nu hard gaat veroordelen, gezien uw
opvatting van zojuist. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5293" anker="218" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Met alle respect, wij hebben het
over een rapport van de WRR over de situatie in
Nederland. Wij weten hoe complex de situatie in
Afghanistan is. Ik heb eigenlijk helemaal geen behoefte
om dat debat met u aan te gaan, want dan heb ik het
graag over alles in Afghanistan. U spreekt mij aan op
hoe de contacten internationaal zijn. Ik heb aangegeven
hoe dat zit. U vraagt mij nu om een oordeel uit te
spreken over de contacten die Engelse militairen
mogelijk hebben. Ik vind dat niet op mijn weg liggen op
dit moment. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5293" anker="219" naam="De voorzitter">
 Ik vind dat wij naar een ander punt
moeten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5293" anker="220" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Eerlijk gezegd heb ik
daar bezwaar tegen. Het rapport van de WRR handelt
over internationaal islamitisch activisme. In de kabinets-
reactie wordt hierop ook gereageerd. Op pag. 12 wordt
een uitspraak gedaan over het wel of niet praten en
onderhandelen met groepen die geweld gebruiken. De
oorlog in Afghanistan met de Taliban houdt nauw
verband met de internationale dynamiek van het
islamitisch activisme. Het gaat niet alleen over Neder-
land. Ik heb geen behoefte om alleen over de polder te
praten. Er staat ook heel wat meer op de agenda, dus ik
houd het er wel bij. Ik wil graag weten hoe de minister-
president zich verhoudt tot pag. 12 van de kabinets-
reactie. Daarin schrijft hij dat groepen die via geweld
veranderingen nastreven, geen gesprekspartner zijn voor
de overheid, tenzij deze gesprekken erop gericht zijn dit
geweld te beëindigen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5293" anker="221" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Dat citaat is juist. De hoofdregel is
dat er geen contact is met gewelddadige organisaties. Daarop is een specifieke uitzondering: gesprekken die
zouden zijn gericht op de beëindiging van het geweld. De
hoofdlijn is dat er niet wordt gesproken, tenzij, en dan
komt dat zinnetje als een verbijzondering. Wij moeten
niet die verbijzondering tot de hoofdregel maken. Dit
zinnetje heeft vooral betekenis gekregen bij bewegingen
zoals Hamas en Hezbollah. Ik hecht eraan om nog eens
aan te geven dat het niet zomaar gaat om wat geweld.
Het probleem bij een beweging als Hamas, die het
aanknopingspunt is bij dit debat, omdat daarover heel
veel is gesproken, ook over de contacten van Kamerle-
den, is dat dit een gewelddadige organisatie is, die niet
bereid is het geweld af te zweren en die dat doet in
samenhang met het doel om de staat Israël te vernieti-
gen. Als het beeld is dat deze organisatie uit is op de
vernietiging van de staat Israël, dan zeg ik dat er niet
mee wordt gesproken. Mevrouw Halsema spreekt over
de specifieke situatie van Britse militairen in een
provincie. Dat vind ik echt een andere discussie. Ik vind
dat wij moeten oppassen om het een op het ander te
projecteren. Wij moeten het hebben over wat aan de
orde is. Ik vind dat echt te ver gaan. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5293" anker="222" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik zal niet in voorbeel-
den verzanden, maar het is voor mij heel moeilijk om
een rechte lijn in het kabinetsstandpunt te ontdekken. Als
Kadhafi met Sarkozy praat over de vrijlating van
verpleegsters, juicht de hele Westerse wereld. Dan
hebben wij het over Kadhafi. Dat is niet bepaald een lieverdje. Zo kan ik er meer noemen: het Leger van de
Heer in Uganda, Gerry Adams van de IRA. Dat wordt
allemaal goed gevonden, ook door Nederland. Nu moet
u mij eens uitleggen wat nu eigenlijk de regel is voor wel
en niet praten. Wat mij betreft zou er maar één regel
moeten zijn. Als er machtspolitieke redenen zijn, namelijk
redenen van veiligheid en internationale vrede, dan praat
je met je vijanden, omdat het ons dichterbij democratie,
veiligheid en vrede zou kunnen brengen. Het ingewik-
kelde is dat u zegt dat soms wel een machtspolitiek
argument geldt en dat wij soms vervallen in morele
argumenten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5293" anker="223" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Ik ben erg blij dat het kabinet wel
de rechte lijn voor ogen heeft. De stellingname is dat er
geen overleg plaatsvindt met bewegingen die uit zijn op
geweld, tenzij de contacten uitmonden in het beëindigen
van het geweld. Dat is het algemene streven en dat zal
dan van geval tot geval bekeken moeten worden. Het
aanknopingspunt vandaag is niet een algemene
discussie, maar contacten met een beweging als Hamas.
Ik zeg nogmaals duidelijk dat wij niet praten met een
beweging die uit is op de vernietiging van de staat Israël,
die daarvoor geweld gebruikt en dat niet wenst te
beëindigen.
Dan is nog een uitspraak over het WRR-rapport van de
heer Verhagen in zijn hoedanigheid als CDA-
fractievoorzitter aan de orde geweest. Hij zou hebben
gezegd dat het onzorgvuldige lariekoek was. In de
vraagstelling is naar voren gekomen dat dit een
kwalificatie van het rapport zou zijn. Het is goed om nog
eens te zeggen dat de heer Verhagen reageerde op
beschuldigingen van de onderzoeker van de WRR
Schoonenboom, dat hij zich schuldig zou maken aan
onverantwoorde stemmingmakerij in het debat over de
islam en de sharia. Daarvan heeft het Kamerlid Verhagen destijds gezegd: dat is onzorgvuldige lariekoek, dat is
studeerkamerpolitiek. Daarmee doelde hij dus nadrukke-
lijk niet op het WRR-rapport maar op de publieke
uitlatingen van het betreffende WRR-lid voorafgaande
aan de officiële presentatie van het rapport.
Mevrouw Halsema heeft een vraag gesteld over het
beleid ten aanzien van Saudi-Arabië. Nederland hanteert
een restrictief wapenexportbeleid ten aanzien van
Saudi-Arabië. Dat betekent niet dat leveranties van
militair materieel zijn verboden. Op grond van de
Europese gedragscode wapenexport wordt iedere
aanvraag voor een vergunning voor export van militair
materieel naar Saudi-Arabië op individuele basis zeer
strikt getoetst aan alle acht criteria van de
EU-gedragscode, inclusief het mensenrechtencriterium.
Overigens bestaat expliciete aandacht voor mensenrech-
ten, inclusief aandacht voor uitingen van antisemitisme
in de betrekkingen met Saudi-Arabië. In juni nog bracht
onze mensenrechtenambassadeur een bezoek aan het
koninkrijk. Ook Human Rights Watch bezocht recent
Saudi-Arabië en de Saudische National Society of
Human Rights bracht eerder een bezoek aan Nederland.
Uit deze contacten blijkt een toegenomen openheid bij
de autoriteiten om te spreken over mensenrechten.
Nederland zal de ontwikkeling in Saudi-Arabië op het
gebied van mensenrechten actief en kritisch blijven
volgen en de autoriteiten daarop blijven aanspreken. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5294" anker="224" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 In dit verband heb ik
Hamas genoemd. Dat heb ik niet gedaan om die kwestie
hier weer helemaal uit te vechten. Ik zou meer respect
kunnen hebben voor uw weigering om met Hamas te
spreken als uw houding ten opzichte van Saudi-Arabië
niet getuigde van zo’n dubbele standaard. Met Saudi-
Arabië wordt niet alleen gepraat, maar er worden ook
wapens en onderdelen van wapens aan geleverd. Dan
hebben wij het over het land dat op de schalen van
democratie en mensenrechten het allerslechtst scoort.
Vrouwen worden er het slechtst behandeld, de mensen-
rechten worden er systematisch geschonden, mensen
worden opgehangen, gegeseld en gestenigd. En u gaat
ermee akkoord, weliswaar restrictief, dat er wapens
geleverd worden. Hoe kunt u dat nu combineren? Dan zegt u toch: dat doen we nooit meer zolang daar
mensenrechten geschonden worden? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5294" anker="225" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Voorzitter. Ik heb het kader
aangegeven van waaruit deze zaak kan worden beoor-
deeld. Ik heb aangegeven dat er contacten zijn. Ik heb
gezegd dat er over het thema mensenrechten intensief
met elkaar wordt gesproken. En dat is het verhaal. Je moet ervoor oppassen om nu zomaar even te zeggen: je
hebt Saudi-Arabië, je hebt Hamas, en in het ene geval
doet u dit en dan laat u alles maar lopen. Nee, het thema
mensenrechten is in de betrekkingen met Saudi-Arabië
aan de orde. Ik heb aangegeven hoe het zit. Ik heb
aangegeven dat een gedragscode van de EU wordt
gevolgd. Dat vind ik een vraagstuk van een andere orde
dan een beweging die uit is op de vernietiging van de
staat Israël. Ik kan er niets anders van maken. U kunt niet zomaar zeggen: dat zijn twee dingen en u hanteert
dubbele standaarden. U moet oppassen dat u niet
ongelijksoortige grootheden met elkaar vergelijkt. Dan
krijg je een vals debat. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5294" anker="226" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Het regime in
Saudi-Arabië is openlijk antisemitisch. Het regime in
Saudi-Arabië is openlijk weliswaar niet uit op de
vernietiging van de staat Israël – het valt nog te bezien
wat er verder impliciet allemaal aan de hand is – maar
het regime is wel openlijk uit op de vernietiging van een
deel van zijn bevolking die er anders over denkt. Beide
bewegingen, Hamas en Saudi-Arabië, baseren zich
daarbij op de islam. Daarom komen zij hier samen aan
de orde. In Saudi-Arabië gebeurt dat geïnstitutionaliseerd
door de staat. Saudi-Arabië heeft de Sharia als enig
geldend recht ingevoerd. Nu zegt u dat er geen verband
is. Op de een of andere manier vindt u het dus wel
acceptabel dat in Saudi-Arabië de eigen bevolking
systematisch wordt onderdrukt, uitgebuit, geslagen en
mishandeld. Dat mag wel. Daar levert u zelfs wapens
aan. En met Hamas praten kan niet. Er is wel degelijk
een verband. Ik wil een inhoudelijk antwoord. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5294" anker="227" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Voorzitter. Dat heb ik al gegeven.
Ik heb aangegeven dat de contacten met Saudi-Arabië
worden beheerst door gedragscodes en door een dialoog
over de mensenrechten. Mevrouw Halsema kan het
ermee oneens zijn, zij kan andere conclusies trekken,
maar dat is de situatie. Hamas is een ander verhaal. Wij
kunnen daar eindeloos over heen en weer praten, maar
ik heb aangegeven hoe wij de zaken beoordelen.
Mevrouw Halsema heeft daar vandaag ook heel wat
sprekers op aangevallen. Ik begrijp haar betrokkenheid
bij het onderwerp. Als wij met elkaar het lastige
vraagstuk van de islam, het vraagstuk van de bejegening
van groepen, willen oplossen, als wij vanavond in het
debat verder willen komen, dan is het toch beter om te
kijken wat ons bindt in plaats van deze discussie te
voeren waar ook een buitenlandspolitieke component
aan vastzit. Ik loop niet weg voor het debat, maar ik vind
dit geen vruchtbare discussie. Zojuist heeft mevrouw
Halsema een vergelijking gemaakt met Britse militairen
in Helmand. Nu maakt zij een andere vergelijking. De
enige vragen die nu centraal staan, zijn wat de algemene
lijn is van het kabinet op het terrein van het onderhou-
den van contacten en wat de voorwaarden zijn om
contact te hebben. Dat zal per geval moeten worden
beoordeeld. Heeft dit debat betrekking op het rapport
van de WRR of staan daarin allerlei buitenlandse
politieke aspecten centraal? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5294" anker="228" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Als de minister-
president het rapport van de WRR heeft gelezen, is hem
duidelijk geworden dat 90% daarvan betrekking heeft op
internationale politiek. Het internationaal islamitisch
activisme vindt een voedingsbodem in de dubbele
standaard die in het Westen heerst ten aanzien van
omgang met totalitaire regimes, terroristische bewegin-
gen, de islam en het islamitisch activisme. Begrijp ik
goed dat de minister-president van mening is dat de
onderdrukking in Saudi-Arabië veel minder ernstig is dan
het gedrag van Hamas? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="229" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Die vergelijking is niet te maken.
Ik heb geprobeerd om uit te liggen wat de kaders zijn,
maar ik constateer na de interrupties van mevrouw
Halsema dat wij op dit punt een meningsverschil
hebben. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="230" partij="D66" naam="Pechtold">
 Ik mis de minister van
Buitenlandse Zaken steeds meer. Misschien doet de
minister-president dat inmiddels ook. Wij hebben het
geprobeerd. Toch is er wel degelijk sprake van een
internationale context.
De minister-president ging ook veel te snel voorbij aan
de uitingen van toenmalig fractievoorzitter Verhagen
over de WRR. Die staan mij nog heel goed voor ogen.
Die opmerkingen hadden niet alleen betrekking op de
onderzoeker, maar op dit rapport. Het rapport kwam pas
op die dag uit en geen mens kon het gelezen hebben. Ik
weet niet meer welke grappige naam voor de WRR werd
bedacht, maar die opmerkingen kwamen van de heer
Verhagen. Ik wil dat de minister-president duidelijk zegt
dat de minister van Buitenlandse Zaken nu kennelijk toch
verantwoordelijk is voor een serieuze reactie. Het is
immers niet het eerste zinnetje geweest dat het allemaal
onzin was. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="231" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Ik heb naar mijn idee duidelijk
gezegd dat de reactie van het toenmalige Kamerlid
Verhagen betrekking had op de opmerking van de heer
Schoonenboom in een interview over stemmingmakerij
in relatie tot het debat over de islam en de sharia. De
betreffende onderzoeker noemde een aantal namen,
waaronder die van de heer Verhagen, en maakte de
opmerking dat het stemmingmakerij zou zijn. Dat was
voor de heer Verhagen aanleiding om te zeggen dat hem
dat niet beviel. De heer Verhagen had eerder namelijk
gezegd dat hij zorgen had over de sharia en wat het
gevolg kan zijn. Toen het woord ’’stemmingmakerij’’
werd gebruikt, heeft de heer Verhagen dan ook een
opmerking gemaakt. De Kamer weet dat zich daarna nog
zaken hebben voorgedaan. Die zijn op evenwichtige wijze
naar voren gekomen. Wat dat betreft kan minister
Verhagen zich volledig vinden in de reactie van het
kabinet. Wij moeten nu niet doen alsof de kwalificatie
van de heer Verhagen van destijds een diskwalificatie
van het rapport als zodanig was. Dat was niet aan de
orde. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="232" partij="D66" naam="Pechtold">
 Dat was het wel degelijk. Die
opmerking had betrekking op het rapport. Het had de
minister gesierd als hij dat in dit debat had verdedigd.
Wij weten ook dat hij dan iets anders had gezegd, omdat
hij nu de functie van minister vervult. Dat was niet erg
geweest maar ik betreur het zeer dat de minister-
president dat op deze manier bagatelliseert, terwijl de
internationale context van het rapport nu centraal staat. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="233" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Meent de heer Pechtold werkelijk
dat de minister van Buitenlandse Zaken akkoord kon
gaan met deze reactie, als zijn woorden correct waren
geweest? Het is belangrijk om goed na te gaan wat er
destijds is gezegd. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="234" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Dat maakt het volgende citaat
van de heer Verhagen in Elsevier van 12 april 2006 nog interessanter: ’’Dit rapport is onzorgvuldige lariekoek.’’
Hoe is het dan mogelijk dat de minister van Buitenlandse
Zaken akkoord gaat met deze kabinetsreactie? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="235" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Dat kan omdat die opmerking te
maken had met het onzorgvuldige interview van de heer
Schoonenboom. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="236" partij="D66" naam="Pechtold">
 Dat is niet waar. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="237" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Jawel, ik heb vaak over deze
kwestie van gedachten gewisseld met de minister van
Buitenlandse Zaken. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="238" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik vermoed dat de heer Verhagen
aan geheugenverlies leed toen hij de ministerspost
aanvaardde. Zijn citaat is niet mis te verstaan. Daarin
komt geen woord Frans voor. Dat citaat heeft geen
betrekking op de reactie van de onderzoeker maar op dit
rapport. De minister-president beantwoordt onze vraag
niet. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="239" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Ik beantwoord de vraag wel, maar
het antwoord zint de Kamer niet. Dat is iets anders. Ik
heb gezegd dat het geen reactie was op een rapport. De
heer Verhagen reageerde op een interview waarin hij
werd weggezet als iemand die aan stemmingmakerij
doet. Hij was bezorgd over de sharia. Als je vervolgens
weggezet wordt in het kader van stemmingmakerij, is het
logisch dat je dat niet accepteert. Dat is ook gebeurd. In
die context is de opmerking gemaakt. Wij moeten niet
het een met het ander verwarren. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="240" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik citeer de heer Verhagen: ’’Dit
rapport is onzorgvuldige lariekoek.’’ Hij heeft het over het
rapport. Ik ben dat overigens met hem eens. De
minister-president buigt de situatie nu om. Hij probeert
de uitspraak van de heer Verhagen in een andere context
te zetten. Die heeft het rapport echter wel degelijk als
zodanig gekwalificeerd. Nu is hij kennelijk met een
andere reactie akkoord gegaan. De minister-president kan
zeggen wat hij wil, maar ik heb zo-even geciteerd wat de
heer Verhagen heeft gezegd. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="241" naam="De voorzitter">
 Ik stel vast dat de vragen en de antwoor-
den steeds hetzelfde luiden.
De heer Pechtold wil nog een poging doen? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5295" anker="242" partij="D66" naam="Pechtold">
 Wij proberen een open debat te
voeren. Gisteren hebben GroenLinks en D66 sterk gepleit
voor de aanwezigheid van de minister van Buitenlandse
Zaken bij dit debat. Het rapport gaat immers voor 90%
over het buitenland. Het is bovendien een gevoelig punt.
De toenmalige fractieleider van het CDA heeft immers
iets over het rapport gezegd. Ik dank de heer Zijlstra voor
het letterlijke citaat. Het zou de minister-president sieren
als die na een half jaar niet zegt dat het citaat slaat op de
onderzoeker en niet op het rapport. Het citaat gaat over
het rapport. Dat de minister van Buitenlandse Zaken nu
wat anders vindt en in die hoedanigheid wat anders
ondertekent is prima. Zeg dat dan ook! Dan is er een
open debat. Als de minister-president er omheen blijft
draaien, ga ik Googelen. Ik zal dan ook die leuke grap
opzoeken over waar WRR voor stond. Dat wil de
minister-president toch niet? Zeg dan gewoon dat
fractievoorzitter Verhagen iets anders is dan minister
Verhagen. Deze minister is verantwoordelijk voor dit
verhaal. Het is jammer wat hij toen heeft gezegd.
Wellicht was hij een beetje boos omdat hij persoonlijk
werd aangesproken. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5296" anker="243" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Het lijkt mij het beste als de heer
Pechtold gaat Googelen. Ik heb mijn visie op het geheel
al gegeven.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5296">

 
<spreker pagina="93-5296" anker="244" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Voorzitter. Dank voor de
opmerkingen van de leden van de Kamer over de zaken
waarover ik zal spreken. Ik wil de WRR gelukwensen met
zoveel weerklank, de heer Wilders met zijn verjaardag en
mevrouw Van Toorenburg met haar maidenspeech. Die
speech was scherp en stevig. Idealisme en realisme
bleken bij haar absoluut niet verdwenen.
De spanningsvelden rond integratie hebben, langs het
onderwerp van het WRR-rapport heen, veel aandacht
gekregen. Mevrouw Vogelaar zal spreken over de
integratie. Ik spreek over de spanningsvelden.
Ik zal klip en klaar zijn over radicalisering die tot
geweld leidt, terrorisme en andere vormen van onaange-
past gedrag. Het gaat immers over de rechtsstaat en de
handhaving van de rechtsorde. Wij moeten ons vooral
realiseren dat je de rechtsstaat niet kunt handhaven als
je die zelf niet respecteert. Dit betekent respect voor wat ieder mens eigen is: ras, godsdienst, levensbeschouwe-
lijke overtuigingen, geaardheid, herkomst. Vrijheid voor
eenieder binnen de grenzen van de wet. De rechtsstaat
maakt een vrije samenleving mogelijk.
Het ministerie van Justitie heeft een bijzondere relatie
met de vrijheid van godsdienst. Toen in de negentiende
eeuw de scheiding van kerk en staat werd doorgevoerd
en in 1870 definitief een eind kwam aan de departemen-
ten voor de rooms-katholieke en de hervormde eredien-
sten, zijn de relaties met de kerkgenootschappen en
geloofsgemeenschappen opgedragen aan het ministerie
van Justitie. Dat is een heel zinvolle taak, omdat al die
geloofsgemeenschappen gelijkelijk een plaats innemen in
onze rechtsorde. Handhaven van de grenzen van de
rechtsstaat hoort daarbij, waar nodig scherp en stevig.
Het gaat om het gezamenlijke respect voor de rechtsorde
die verscheidenheid mogelijk maakt. Integreren begint bij
respecteren, over en weer. De relaties met de godsdien-
stige en levensbeschouwelijke stromingen gaan uit van
eigen verantwoordelijkheid van de staat en van de
godsdienstige en levensbeschouwelijke gemeenschap-
pen. Het is niet aan functionarissen van de overheid –
ook niet aan degene die de relaties met die gemeen-
schappen tot zijn bijzondere verantwoordelijkheid moet
rekenen – om oordelen te geven over de inhoud van
godsdienstige of levensbeschouwelijke stromingen. Dat
is iets dat wij ook in acht nemen als wij contacten
onderhouden met kerkgenootschappen, met het
Humanistisch Verbond en met andere geloofsgemeen-
schappen, zoals die van de moslimlandgenoten. De
organisatie daarvan zal in het bijzonder in het antwoord
van collega Vogelaar aandacht krijgen. Wat ik hier wilde
zeggen, is dat het allemaal geschiedt op de grondslag die ons verbindt: de democratische rechtsstaat.
Wanneer er dan aan ons, en misschien in het bijzonder
aan mij als degene die samen met de collega’s het
kabinetsstandpunt heeft voorbereid, wordt gevraagd of
dat op de goede manier wordt gezien en is behandeld in
het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het
Regeringsbeleid, waarover zo-even kritische opmerkin-
gen zijn gemaakt, dan moeten wij ons om te beginnen
realiseren dat de onderwerpen die in dit debat aan de
orde zijn gesteld begrijpelijkerwijs breder zijn dan in dat
rapport aan de orde zijn gekomen. Dat betekent niet dat
er daarom iets mis is met dat rapport als zodanig. Ik
denk dat het waar is dat de WRR in het rapport een
accent legt bij positieve, hoopgevende ontwikkelingen
die er zijn in de verscheidenheid van ontwikkelingen in
de wereld van de islam, nationaal en ook internationaal.
Vandaar ook dat het kabinetsstandpunt mede namens de
minister van Buitenlandse Zaken aan uw Kamer is
toegestuurd. Misschien is het ook niet zo gek dat daarop
wat nadruk is gelegd, nu er verder, met allerlei op
zichzelf reeds schadelijke gevolgen, zoveel nadruk wordt
gelegd op de negatieve ontwikkelingen. Wat ik als mijn
taak zie in het debat is om in ieder geval daarnaast, en
wat mij betreft ook in aanvulling daarop, in te gaan op
datgene waar de handhavende taak van de staat aan de
orde is. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5296" anker="245" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Het kabinet houdt dus overeind
dat het rapport zorgvuldig en verantwoord is. Wat vindt
de minister van de volgende uitspraken die zijn gedaan
door het Onderzoeks- en Verificatiebureau van de
Tweede Kamer, ons onderzoeksorgaan?
De invloed van de gevonden aanknopingspunten is
beperkt en de WRR voert op dat punt een cirkelredenatie.
De extrapolatie naar de Nederlandse situatie wordt
weinig onderbouwd. De WRR-definitie van islamitisch
activisme is een breed koepelbegrip met weinig
verhelderend of onderscheidend vermogen waardoor
een wetenschappelijke toetsing onmogelijk is. De
afbakeningen is tot stand gekomen op basis van
niet-wetenschappelijke criteria. Hierdoor zijn de
wetenschappelijke distantie en objectiviteit niet vol-
doende gewaarborgd, aldus het Onderzoeks- en
Verificatiebureau van de Tweede Kamer.
Graag hoor ik hierop een reactie van de minister. Vindt
hij nog steeds dat dit rapport zorgvuldig en verantwoord
is? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5296" anker="246" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Jazeker. Ik heb zo-even ook
gezegd waarom wij het van belang vinden om dit
rapport te waarderen als waardevol en verstandig en ik
weet niet welke woorden de heer Zijlstra nog meer
aanhaalde, maar daarbij ook aan te tekenen dat dit
rapport begrijpelijkerwijs een accent legt daar waar
gewoonlijk de accenten niet worden gelegd. Er zijn
vragen gesteld over de verantwoordelijkheid van de
overheid om handhavend op te treden tegen alles wat er
mis is en scheef zit. Ik zal hierop graag ingaan. Dat is de
kant van de zaak waarover zeer terecht ook door
mevrouw Van Toorenburg is gesproken waar het gaat
om weerwoord en weerwerk van de overheid in de
handhavende taken. De heer Zijlstra zegt dat in het
rapport maar een deel van de totale werkelijkheid aan de
orde komt. Het is dan misschien maar goed dat wij er
ook een kabinetsstandpunt naast hebben gelegd. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5297" anker="247" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Het gaat niet om het feit dat het
rapport in die zin slechts een deel heeft belicht. De door
mij genoemde conclusies betreffen de wijze waarop die
belichting is geschied. Volgens het Onderzoeks- en
Verificatiebureau is het onderwerp op niet-
wetenschappelijke wijze belicht. Het is prima dat
bepaalde islamitische denkers naar voren zijn gehaald,
want het is goed om te zien dat er een verlichte kant van
de islam is. Daarover verschillen wij niet van mening.
Echter, als de WRR dat in zijn rapport doet, moet de raad
toch ook vermelden dat sommigen van die schrijvers zijn
geëxecuteerd, in de gevangenis zitten of zijn gevlucht.
Als men dat soort dingen niet opmerkt, wordt het niet
een rapport waarin één aspect wordt benadrukt, maar
dan wordt het een rapport waarin vooral dingen worden
weggelaten en waarmee daardoor een veel te rooskleu-
rig beeld wordt gegeven en de discussie feitelijk de
verkeerde kant op wordt gestuurd. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5297" anker="248" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Nee, voor zover dit bedoeld was
als een methodisch-wetenschappelijke opmerking moet
ik zeggen dat het gezagsargument van het onderzoeks-
bureau dat die mening is toegedaan geen wetenschappe-
lijk argument is. Verder teken ik hierbij aan dat de WRR
op een indrukwekkend degelijke manier uitspraken,
literatuur en stromingen heeft onderzocht. Het is goed
dat dat eens is gebeurd nadat er zoveel eenzijdigs is
geschreven. In de publieke opinie lijkt het erop dat wij
het alleen nog maar over ongenoegen en lelijke dingen
kunnen hebben. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5297" anker="249" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 De WRR-voorzitter zegt vandaag
in Trouw dat wij kennelijk vergeten zijn dat wij 60 jaar
geleden het grootste islamitische land ter wereld waren.
Toen was Indonesië nog onderdeel van het Koninkrijk der
Nederlanden. Vindt u dat een dergelijke opmerking deze
discussie in een goed licht plaatst? Je hebt dan toch niet
begrepen wat op dit moment de tijdgeest is? Ik hoor
graag uw reactie op deze opmerking van het instituut dat
dit rapport heeft geschreven. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5297" anker="250" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Er is nog geen kabinets-
standpunt over het interview in Trouw van vanochtend.
Voorzitter. De vrijheid van godsdienst is ons heilig. Dat
betekent dat wij alle godsdienstige en levensbeschouwe-
lijke overtuigingen gelijk behandelen. Om dit meteen maar concreet te maken: wij zullen de sharia niet
invoeren en de Koran niet verbieden. Onze Grondwet en
de verdragen zijn daar duidelijk over. De vrijheid van
godsdienst wordt gegarandeerd met inachtneming van
de eisen van de rechtsstaat. Of iemand zich nu op zijn
geloof of op de uitleg van zijn geloof wil beroepen of
niet, de rechtshandhaving moet ondubbelzinnig geweld,
aanzetten daartoe en aantasting van vrijheden van
anderen bestrijden. Vandaar dat ik het zojuist had over
weerwoord en effectief weerwerk van de organen van de
rechtshandhaving.
Gevraagd is naar de concrete maatregelen die daarop
betrekking hebben. Ik zal er enkele noemen, waarbij ik
niet pretendeer volledig te zijn. Wat betreft het sluiten
van moskeeën en het bejegenen van imams die
uitlatingen doen die niet verenigbaar zijn met onze
rechtsorde, zijn er enkele mogelijkheden die kunnen en
zullen worden benut. Er zijn ook mogelijkheden die nog
een plaats moeten krijgen in onze wetgeving.
Als het gaat om het sluiten van moskeeën moeten wij
het precies formuleren. Hebben wij het over gebouwen,
over mensen die bepaalde activiteiten bedrijven in die
gebouwen, over de besturen of over de financiële
stromen? Beschuldigingen moeten natuurlijk goed
gefundeerd worden. Als er aanleiding is voor strafrechte-
lijk optreden, is het wenselijk om de mogelijkheden uit te
breiden met de bevoegdheid om over te gaan tot
ontzetting uit ambten. Het is mijn bedoeling om een
wetsvoorstel met die strekking de komende maand voor
te leggen aan de ministerraad.
Als een moskee wordt beschouwd als een instelling
waar systematisch activiteiten plaatsvinden die niet
verenigbaar zijn met de rechtsorde, hebben wij uiteraard
de mogelijkheden van het verbieden van organisaties en
van het optreden tegen degenen die dergelijke activitei-
ten ontwikkelen. Misschien moet nog eens nagegaan
worden of de gemeenten meer mogelijkheden moeten
krijgen op dit punt. Collega Ter Horst en ik hebben
inmiddels een brief naar de Kamer gestuurd over het
optreden tegen activiteiten die niet verenigbaar zijn met
de rechtsorde in gemeenten. Dan gebruiken de burge-
meesters hun mogelijkheden binnen het kader van hun
gemeenten, maar misschien zijn er meer mogelijkheden.
Daarbij valt te denken aan de wetgeving op het terrein
van de ruimtelijke ordening in de sfeer van gebruiks-
voorschriften. Dat is wellicht ook een manier om het kaf
van het koren te scheiden op zo’n manier dat het koren
op het veld blijft staan. Het gaat steeds om een gericht
optreden tegen misstanden.
Er is gevraagd of er nog andere mogelijkheden zijn om
op te treden tegen personen en instituten die zich
schuldig maken aan met onze rechtsorde onverenigbare
activiteiten. Uiteraard zijn er ook nog de mogelijkheden
voor burgemeesters om op te treden op grond van
bepalingen over de ruimtelijke ordening. De strafrechter
kan strafrechtelijk optreden op grond van de bepalingen
132 tot en met 137e van het Wetboek van Strafrecht. Dat
is ook het goede kader hiervoor.
Ik kom bij het misbruik van grondrechten. Dat debat
wordt al langer gevoerd. Artikel 17 van het Europese
Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens biedt daarvoor een goed kader: je mag grondrechten niet
gebruiken om de democratische rechtsorde te ondermij-
nen. Soms wordt gevraagd of dit betekent dat er ook een
algemeen verbod voor antidemocratische en antirechts-
statelijke bewegingen kan worden ingevoerd. Dat is op
zichzelf mogelijk, binnen de kaders van de EVRM-
rechtsorde. Tegelijk geldt de wijsheid – en dat was ook
de lijn in vorige kabinetsperioden – dat dit soort
verregaande maatregelen alleen moet worden genomen
als andere maatregelen te kort blijken te schieten. Zoals
ik net zei, er zijn mogelijkheden op grond van onze
strafrechtelijke wetgeving met betrekking tot de
handhaving van de openbare orde om dat te doen. In
feite zijn dit ook mogelijkheden om onze democratische
rechtsorde te beschermen tegen diegenen die deze
ondermijnen. Ik zeg dit mede naar aanleiding van de
motie-Van Miltenburg over de weerbare democratie.
Daarover heb ik mede namens mijn collega van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een brief
gestuurd. Deze collega zal hier binnenkort op terugko-
men.
Ik sprak net over mogelijkheden om op basis van het
Wetboek van Strafrecht en andere specifieke bepalingen
op te treden. De heer Pechtold stelde een precieze vraag
over bladzijde 15 van het kabinetsstandpunt, waarin staat
dat niet alle uitingen die vanuit het oogpunt van de
democratische en open samenleving schadelijk zijn, ook
strafbaar worden gesteld. Dat is zeker het geval, maar
gelukkig valt de wereld waarin we leven niet uiteen in
strafbare gedragingen en buitengewoon wenselijke,
maatschappelijk nobele activiteiten. Daar zit wat
tussenin; de samenleving heeft veel meer schakeringen
en grijstinten. Ik denk dat we daarvoor dankbaar moeten
zijn. Hier wordt bedoeld dat ook op een andere manier
kan worden gereageerd dan met het strafrecht. Een
concreet voorbeeld daarvan zijn de indringende
gesprekken die burgemeesters soms aangaan. Dat is
geen strafrechtelijk optreden, maar wel kenbaar maken
dat bepaalde activiteiten niet passen in onze democrati-
sche samenleving. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5298" anker="251" partij="D66" naam="Pechtold">
 Voorzitter. Voor de zuiverheid, want de minister van Justitie zegt dit: dit zijn dus
niet-strafbare zaken, ze vallen binnen de democratische
rechtsorde en dit optreden dient te worden verstaan als
een goed gesprek van de burgemeester maar niet heel
veel meer; de minister zegt dus niet dat tegen dat soort
zaken wat moet gebeuren, hoewel ze niet strafbaar zijn
volgens onze rechtsorde. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5298" anker="252" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Dwingende maatregelen mogen
door de overheid alleen op grond van de wet worden
getroffen, maar de overheid heeft gelukkig ook andere
mogelijkheden om zich uit te laten. Ik denk dat u
vandaag zelf wat voorbeelden heeft gegeven van zaken
die niet wenselijk zijn, die we niet willen aanmoedigen,
die we willen ontmoedigen, maar die niet vallen binnen
de termen van een strafbaar feit. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5298" anker="253" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Voorzitter. Ik wil even terug naar
de brief van 2 juli, waarin het kabinet zegt dat het nog zal
komen met een diepgaande reactie aangaande de
weerbaarheid van de democratie. Daarmee blijft de volgende vraag overeind: hoe is de minister gekomen tot
het oordeel in de kabinetsreactie op het WRR-rapport,
dat die weerbaarheid van de democratie aanwezig is? De
minister heeft nog niets geanalyseerd, maar weet
kennelijk al dat het zo is. Hoe kan dat? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5298" anker="254" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Misschien omdat dit werk in
uitvoering is en we het analyserende werk gelukkig
hebben kunnen laten meewegen in ons kabinets-
standpunt. Uiteraard mag u erop rekenen dat de brief
consistent zal zijn met het kabinetsstandpunt. Ik heb
zo-even de benadering uiteengezet die daaraan ten
grondslag ligt, namelijk dat het zeker verenigbaar is met
het EVRM om op te treden tegen diegenen die de
democratische rechtsorde ondermijnen; ik meen dat
zulks ook ten grondslag lag aan de motie. Dat kan in de
vorm van zeer algemene maatregelen zoals die in
sommige staten zijn genomen. Duitsland heeft dat, zeker
ook in de nasleep van de periode 1933-1945, systema-
tisch gedaan. Wij mogen dankbaar zijn dat dit soort
maatregelen in ons land niet nodig is gebleken. Hier
wordt echter natuurlijk ook opgetreden ter handhaving
van de democratie wanneer strafrechtelijke maatregelen
worden genomen tegen mensen die geweld propageren,
haat zaaien of zich discriminerend uitlaten. Ik ben
hiermee hopelijk niet te veel vooruitgelopen op de brief
die de minister van BZK en ik hadden aangekondigd. U
kunt erop rekenen dat die consistent zal zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5298" anker="255" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Dat wachten wij inderdaad rustig
af, maar niet te rustig. U zegt immers dat er sprake is
van werk in uitvoering, maar u was kennelijk toch in
staat om de conclusie te trekken dat er voldoende
weerbaarheid is. Dat is geen conclusie die u lichtzinnig
zult trekken, gezien het belang van dit onderwerp. Wij
verwachten dat die analyse die nog werk in uitvoering is
nu ongeveer klaar is, want anders kunt u nooit zo’n
conclusie trekken. Dat betekent ook dat u – laten wij het
eens ruim nemen – binnen veertien dagen uw reactie
kunt opstellen. Anders was het geen werk in uitvoering,
maar zat u nog midden in het denkproces en zou uw
reactie op dit moment een beetje uit de lucht gegrepen
zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5298" anker="256" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Die is niet uit de lucht gegrepen.
Ik reageerde op wat er staat in het kabinetsstandpunt dat
u voor de zomer is toegezonden. Daar voeren wij nu een
debat over. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5298" anker="257" partij="SP" naam="De Wit">
 Ik las vanmorgen in de krant dat de
Tweede Kamer voor sluiting van moskeeën is. Het
gebeurt heel vaak dat ik lees dat de Tweede Kamer
ergens voor is. De Tweede Kamer is dus voor sluiting
van moskeeën. Heb ik goed begrepen van de minister
dat dit op zich niets nieuws is en dat het op dit moment
al mogelijk is om moskeeën te sluiten? Klopt het dat het
er maar vanaf hangt voor welke maatregel wordt
gekozen, dat er strafrechtelijk en bestuursrechtelijk kan
worden opgetreden? Zou een van de maatregelen op
basis van het gedrag of wangedrag van een stichting
kunnen zijn dat wordt opgetreden tegen een moskee en
dat het gebouw wordt gesloten? Wil dat niet altijd
zeggen dat de moskee wordt gesloten, omdat er nog
talloze andere mogelijkheden zijn om op te treden? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5298" anker="258" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Wat ik net heb gezegd, was naar
aanleiding van het debat van vandaag. Ik heb ook in de
krant gelezen wat de Kamer vindt. Dat is soms inderdaad
in de krant te lezen, al dan niet terecht. Wij lezen ook wel
eens in de krant wat het kabinet vindt, al dan niet
terecht.
Ik heb zo-even een paar analytische opmerkingen
gemaakt over het sluiten van moskeeën. De vraag is wat
daar precies mee wordt bedoeld. Dat kan het optreden
zijn tegen een imam, een voorganger, die dingen zegt die
niet mogen, het optreden tegen een bestuur, het
optreden tegen de rechtspersoon, de organisatie, of de
financiële middelen die worden ingezet of het fysiek
sluiten van het gebouw. Die verschillende mogelijkheden
heb ik de revue laten passeren. Ik heb geconstateerd dat
een aantal dingen mogelijk is en dat een aantal dingen
nog nader zou moeten worden bestudeerd. Ik heb de
mogelijkheid van ruimtelijke ordening genoemd, maar
daar kan ik nog geen conclusies over trekken. Ik heb de
algemene aanduiding van optreden tegen moskeeën
gegeven. Ik doel uiteraard niet tegen moskeeën in het
algemeen, maar tegen moskeeën waar hoogst onge-
wenste activiteiten op een systematische manier
plaatsvinden. Ik heb de opmerkingen die daar vandaag
over zijn gemaakt, gezien als aansporing om na te gaan
wat er kan worden gedaan.
Er kan geen twijfel over bestaan dat geweld en
dreiging tegen mensen die hun grondrechten willen
uitoefenen tot strafrechtelijk optreden aanleiding kunnen
en moeten geven. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer
het gaat om bedreigingen of geweld tegen mensen die
van geloof of levensovertuiging willen veranderen. Er
wordt steeds gesproken over geloofsafval. Onze
Grondwet en de verdragen zijn er volstrekt duidelijk over
dat dit behoort tot de nationale, Europese en internatio-
nale aspecten van de vrijheid van godsdienst en
levensovertuiging. Er is vrijheid om van geloof of
levensovertuiging te veranderen of die te verlaten. Elke
uiting van geweld of dreiging die de uitoefening die
grondrechten hindert of belemmert, moet aanleiding
geven tot beschermend optreden van de overheid.
De heer Zijlstra heeft de kwestie om geen verblijfsver-
gunningen meer te verstrekken aan buitenlandse imams
aan de orde gesteld. Uit het debat kwam ook breder de
wens naar voren om de situatie te creëren waarin wij
hier geen buitenlandse imams meer zullen tegenkomen.
Misschien geef ik daarmee de opvatting van de heer
Zijlstra te ruw weer. De nuance komt dan vast wel van
zijn kant in de tweede termijn. Hiermee wordt gevolg
gegeven aan punten die ook aan de orde zijn gesteld in
een motie uit 2004. De imamopleiding in Nederland is
belangrijk. Daarover bestaat geen twijfel. Mijn collega zal
hierop dadelijk uitgebreider ingaan. De Adviescommissie
voor Vreemdelingenzaken heeft in een rapport uit juli
2005 geconstateerd dat het gelijkheidsbeginsel uiteraard
moet worden gerespecteerd in samenhang met
godsdienstvrijheid en neutraliteit van de overheid ten
opzichte van religies. Dat betekent dat er geen bijzondere
regels kunnen worden gesteld die zijn toegespitst op een
enkele godsdienstige overtuiging.
Er is een algemene vraag ten aanzien van de toelating
tot Nederland van dienaren in geestelijke ambten.
Daarover heeft de Kamer onlangs in antwoord op vragen
die hierover zijn gesteld een brief ontvangen van de
staatssecretaris van Justitie, mede namens mijn collega
van Sociale Zaken en mijzelf. Daarin is een nadere
standpuntbepaling aangekondigd die zal worden
afgestemd op hetgeen wij verder doen ten aanzien van
het migratiebeleid voor mensen die voorzien in functies
waarvoor onvoldoende opleidingen bestaan. Dat neemt
niet weg dat uit het oogpunt van de wens die vanmiddag
opnieuw werd geformuleerd, er op het moment dat wij
een situatie kunnen bereiken waarin voldoende
imamopleidingen in Nederland bestaan en er voldoende
aanbod zal zijn van in Nederland opgeleide imams, geen
aanleiding meer bestaat om werkvergunningen te
verlenen aan mensen die van buiten de Europese Unie
komen.
Het is misschien goed om in dit verband bovendien te
onderstrepen dat het voor geestelijke verzorgers van
mensen in de gezondheidszorg en andere takken van
zorg, bij ons op Justitie bijvoorbeeld in de penitiaire
inrichtingen, algemeen gebruikelijk is dat als eis wordt
gesteld dat zij een adequate opleiding hebben gevolgd
op hbo- of wo-niveau aan een universiteit, een theologi-
sche faculteit of de universiteit voor humanistiek.
Daarmee tekent zich de mogelijkheid af dat een
soortgelijke opleidingseis kan worden gesteld ten
aanzien van geestelijke verzorgers van de moslim-
overtuiging. Ik wil deze mogelijkheid hier met zoveel
woorden hebben uitgesproken. Ik meen dat dit een
buitengewoon effectieve manier is om, met respect voor
de gelijkheid van geestelijke stromingen voor de wet,
een praktisch probleem tot een oplossing te brengen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5299" anker="259" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik wil hierover een korte vraag
stellen. Begrijp ik de minister goed dat hij achter mijn
wens kan staan dat wij vanaf het moment dat de
imamopleidingen in Nederland voldoende imams
afleveren, geen imams meer zullen toelaten vanuit het
buitenland? Ik meen dat hij dat met zoveel woorden
heeft gezegd. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5299" anker="260" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik heb ook met zoveel woorden
gezegd dat wij het recht van de Europese Unie in acht
zullen nemen. Dat wordt door de fractie van de heer
Zijlstra voortdurend bepleit. Wij verkeren dan in de
situatie dat voldoende aanbod bestaat in Nederland c.q.
de Europese Unie. Dat betreft de kwestie van de
werkvergunningen. Ik heb er een tweede punt aan
toegevoegd, dat ik ter verduidelijking graag nogmaals wil
onderstrepen. Op dit moment wordt het tevens mogelijk
om dezelfde opleidingseisen die wij gewend zijn te
stellen aan katholieke, protestante en humanistische
geestelijke verzorging eveneens te stellen aan moslim
geestelijke verzorgers.
De heer Zijlstra heeft vervolgens de vraag omtrent de
ontneming van de Nederlandse nationaliteit aan de orde
gesteld. De Kamer kan binnenkort een nader standpunt
van het kabinet over de Rijkswet op het Nederlander-
schap verwachten. Een van de punten die daarbij de
aandacht zullen moeten krijgen, is de positie van
degenen die zich schuldig maken aan gedrag dat de
essentiële belangen van de staat ernstig schaadt. Het is
de opvatting van het kabinet dat in dat geval, maar ook
alleen maar in dat geval, een ontneming van het
Nederlands staatsburgerschap mogelijk is en ook
wettelijk mogelijk moet worden gemaakt, mits daardoor
geen stateloosheid ontstaat. Dit laatste is namelijk een
eis die het Europees Nationaliteitsverdrag stelt. Daarin
staat dat je geen nationaliteit mag ontnemen als
daardoor stateloosheid ontstaat. Bovendien bepaalt
artikel 7.1 van dit verdrag dat ontneming beperkt moet
blijven tot situaties waarin mensen zich schuldig maken
aan gedrag dat de essentiële belangen van de staat
ernstig schaadt. Je moet dan denken aan zaken als
verraad, hoogverraad en dergelijke. Wij zullen ze
preciseren en zo duidelijk maken om welke ernstige
feiten het gaat die de essentiële belangen van de staat
schaden. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5299" anker="261" partij="D66" naam="Pechtold">
 Verraad en hoogverraad zijn
termen uit de oorlogsretoriek. De VVD-fractie had het
zojuist over geestelijk leiders die aanzetten tot haat. Als
voorbeeld werd het aanzetten tot geweld tegen homo’s
genoemd. De VVD-fractie pleitte ervoor om dergelijke
leiders, ook al zouden die genaturaliseerd zijn, alsnog de
nationaliteit te ontnemen en het land uit te zetten. Er
werd zelfs gezegd dat het daarbij niet alleen over
islamitische geestelijk leiders ging, maar ook over
dominees. Ik heb daarop gevraagd hoe dit zich verhoudt
met artikel 1 van de Grondwet, dat zegt dat allen in dit
land gelijk behandeld zullen worden. Werkt het kabinet
dit VVD-voorstel nu uit, of kunnen wij nu toch alsjeblieft
vanavond nog horen dat wat de heer Zijlstra voorstelt
toch echt niet kan?</spreker>
<spreker pagina="93-5300" anker="262" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik heb zojuist aangegeven wat de
grenzen zijn die een verdrag stelt waaraan wij gebonden
zijn. Dat zijn er tweeërlei. Het ontnemen van het
staatsburgerschap moet beperkt blijven tot gevallen
waarbij essentiële belangen van de staat worden
geschaad. Dit is dus beperkter, duidelijk beperkter dan
wat ik vanmiddag beluisterde in de bijdrage van de heer
Zijlstra. Verder moet het gaan om situaties waarbij geen
stateloosheid ontstaat. Dit zijn harde eisen die het
verdrag stelt. Die zullen wij uiteraard in acht nemen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5300" anker="263" partij="D66" naam="Pechtold">
 Op deze manier blijft dit een
beetje boven de markt hangen. Wij hebben het hierbij
over geestelijk leiders en wij spreken vandaag over de
islam. Kunt u zich voorstellen dat iemand het land wordt
uitgezet die in Nederland is geboren en in het bezit is
van twee paspoorten, en die aanzet tot homohaat?
Daarvoor hebben wij wetten. Zo iemand wordt gestraft,
aangepakt, gaat de bak in en weet ik niet allemaal wat.
Hij wordt echter niet anders behandeld dan ik, als ik die
oproep zou doen, als politiek leider of als vakbondsleider
of wat dan ook. Of zegt u nu dat het kabinet werkt aan
een aanpak speciaal voor geestelijk leiders, zoals de
VVD-fractie wil, zodat die in zulke gevallen het land
kunnen worden uitgezet? Ik zou vandaag graag heel helder willen horen: nee, dat doen wij niet. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5300" anker="264" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik denk dat ik helder was, maar
ik wil het graag voor de derde keer uiteenzetten. Wij
werken aan een strafrechtelijke aanpak van degenen die
in hun ambt dingen doen die in strijd zijn met de
strafwet. Daarover heb ik eerder gesproken. Ik heb het
dan over het wetsvoorstel dat in oktober in de minister-
raad komt en dat kan leiden tot de mogelijkheid van
ontzetting uit het ambt maar niet tot verlies van de
nationaliteit. Rond de kwestie van het verlies van de
nationaliteit heb ik gezegd dat de grenzen van het
verdrag in acht zullen worden genomen. Dit betekent dat
wij het daarbij alleen hebben over feiten die een
aantasting betekenen van essentiële belangen van de
staat, zoals terroristische activiteiten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5300" anker="265" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 De minister verwijst naar het
Europees Nationaliteitsverdrag. In antwoord op
schriftelijke vragen die wij eerder hebben gesteld,
verwees hij ook nog naar het verdrag over beperking van
het aantal gevallen van stateloosheid. Bij het Europese
verdrag heeft hij het over artikel d. Daarin is sprake van
gedrag dat de essentiële belangen van de staat die partij
is ernstig schaadt. Verder staat er niets. In het verdrag
over stateloosheid is sprake van gedrag dat wezenlijke
belangen van de staat ernstig schaadt. In het ene verdrag
is dus sprake van essentiële belangen, in het andere van
wezenlijke belangen. Alleen in het Europese verdrag
staat er in de toelichting op het verdrag – het gaat hierbij
dus niet om verdragstekst maar om toelichting – een
voorbeeld van zo’n essentieel belang. Daarin staat
’’bijvoorbeeld werken voor een buitenlandse dienst’’. Het
gaat hierbij dus niet om een limitatieve opsomming.
Er is dus binnen dit verdrag wel degelijk ruimte om tot
afnemen van de nationaliteit over te gaan. Bijvoorbeeld
volgens het Nederlandse inburgeringsbeleid moet een
gebedsdienaar aan extra eisen voldoen, omdat wij
vinden dat zo’n persoon een extra verantwoordelijkheid
heeft. Wij vinden het dan ook extra kwalijk als zo’n
persoon haat zaait en uitlatingen doet waarmee Westerse
waarden worden ondermijnd. Daarmee worden de
essentiële waarden van onze maatschappij in feite aangevallen. Essentiële waarden staan in onze Grondwet:
vrijheid van meningsuiting, gelijkheid van individuen,
ook homo’s. Dan moet je tot een uiterste maatregel
kunnen overgaan. Dat past in het Verdrag. Ik hoor graag
of het kabinet bereid is de ruimte die het Verdrag biedt
daadwerkelijk te benutten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5300" anker="266" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Het zal de heer Zijlstra duidelijk
zijn dat het type gedrag dat hij aanduidt ook in onze
ogen tot krachtig optreden aanleiding moet geven.
Daarom heb ik gezegd dat bij een op wederzijds respect
gebaseerde aanvaarding van de verscheidenheid in onze
samenleving ook een effectieve handhaving van de
rechtsorde hoort.
Dat doen wij uiteraard met inachtneming van die
rechtsorde. Je moet niet proberen de rechtsstaat te
handhaven op een manier die in strijd is met de eigen
grondslagen. Daartoe hoort ook het respecteren van
verplichtingen die voortvloeien uit internationale
verdragen. Dat betekent dat wij zonder onderscheid
tegen iedereen de gewone middelen van het strafrecht
zullen inzetten.
Alleen in zeer specifieke situaties kan worden
overgegaan tot het toepassen van de vergaande
maatregel van het intrekken van het staatsburgerschap.
De heer Zijlstra zal zich ervan bewust zijn hoe vergaand
die maatregel is, bijvoorbeeld omdat het Verdrag als eis
stelt dat daardoor geen stateloosheid ontstaat. Wij
kunnen het alleen doen in gevallen waarin er een tweede
nationaliteit is. Dan kan die ruimte worden benut. Uit de
verdragsbepalingen en de toelichting daarop blijkt dat
het daarbij niet gaat om zaken die je krachtig en duidelijk
binnen een nationale rechtsorde strafrechtelijk kunt
aanpakken. Het gaat echt om een breuk met de
rechtsorde van een staat, zoals het deelnemen aan
terroristische activiteiten. Ik gaf net wat voorbeelden die
de heer Pechtold wat ouderwets in de oren klinken, zoals
verraad en hoogverraad. De heer Zijlstra noemde een
ander voorbeeld, het deelnemen aan spionage-
activiteiten. Wij moeten echter niet zover gaan als het
brede bereik waarover hij het zojuist had. Dan zou je
verder gaan dan ik aangaf. Als wij zeggen dat wij onze
rechtsstaat krachtig verdedigen en opkomen tegen
degenen die hem ondermijnen, moeten wij volstrekt
consistent daarmee zijn en handelen in overeenstem-
ming met de verdragen.
Het beste moment om in te gaan op de vraag welke
delicten dat precies zijn, zal de behandeling van een
desbetreffend wetsvoorstel zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5300" anker="267" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik begrijp nu dat u bereid bent
die kant op te gaan wanneer wij een desbetreffend
wetsvoorstel behandelen. U geeft terecht aan dat
wederzijds begrip het uitgangspunt zou moeten zijn. Het
is dan helemaal niet nodig om zo’n straf toe te passen. Ik
doel op situaties die zich op dit moment voordoen,
waarin een aantal imams – gelukkig maar een paar – een
continue stroom boodschappen uitzendt waarmee de
Nederlandse rechtsorde wel degelijk onder druk wordt
gezet. Zo wordt ervoor gezorgd dat radicale elementen
tot ontwikkeling komen. Wij moeten dan kunnen
overgaan tot het ontnemen van de nationaliteit. Bent u
het met ons eens dat de Nederlandse Grondwet en de
dingen die daaraan staan een essentiële waarde vormen?</spreker>
<spreker pagina="93-5301" anker="268" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Deze vraag behoef ik nauwelijks
te beantwoorden. Uiteraard zijn onze grondwettelijke
waarden essentiële waarden. Ik heb net aangegeven wat
de verdragen daarover zeggen. Daar gaat het om
essentiële belangen van de staat. De toelichting op het
wetsvoorstel zal op dat punt de nodige preciseringen
bevatten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5301" anker="269" naam="De voorzitter">
 Ik verzoek de leden, de minister de kans
te geven zijn deel van de beantwoording nu af te ronden.
Wij gaan nog luisteren naar de minister voor Wonen,
Wijken en Integratie. Wij willen het debat graag vandaag
nog afronden. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5301" anker="270" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Ik zei al dat het niet mogelijk en
niet nodig is om alle aspecten van de handhaving van de
rechtsorde vanavond te bespreken. Ik ben alleen
ingegaan op onderwerpen die in het bijzonder aan de
orde zijn gesteld.
De consultaties over gelaatsbedekkende kleding lopen
bij de instanties die ermee te maken zullen hebben. Er
zullen nadere berichten volgen.
De heer Van der Staaij stelde een vraag over de
façadepolitiek, de mogelijkheid voor organisaties die zich
anders voordoen dan zij feitelijk zijn. Daar kan doorheen
worden geprikt in het kader van het optreden tegen
verboden organisaties. Het is niet altijd gemakkelijk,
maar in beginsel kan dat.
De heer Slob heeft nog een vraag gesteld over de
buitenlandse financiering van moskeeën. Die heeft een
relatie met het tegengaan van de financiering van
terroristische activiteiten. Daarbij zijn Europese regels
van belang en daarop zijn inderdaad nationale maatrege-
len gebaseerd. Ik hoop dat dit tevens een antwoord
vormt op de vraag wat wij bedoelen met stevig en
onverzettelijk optreden tegen aantasting van de
grondslagen van de rechtsstaat. Er is terecht opgemerkt
dat dit een relatie heeft met de wetgeving op het gebied
van de terrorismebestrijding. Deze wetgeving is ook in
de ogen van het kabinet belangrijk, er zijn geen
voornemens om deze in te trekken of ongedaan te
maken. Deze wetgeving maakt duidelijk dat een
rechtsstaat waarin wij ieders vrijheid aanvaarden, ook de
vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, gebaseerd
moet zijn op wederzijds respect, respect ook voor
diezelfde grondslagen van de rechtsorde. Ik hoop
duidelijk te hebben gemaakt dat de handhaving van de
rechtsorde daarop gericht is en dat wij daarmee de wens
om vreedzaam en in vrijheid samen te leven een dienst
willen bewijzen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5301">

 
<spreker pagina="93-5301" anker="271" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Voorzitter. Enkele leden hebben
gevraagd, de visie en de daadkracht van het kabinet op
het gebied van integratie nader aan te geven. De
minister-president heeft hierover al in algemene termen
een aantal opmerkingen gemaakt en ik zal deze graag
wat uitwerken.
Het lijkt mij goed om aan te geven dat ik mij als
minister voor Integratie een minister van alle burgers in
dit land voel. Ik beschouw alle mensen eerst en vooral
als gelijkwaardige burgers, ongeacht hun religie. En ik zie
het als mijn opdracht om ervoor te zorgen dat iedereen
evenveel kans krijgt om mee te doen in de samenleving
en dat de tegenstellingen in de samenleving verdwijnen.
Wij kunnen constateren dat onze samenleving snel
verandert, waardoor wij tegen een aantal nieuwe
maatschappelijke vraagstukken aanlopen. Ik zal er een
paar noemen; ze hangen sterk samen met vraagstukken
op het gebied van levensbeschouwing. Zo moeten wij
bijvoorbeeld een antwoord vinden op de vraag wat het
betekent dat steeds meer mensen hun geloof individueel
vormgeven, buiten de gevestigde kerken en gebeds-
huizen. Of op de vraag welke plaats wij moeten geven
aan immigranten die hun eigen variant van een geloof
meebrengen. Waar trekken wij als samenleving in de
publieke ruimte grenzen ten aanzien van geloof?
Sommige gebruiken en tradities worden vrijwel
geruisloos in de samenleving aanvaard, maar wij zien
ook dat minder prettige en soms zelfs negatieve kanten
van veranderingen wrijving en spanningen in de
samenleving veroorzaken. Het gaat erom dat kabinet en
samenleving deze spanningen kunnen opvangen, dat is
onze opdracht. Wij moeten hiermee zo omgaan dat wij
voorkomen dat mensen elkaar de rug toekeren, wij
moeten ervoor zorgen dat zij juist op zoek gaan naar
samenhang en naar het gemeenschappelijke, ondanks de
verschillen. Het is ontzettend belangrijk om dit te doen
met respect voor elkaars eigenheid. Ik vond in dat
verband een heel mooi citaat van een Amerikaanse chief,
Dan George, die het als volgt verwoordde. Als je met
mensen praat, leer je ze kennen. Als je niet met ze praat,
leer je ze niet kennen. Wat je niet kent, boezemt je angst
in. Wat je vreest, vernietig je.
Het is erg belangrijk dat wij voorkomen dat integratie-
vraagstukken worden versmald tot alleen geloofskwes-
ties. Natuurlijk vormen geloof en religie daarvan een
onderdeel, maar soms lijkt het alsof het bij integratie
alleen nog maar om geloofsvraagstukken gaat, wat een
verkeerd beeld is. Als wij kijken naar die religie, zien wij
dat ook religieuze gemeenschappen in Nederland juist
volop in beweging zijn. Dat geldt ook voor de verschil-
lende moslimgemeenschappen, en de christelijke
migrantenkerken, met hun verschillende manieren van
geloofsbeoefening. Als wij kijken naar Turken en
Marokkanen van de tweede en de derde generatie, zien
wij dat zij anders met hun geloof en cultuur omgaan dan
de eerste generatie. Laten wij vooral heel precies kijken
naar wat zich in de praktijk van alledag in onze samenle-
ving afspeelt, en niet alleen maar blijven steken in heel
abstracte discussies.
Voor de overheid betekent dit dat religie als zodanig
een omgevingsfactor is, waarmee wij in ons beleid
rekening moeten houden, maar waarmee wij ons niet
inhoudelijk moeten inlaten. Dat raakt immers aan de
scheiding van kerk en staat. In Nederland is de aanwezig-
heid van migranten, onder wie ook moslims, een
gegeven. Door gebeurtenissen als 11 september en in
ons eigen land de moord op Theo van Gogh, spitsen de
debatten zich vaak op een negatieve manier toe op de
islam. Discussies over de islam worden hierdoor soms
terecht, maar soms ook onterecht steeds meer geplaatst
in de context van integratie en inburgering. Dat levert
dan pittige vragen en debatten op. Het spreekt vanzelf
dat veel van die vragen niet alleen gelovigen, maar
iedereen in de samenleving bezighouden. Iedereen heeft
er een mening over hoe wij in Nederland met religies,
levensovertuigingen en geloofssymbolen moeten
omgaan. Vaak zien wij dat in die debatten de emoties
hoog oplopen, wat heel begrijpelijk is, want dit soort
vraagstukken raakt mensen heel direct en heel persoon-
lijk. Het raakt immers aan onze diepste gevoelens over
hoe wijzelf in het leven staan.
Een aantal sprekers heeft gewezen op het groeiend
onbehagen dat hieruit voortkomt. Terugkijkend op de
afgelopen jaren, kan ik zeggen dat het tijdens de eerste
jaren van de multiculturele samenleving not done was
om de problemen aan te kaarten die samenhangen met
de komst van culturele en religieuze gebruiken en
gewoontes in ons land door de migranten, laat staan dat
wij durfden te discussiëren in termen van verplichtingen
die daar voor migranten uit voortvloeiden. Dat heeft
ertoe geleid dat er een toenemende economische,
sociale en culturele vervreemding, en een marginalise-
ring en achterstand van deze groepen is ontstaan. Het is
begrijpelijk dat dat heeft geleid tot een groeiend
onbehagen onder autochtonen over de tekortschietende
integratie van niet-Westerse allochtonen. De oplossing
daarvan zullen wij vooral moeten zoeken in het
aanpakken van de concrete problemen, de marginalisatie
en onvrede, die daaruit voortkomen. Bij de integratie
moet er dus voor worden gezorgd dat mensen een
voldoende taalbeheersing krijgen, dat de criminaliteit, die
onder sommige specifieke groepen allochtone jongeren
hoger is dan het gemiddelde, wordt aangepakt, dat de
discriminatie op de arbeidsmarkt wordt aangepakt en dat
de polarisatie en radicalisering die onder sommige
jongeren voorkomen, tegen wordt gegaan. Het zijn maar
een paar voorbeelden. Als wij deze concrete problemen
niet aanpakken, blijven wij in de negatieve spiraal van
wantrouwen tussen bevolkingsgroepen, met name
tussen moslims en niet-moslims, zitten. Steeds vaker
zien wij dat moslims vereenzelvigd worden met
extremisten en vijanden van de democratie. En dat
terwijl juist een heel groot deel van de moslims in
Nederland eigenlijk net zo bang is als u en ik voor
opkomend fundamentalisme en extremisme. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5302" anker="272" partij="SP" naam="De Wit">
 Ik wil deze minister dezelfde vraag
stellen als de minister-president. Wat zij nu vertelt is niet nieuw: taalachterstand aanpakken, criminaliteit aanpak-
ken, scholing, opleiding, werk. De Kamer heeft dat via de
commissie-Blok bijna unaniem uitgesproken. Dat zijn
allemaal belangrijke onderwerpen. Dat is ondertussen
jaren geleden. Vóór de commissie-Blok hebben mijn
partij, maar ook anderen dat geroepen. Toch zegt de
minister nu dat wij dit moeten gaan aanpakken. Moeten
wij dan niet constateren dat wij nog steeds niks gedaan
hebben? Wij moeten de daad bij het woord voegen. Wij
zullen maatregelen moeten nemen en geld moeten
uittrekken. Ik meen dat wij ons niet moeten beperken tot
veertig wijken. Dat moeten wij veel breder aanpakken. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5302" anker="273" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 De heer De Wit heeft gelijk: die focus
is niet nieuw. Wel nieuw is de focus op zowel sociaal-
economische vraagstukken als sociaal-culturele
vraagstukken. De ontwikkeling van het integratiebeleid
van de afgelopen jaren laat volgens mij een behoorlijke
golfbeweging zien. De komende tijd komt het erop aan
dat wij zowel de sociaaleconomische problemen
aanpakken als de sociaal-culturele vraagstukken. Dat is
volgens mij de winst van het debat dat wij de afgelopen
periode hebben gevoerd. Die stap moet de komende
jaren in het integratiebeleid worden gezet. Ik zal dat
binnenkort verder uitwerken in de integratienota die
jaarlijks aan de Kamer wordt aangeboden. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5302" anker="274" partij="SP" naam="De Wit">
 Wij moeten dat aanpakken. Dat
gaan wij ook doen en er wordt ook een nota geschreven,
maar voordat deze hier wordt besproken, zijn wij weer
een jaar verder en dan constateren wij weer dat wij het
moeten aanpakken. Welke concrete maatregelen mogen
wij verwachten op het terrein van scholing van jongeren,
werk, huisvesting... 

</spreker>
<spreker pagina="93-5302" anker="275" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Ik kom daar zo meteen op terug. Dan
zal ik een aantal concrete punten van het huidige beleid
aangeven. Het is niet juist dat er nog helemaal niets is
gebeurd. De minister-president refereerde daar ook aan.
Op de participatietop zijn concrete afspraken gemaakt
over tweehonderdduizend banen die erbij moeten
komen, met name voor mensen met een grote afstand
tot de arbeidsmarkt. Voor een deel zijn dat ook allochto-
nen. De focus is absoluut gericht op de arbeidsmarkt om
ervoor te zorgen dat meer mensen aan het werk komen.
Verder komt er binnenkort wetgeving om de anti-
discriminatievoorzieningen in Nederland, die de
afgelopen jaren weinig uit de verf zijn gekomen, stevig
neer te zetten. Dan hebben mensen ook de mogelijkheid
om dat aan de orde te stellen als zij gediscrimineerd
worden op de arbeidsmarkt en dan kunnen daartegen
ook maatregelen worden genomen. Het is dus absoluut
niet zo dat er de afgelopen jaren niets is gebeurd. Wij
zijn voorts bezig met een aantal concrete maatregelen.
Het voorbeeld van de participatietop en van de anti-
discriminatievoorzieningen heb ik al gegeven. Straks zal
ik nog twee voorbeelden geven, op het gebied van het
onderwijs en de woningmarkt.
In mijn betoog gaf ik aan dat ook moslims zich
onzeker voelen door die ontwikkeling van opkomend
fundamentalisme en extremisme. Daarmee hangt samen
dat de islam nog steeds geen geaccepteerde religie in de
Nederlandse samenleving is. Het is een gegeven dat de
acceptatie van deze religie wordt bemoeilijkt doordat de
islam een aantal sterke uitingsvormen heeft in het
publieke domein. Met dit soort religieuze uitingsvormen
zijn wij eigenlijk niet meer zo vertrouwd in onze
samenleving. Sommige daarvan zullen wij moeten
aanvaarden, omdat zij zijn toegestaan binnen de kaders
van de rechtsstaat, waarover collega Hirsch Ballin het
een en ander heeft gezegd. Maar sommige druisen zo in
tegen de kernwaarden en de verworvenheden van de
Nederlandse samenleving, zoals gelijkheid van vrouwen
en homo’s, dat zij niet te tolereren zijn. Wij zijn wat dat
betreft de tijd van vrijblijvendheid, onverschilligheid en
taboes voorbij. In het integratiebeleid komt het erop aan
om ook deze sociaal-culturele vraagstukken aan te
pakken, de problemen te benoemen en te zorgen dat wij
daartegen optreden.
Maar ik zeg ook dat integratie van twee kanten moet
komen. Zoals ik al eerder zei, wij moeten integratie
vooral niet religieuzer of cultureler maken dan het is,
want dan lopen wij het risico op een foute diagnose en
dus ook een verkeerd medicijn. Een aantal zaken,
bijvoorbeeld geweld tegen vrouwen, homo’s of
afvalligen, wordt binnen sommige gemeenschappen
religieus of cultureel gelegitimeerd en soms zelfs
vergoelijkt. Dat is niet acceptabel en daar trekken wij als
kabinet een grens. Iedereen dient zich op deze punten in
dit land aan de wet te houden. Wij tolereren geen
geweld tegen wie dan ook en wij accepteren geen
discriminatie. Gebeurt dat wel, dan treden wij op en
bieden wij bescherming aan de slachtoffers.
Ik denk dat mijn rol als minister voor integratie is om
dit soort zaken aan de orde te stellen binnen de
gemeenschappen waarin zij voorkomen. Het gaat om het
bevorderen van de emancipatie van vrouwen, het
versterken van de weerbaarheid van die gemeenschap-
pen tegen radicalisering en het bespreekbaar maken van
eergerelateerd geweld. In die gemeenschappen zelf moet
duidelijk worden wat wel en niet kan. Taboes rond dit
soort onderwerpen moeten binnen die gemeenschappen
worden doorbroken.
In het integratiebeleid gaan wij uit van het behoud van
verworvenheden in onze samenleving, zoals de gelijkheid
van mannen en vrouwen, ongeacht hun seksuele
geaardheid of religie. Het heeft in onze samenleving lang
genoeg geduurd om tot een brede maatschappelijke
acceptatie te komen van deze gelijkheden. Ik zal deze met
kracht bevorderen en verdedigen. Maar ik zeg er ook bij
dat dit betekent dat wij realisme en geduld nodig
hebben. Acceptatie van dit soort uitgangspunten onder
alle lagen van de bevolking, dus ook onder nieuwko-
mers, is noodzakelijk, maar dat vergt een mentaliteits-
verandering in die gemeenschappen. Wij weten met
elkaar dat deze processen niet van de ene op de andere
dag te realiseren zijn. Dat kost tijd, aandacht en
volharding. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5303" anker="276" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 De minister heeft gesproken over
de gelijkheid van de man en de vrouw en het doorbreken
van taboes. Zij heeft ook gesproken over het open
karakter van onze samenleving en de noodzaak om te
communiceren. Kan zij in dat licht aangeven wanneer zij
met wetgeving komt ter bestrijding van gezichts-
bedekkende bekleding, inclusief boerka’s, om ervoor te
zorgen dat het open karakter van onze maatschappij en
de communicatie gewaarborgd blijft. Zij heeft gezegd dat
zij pal staat voor die waarden. Kan zij dan ook aangeven
dat zij, waar dat nodig is, met regelgeving zal komen om
die te waarborgen? Kortom, wanneer komt die wet? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5303" anker="277" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Als er al van die wetgeving komt,
dan komt die niet van mij maar van mijn collega’s Hirsch
Ballin en Ter Horst. Zoals bekend, zijn wij ons daarover
aan het beraden. Ik kan op dit moment dus niet precies
zeggen wanneer die wetgeving komt. Wij beraden ons
over de vraag of en in welke mate nadere wetgeving op
dit terrein nodig is. Onder het vorige kabinet is een
onderzoek uitgevoerd, dat in ieder geval duidelijk heeft
gemaakt dat de juridische mogelijkheden om specifieke
maatregelen ten aanzien van bepaalde vormen van
gezichtsbedekkende kleding te nemen, zeer beperkt zijn.
Er zijn nu al mogelijkheden om in specifieke situaties
maatregelen te nemen. Op dit moment wordt bij
officieren van justitie en burgemeesters geïnventariseerd
of er nadere behoefte is aan verdere wetgeving op dat
terrein. Afhankelijk van de uitkomsten daarvan zullen wij
besluiten nemen over nadere wetgeving. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5303" anker="278" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Het argument van gezichts-
bedekking is allang bekend. Het gaat om gezichts-
bedekkende bekleding, dus in brede vorm. Daarbij geldt
natuurlijk nog steeds dat het gaat om het met elkaar
kunnen communiceren. In een open samenleving kun je
zien wat er gebeurt. U geeft zelf in uw betoog aan dat dit
zaken zijn waar u pal voor staat. Naar onze mening is dit
iets wat daartegen ingaat. Dan kunt u wel zeggen dat
wetgeving op dit terrein niet uw taak is maar die van uw
collega’s, maar dat was in het verleden ook geen
belemmering voor u om daar wel een uitspraak over te
doen. Ik zou het dus fair vinden als u dat in dit geval ook
doet. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5303" anker="279" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Volgens mij doe ik dat ook. Laat daarover geen misverstand bestaan: dit soort vormen
van gezichtsbedekkende kleding kan inderdaad belemme-
ringen met zich brengen voor het functioneren. In dat
licht is het, wat ons betreft, ook niet wenselijk. Maar dat
is een andere vraag dan de vraag naar de mogelijkheden
om met juridische maatregelen daartegen op te treden.
Dat was de vraag die u stelde. Daar heb ik op gerea-
geerd. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5303" anker="280" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik begrijp uit dit antwoord dat u
de noodzaak van de invoering van maatregelen ziet.
Maar mocht er een juridische onmogelijkheid zijn, dan
doet u het niet. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5303" anker="281" partij="D66" naam="Pechtold">
 Ik vind de boerka een heel
slecht voorbeeld van emancipatie, maar ik wil die eraf
emanciperen in plaats van eraf rukken. De minister zegt
dat het kabinet nog met een studie bezig is. Dat hoor ik
al heel lang. Is dat nu een studie naar de behoefte of is
het een studie naar de mogelijkheid? Wij weten al wat de
mogelijkheid is. Wij hebben met z’n allen vastgesteld dat
motorhelmen, carnaval en al die andere dingen het nu
eenmaal niet mogelijk maken. Het is juridisch gewoon
onmogelijk. Als het een onderzoek naar de behoefte is, dan denk ik: dat is aardig, maar wij weten dat wij het al
lang kunnen verplichten bij het aanvragen van uitkerin-
gen, bij sollicitaties en dergelijke. Maar ziet het kabinet
nu daadwerkelijk nog een mogelijkheid, anders dan
behoefte, om iets te veranderen? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5303" anker="282" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Volgens mij ben ik helder geweest en
heb ik aangegeven dat wij aan de officieren van justitie
en burgemeesters hebben gevraagd of zij behoefte
hebben aan nadere wetgeving op dit punt. Er is nu al
een aantal mogelijkheden om in specifieke situaties
daartegen maatregelen te nemen. U refereerde zelf juist
aan de situatie van de arbeidsmarkt en de belemmerin-
gen die het dragen van een boerka met zich brengen als
het gaat om de toegang tot de arbeidsmarkt. Afhankelijk
van de resultaten die uit dat onderzoek naar voren
komen, zullen wij beslissen hoe wij daar verder mee
omgaan. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5303" anker="283" partij="D66" naam="Pechtold">
 Wij hebben alle adviezen
gehad. Iedereen, waaronder de Raad van State, heeft
zich al over die kwestie gebogen. Het ging over de
mogelijkheden. De VVD-fractie wil wel een verbod, maar
het is internationaalrechtelijk niet mogelijk. De vraag is of
wij van het kabinet eindelijk te horen krijgen dat fracties
kunnen blijven drammen dat de boerka’s moeten worden
afgeschaft maar dat het dat niet zal doen. Als dat het
geval is, hoeven wij daarover geen debatten meer te
voeren. Of suggereert het kabinet nu dat er een gat in de
wet is te vinden waardoor die mogelijkheid wel bestaat,
nu burgemeesters daaraan behoefte blijken te hebben? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5303" anker="284" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat
een algemeen verbod niet mogelijk is. Er is een aantal
mogelijkheden in specifieke situaties dat in het openbaar
vervoer al bekend is. De voorliggende vraag is of er
meer omstandigheden zijn waarin een verbod wenselijk
is en of daarvoor de mogelijkheden kunnen worden
geboden. Daarnaar wordt onderzoek gedaan. Op grond
daarvan gaat het kabinet na of het nodig is om verdere
stappen te zetten. De minister van Justitie kan in tweede
termijn misschien nader op deze kwestie ingaan.
Het veranderen van de opvattingen zal de nodige tijd
en aandacht vergen. Ik neem in ieder geval waar dat
allochtone organisaties en netwerken zich steeds
duidelijker uitspreken over discriminatie van vrouwen en
homo’s. Misschien gebeurt dat nog onvoldoende, maar
het feit dat het gebeurt, is wel een belangrijk signaal dat
dit ook in hun kring wordt opgepakt. Ook in moslim-
gemeenschappen wordt steeds vaker openlijk gediscussi-
eerd over dit soort gevoelige kwesties. Zij zijn tevens
bereid om de dialoog aan te gaan.
Ik ga in op het verband tussen integratie, religie en de
islam. Soms lopen die zaken door elkaar. De overlast van
Marokkaanse en Antilliaanse hangjongeren wordt naar
mijn idee niet veroorzaakt door religie. Soms kan religie
als excuus worden gebruikt voor overlastgevende
praktijken, maar feitelijk is er eerder sprake van
opvoedingsproblemen. Daarnaast spelen culturele
factoren, een sociaaleconomische achterstand en
onderwijsuitval een rol. Het gaat er dus om dat de
problemen worden opgelost die ten grondslag liggen
aan dit soort gedrag. Als die jongeren daadwerkelijk over
de schreef gaan, moeten zij goed worden aangepakt. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5304" anker="285" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik heb zelden zoveel onzin bij
elkaar gehoord. Natuurlijk hebben die problemen met
religie te maken en ook cultuur heeft met religie te
maken. De minister spreekt van Marokkaanse jongeren.
Ik spreek van straatterroristen. Als zij thuiskomen en
horen hoe er over homo’s wordt gedacht, gaan zij de
straat op met dat beeld in het hoofd. Dat is precies de
traditie, gebaseerd op de islam en op de Koran, die wij in
Nederland nooit en te nimmer mogen koesteren.
De minister heeft eerder een interview gegeven in het
dagblad Trouw. Toen werd de vraag gesteld of wij ooit
zullen zeggen dat Nederland een land is van joods-
christelijke en islamitische tradities. Zij heeft daarop
geantwoord dat zij zich dat kan voorstellen, al zullen daar
wel een paar eeuwen overheen gaan. Ik wil van de
minister horen dat zij zich daartegen verzet, dat zij ervoor
zorgt dat de islamisering in Nederland geen doorgang
vindt, dat er een immigratiestop komt, dat er geen
moskeeën meer bij komen en dat de boerka wordt
verboden. Is de minister bereid om haar woorden terug
te nemen, of staat zij nog steeds achter haar uitspraak? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5304" anker="286" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Is het goed als ik daar op een later
moment op terugkom en ik nu mijn betoog vervolg? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5304" anker="287" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik vind het prettig als de minister
nu ingaat op mijn concrete voorbeeld. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5304" anker="288" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 De heer Wilders zegt dat het geweld
tegen homo’s niet te accepteren is. Wat dat betreft
bestaat er geen verschil van mening tussen hem en
mijzelf. Wij denken echter wat verschillend over de
oorzaken van geweld tegen homo’s en vrouwen. Ik
probeer de nuance aan te brengen dat er niet altijd een
een-op-eenrelatie is tussen islam, religie en dit soort
praktijken. Het heeft soms ook te maken met cultuur. Een
aantal verschijnselen, dat in Nederland met de islam
samenhangt, kom ik in een islamitisch land zoals
Indonesië niet tegen. Dat is een indicatie dat de relatie
niet een-op-een te leggen is. Ik probeer ook aan te geven
dat religie vaak als legitimatie wordt gebruikt voor
handelen. Dat wil niet zeggen dat het er ook een-op-een
uit voortvloeit. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5304" anker="289" partij="PVV" naam="Wilders">
 Dat is niet waar. Jonge Marok-
kaanse straatterroristen zeggen helemaal niet dat zij er
door religie toe worden gedreven. Dat is echter wel het
geval. Waarom gaat het altijd om Marokkaanse jongeren
en niet om Duitse of Engelse jongeren? Heeft de minister
daar over nagedacht? Het gaat om Marokkaanse
jongeren omdat die thuis in hun islamitische cultuur
horen dat homo’s minder waard zijn dan varkens. In iets
andere woorden staat dat in de Koran. Dat is dus geen
toeval. Daar is sprake van een verband. Daarover
verschillen wij helaas van mening. Dat hoort gelukkig
ook in dit huis thuis.
Mijn stelling is dat de minister zich moet verzetten
tegen de islamisering van Nederland. Er mag nooit ook
maar een millimeter islamitische traditie ontstaan. Niet
nu, niet over honderd jaar en niet over duizend jaar.
Neemt de minister haar woorden terug of niet? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5304" anker="290" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 De heer Wilders vraagt mij dit voor
de tweede keer. Ik wilde het bewaren voor het einde van
mijn bijdrage. Ik heb er geen problemen mee om het nu
te doen.
Ik had mij voorgenomen om mij niet laten provoceren
door wie dan ook in dit debat. Dat betekent dat toen de
heer Wilders enigszins groffe kwalificaties gebruikte over
mijzelf, ik het niet verstandig vond om daarop te
reageren. Ik laat die opmerkingen graag voor zijn
rekening.
De heer Wilders vraagt naar mijn opinie over het
interview van deze zomer. Laat er geen misverstand over
bestaan dat ook ik van opvatting ben dat de joods-
christelijke cultuur tot de wortels van onze samenleving
behoort. Daar is de Nederlandse cultuur uit voortgeko-
men. Cultuur is echter geen statisch begrip, zodat nieuwe
invloeden in een cultuur of samenleving aan de orde zijn.
Dat verandert de oorsprong niet. Dat is immers een
gegeven. Het betekent dat cultuur en samenleving door
invloeden van buitenaf en door nieuwe ontwikkelingen
aan veranderingen onderhevig zijn. Dat heb ik proberen
over te brengen in het bedoelde interview. In dat
verband heb ik op de vraag van de journalist gezegd, dat
ik mij zou kunnen voorstellen dat als je zo naar cultuur
kijkt, er een situatie kan ontstaan waarin de cultuur van
de miljoen moslims die wij op dit moment in Nederland
hebben, na een paar eeuwen haar sporen nalaat in de
Nederlandse cultuur. Dat is hoe ik aankijk tegen de wijze
waarop maatschappelijke processen zich voltrekken.
Kijkend naar hoe culturen zich door de eeuwen heen
hebben ontwikkeld, heb ik vastgesteld dat dit een
ontwikkeling is die je heel veel ziet. Ik heb er in dat
verband dan ook geen enkele behoefte aan om hier nu
uit te spreken dat wij staan voor de opgave om de
islamisering van de Nederlandse samenleving een halt
toe te roepen, zo daarvan al sprake zou zijn. Ik heb de
heer Wilders in mijn schriftelijke antwoord op de
Kamervragen die hij erover heeft gesteld al laten weten
dat ik geen enkele behoefte heb om op die uitspraken
terug te komen. Ik zie ook geen aanleiding om terug te
komen op wat ik in de schriftelijke beantwoording heb
laten weten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5305" anker="291" partij="PVV" naam="Wilders">
 De minister heeft mij dat inderdaad deze week schriftelijk geantwoord. Ik dacht:
laat ik het nog een keer proberen en haar nog een kans
geven om van gedachten te veranderen. Dat doet zij
helaas niet. Zij zegt niet alleen dat zij die woorden niet
terugneemt en dat de joods-christelijke wortels van onze
traditie blijven bestaan, maar ook dat zij voorziet dat er
na een aantal eeuwen een ontwikkeling plaatsvindt
waarbij de islamitische traditie ook onderdeel wordt van
het totaal. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5305" anker="292" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Ik heb gezegd
 ik zou mij kunnen
voorstellen dat... 

</spreker>
<spreker pagina="93-5305" anker="293" partij="PVV" naam="Wilders">
 Precies, en de minister blijft erbij
dat Nederland over een aantal eeuwen een joods-
christelijk-islamitische traditie zou kunnen hebben. Ik
vind dat een verschrikkelijke opmerking. Ik vind dat zij
daarmee de joods-christelijke cultuur van Nederland te
grabbel gooit. Zij heeft al uit mijn betoog kunnen
afleiden dat ik vind dat de islam een religie, een
ideologie is die niet op deze manier in Nederland
thuishoort en al helemaal niet deel van onze traditie
moet worden. Het siert de minister dat zij het gewoon
eerlijk zegt, maar ik kan niet anders dan het vertrouwen
in haar opzeggen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5305" anker="294" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Wij verschillen daarover van mening
en het siert de heer Wilders dat hij zijn opvattingen
daarover heeft en dat ik de mijne heb. Ik zie het niet als
een verraad aan de Nederlandse cultuur. Integendeel,
zou ik zeggen. Volgens mij is een van de kenmerken van
de Nederlandse cultuur en samenleving dat deze open
zijn. Een van de redenen waarom ik trots ben op de
Nederlandse cultuur, is dat deze wordt gekenmerkt door
openheid, dynamiek en ontvankelijkheid voor nieuwe
ontwikkelingen en nieuwe groepen die in de samenle-
ving komen (Geroffel op de bankjes.)
Voorzitter. Ik vervolg mijn betoog door in te gaan op
een aantal concrete vragen. De heer De Wit heeft vragen
gesteld naar aanleiding van de aanbevelingen van de
commissie-Blok om de segregatie tegen te gaan. Ik heb
gemeld dat ik op een tweetal punten zou terugkomen,
namelijk op het onderwijs en de woonsituatie van
mensen.
Wat het onderwijs betreft, weten wij dat de kaders van
de wetgeving zodanig zijn dat een gedwongen spreiding
binnen de kaders van de vrijheid van onderwijs van
artikel 23 van de Grondwet niet mogelijk is. Wij zijn bezig
om schoolbesturen en ouders te faciliteren en te
stimuleren om de segregatie in het onderwijs tegen te
gaan. Daartoe zijn enkele concrete maatregelen
genomen. Zoals bekend, hebben sinds dit schooljaar
gemeenten en schoolbesturen de wettelijke verplichting
om jaarlijks met elkaar te overleggen over maatregelen
op lokaal niveau om segregatie tegen te gaan. Op het
ministerie van OCW is een kenniscentrum gemengde
scholen in het leven geroepen. Dit ondersteunt gemeen-
ten en scholen bij het uitvoeren van beleid om segrega-
tie tegen te gaan. Tijdens mijn bezoeken aan de wijken
heb ik enkele goede voorbeelden gezien waarbij ouders
het initiatief nemen om de segregatie in het onderwijs
tegen te gaan door hun kinderen naar zwarte scholen te
sturen. We hebben heel wat discussies gehad over
verplichtende maatregelen, maar ik denk dat het beter is
om schoolbesturen en ouders de gelegenheid te bieden
hun eigen verantwoordelijkheid te nemen en dat door de
overheid te faciliteren. Dat is waarschijnlijk een meer
succesvolle manier om de segregatie te bestrijden. Er is
zelfs al een vereniging van ouders die zich daarmee
bezighoudt. Ik was verbaasd toen ik hoorde op hoeveel
plaatsen dergelijke initiatieven al worden genomen. Vaak
worden ze gekoppeld aan de ontwikkeling van een brede
school.
Ook in de woningsector proberen wij de segregatie te
doorbreken. Wij voeren een huisvestings-, sloop- en
renovatiebeleid dat erop is gericht de concentratie van
lage inkomens in woonwijken te verminderen. Wij
proberen op die manier meer differentiatie in de
woningvoorraad tot stand te brengen. Een al te
eenzijdige samenstelling van de bevolking in een
bepaalde wijk heeft veelal negatieve gevolgen. Daarom is
een gedifferentieerde woningvoorraad in wijken nodig.
Verder komt het kabinet met aanvullende wettelijke
maatregelen als er te weinig afspraken op vrijwillige
basis worden gemaakt tussen grote steden en randge-
meenten over de huisvesting van lage inkomensgroepen.
De komende tijd ga ik gesprekken voeren met alle regio’s
waar woningcapaciteit moet worden gerealiseerd. Dan
zal ik bezien of de samenwerking tussen randgemeenten
en grote steden in voldoende mate wordt opgepakt.
Het vorige kabinet heeft het instrument van de
’’Rotterdamwet’’ ingezet om de woningdifferentiatie te
sturen. Deze wet wordt dit jaar geëvalueerd.
Ten slotte zet het kabinet met zijn wijkenbeleid heel
krachtig in op een vergroting van de leefbaarheid in de
wijken. De Kamer heeft mijn actieplan al ontvangen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5305" anker="295" partij="SP" naam="De Wit">
 Dit verhaal over onderwijs en
wonen wordt al jaar in jaar uit verteld en het wil maar
niet lukken. De segregatie is alleen maar toegenomen.
Als de komende 15 jaar een actief spreidingsbeleid wordt
gevoerd, zal het onderscheid tussen witte en zwarte wijken zijn opgeheven. En wat betreft het onderwijs: er
zijn inderdaad ouders en schoolbesturen die allerlei
initiatieven nemen. Maar niet alle scholen en ouders
doen dat. Hoe denkt de overheid dit proces actief te
stimuleren? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5305" anker="296" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Volgens mij heb ik concreet gezegd
dat die wettelijke verplichting, dus door de overheid tot
stand gebracht, stelt dat de schoolbesturen jaarlijks
afspraken moeten maken over de maatregelen waarmee
zij in de lokale situatie segregatie willen tegengaan. De
overheid heeft dus wel degelijk actie ondernomen. Het
kenniscentrum wordt door de overheid gefaciliteerd, dus
ook de lokale processen onder de verantwoordelijkheid
van de schoolbesturen en ouders. Wij denken dat dit de
weg is om dit probleem aan te pakken. Dit kan niet in
Den Haag worden opgelost, maar het moet lokaal
maatwerk zijn, dat per gemeente verschilt en daar
draagvlak moet hebben bij degenen die het betreft. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5305" anker="297" partij="SP" naam="De Wit">
 Misschien nog iets over het
spreidingsbeleid? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5305" anker="298" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Over het spreidingsbeleid is de
afgelopen jaren veel gesproken. Met de zogenaamde
Rotterdamwet, waar het spreidingselement in zit, is in de
ogen van velen een verregaande stap gezet. Het
komende jaar zal hiervan een evaluatie verschijnen. Het
lijkt mij verstandig om die af te wachten en niet vooruit
te lopen op de vraag of deze aan de verwachtingen heeft
voldaan.
Er zijn de nodige vragen gesteld over het Actieplan
Polarisatie en Radicalisering. De opmerkingen hierover
suggereerden dat dit niet stevig genoeg was en dat er
niet genoeg repressie in zat. Laat ik dit misverstand helder uit de weg ruimen: in de repressieve kant van de
bestrijding van polarisatie en radicalisering is al het
nodige geïnvesteerd, met name in het beleid van de
aanpak van radicaliseringshaarden door de NCTb. In dit
plan van aanpak gaat het juist om de vormgeving van de
preventieve kant, als aanvulling op de repressieve kant.
Het lijkt me ontzettend belangrijk dat voor een brede
invulling van de preventie is gekozen. Het actieplan
daarvoor is twee weken geleden gepresenteerd en geeft
duidelijk aan dat het belangrijk is om preventie op
verschillende beleidsterreinen op te pakken. Maar ook hier geldt dat de realisatie niet in Den Haag kan: die
moet op het lokale niveau, in de gemeenten, gestalte
krijgen. Daar doen zich immers de problemen voor. In
het actieplan wordt voorgesteld dat de gemeenten de
verantwoordelijkheid voor de preventie nemen. Het
stadsdeel Slotervaart in Amsterdam is een goed
voorbeeld.
Het instrument voor de gemeenten is in gesprek gaan
met de gemeenschap, om te herkennen en te onderken-
nen waar zich potentiële risico’s van radicalisering van
jongeren voordoen. Het is zeer belangrijk dat professio-
nals die met jongeren werken, vroegtijdig signalen
opvangen en bekijken hoe zij hier goed op kunnen
inspelen en voorkomen dat de jongeren het pad van
radicalisering verder opgaan.
Er is ook nog gevraagd naar de relatie tussen deze
voorstellen uit het actieplan en het Handvest Burger-
schap. Naar ons idee is deze relatie er wel degelijk, want
in de kern is het stimuleren van actief democratisch
burgerschap via dit handvest een middel om radicalise-
ring tegen te gaan en mensen bewust te maken van hun
democratisch burgerschap. Dit is dus ook meegenomen
in het Actieplan Polarisatie en Radicalisering. In het
actieplan is bijvoorbeeld ook de bevordering van kennis
en vaardigheden van democratisch burgerschap onder
jongeren die zich aangetrokken voelen tot rechts-
extremisme of islamitische radicalisering opgenomen.
Er is een aantal vragen gesteld over de imam-
opleidingen en de wijze waarop die zich ontwikkelen. Ik
schets eerst het beeld. Er zijn op dit moment drie
imamopleidingen in Nederland. Er is er een op de Vrije
Universiteit. Dat is een eenjarige master islamitische
theologie. Daar zitten op dit moment vijftien studenten
op. De hogeschool INHOLLAND is vorig jaar september
begonnen met een opleiding imam-islamitisch geestelijk
werker. In het eerste en tweede jaar van die opleiding
zitten nu 51 studenten. De Universiteit Leiden is in
september 2006 gestart met een bachelor- en masters-
opleiding islamitische theologie die op dit moment 21
studenten heeft.
Er zullen dus pas in 2010 voor het eerst studenten van
deze opleidingen afkomen, vanwege de vierjarige duur
van die opleidingen. Gezien de instroom in het eerste
jaar, gaan wij ervan uit dat ongeveer 25 studenten in
2010 afgestudeerd zullen zijn. Het is niet zeker of die
studenten op dat moment allemaal voor de arbeidsmarkt
beschikbaar zijn. Het is namelijk goed mogelijk dat een
deel van deze mensen, als zij zich willen kwalificeren om
te gaan werken als imam, nog een specifieke vervolg-
opleiding gaat doen om zich voor te bereiden op de
ambtsuitoefening als imam. Zij zullen dus na hun
academische of hbo-opleiding een vervolgopleiding gaan
volgen. Gezien deze cijfers, moeten wij er rekening mee
houden dat de eerstkomende jaren het aantal mensen
dat beschikbaar komt op de arbeidsmarkt vanuit deze
opleidingen nog niet erg groot zal zijn.
Een andere vraag die in dit verband is gesteld, heeft
betrekking op de verwijzing die in het kabinetsstandpunt
over het WRR-rapport staat over signalen dat de
opleidingen niet worden gedragen binnen de gemeen-
schap. Wij hebben ervoor gekozen om de gemeenschap-
pen heel intensief te betrekken bij de totstandkoming van
die opleidingen, juist om te voorkomen dat de afgestu-
deerden straks niet geaccepteerd worden. De WRR
spreekt daar zijn twijfel over uit. Wij hebben echter op dit
moment geen enkele aanleiding om aan te nemen dat er
geen draagvlak zou zijn voor afgestudeerden van die
opleidingen in de islamitische gemeenschap. Wij moeten
echter straks in de praktijk vaststellen of dat inderdaad
het geval is. De aanstelling van de imams is altijd een
verantwoordelijkheid van de moskeebesturen. Daar
kunnen wij niet in interveniëren.
De heer Dijsselbloem heeft opmerkingen gemaakt over
de representativiteit van de bestaande overlegorganen
van de overheid en de moslimgemeenschap. Ik wil eerst
aangeven waarom wij zo hechten aan goede overleg-
structuren met islamitische organisaties. Het is voor ons
heel belangrijk om via die overleggen te horen wat er
leeft binnen de gemeenschappen. Daarnaast vormen zij
ook een middel om de dialoog aan te gaan. Wij
gebruiken deze structuren ook om beleidsvoorstellen met
de gemeenschappen te bespreken en om deze te toetsen.
Daarnaast worden deze overlegorganen benut om
afspraken te maken over hun eigen rol in het integratie-
beleid en de bestrijding van radicalisering. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5306" anker="299" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik kom nog even terug op de
imamopleiding. Ik moest eerst even een zinsnede
opzoeken. De minister zei zojuist dat de regering de
problematiek rond de acceptatie van afgestudeerden aan
de imamopleidingen zoals de WRR deze schetst, niet ziet.
In de kabinetsreactie wordt naar aanleiding van deze
zinsnede van de WRR gesteld dat ’’het kabinet erkent dat
het noodzakelijk is dat de islamitische organisaties in
Nederland de op de vorige pagina genoemde opleidin-
gen als legitiem beschouwen. Daarom zal het kabinet
met de betrokken partijen een gesprek aangaan hoe de
schakel tussen de opleiding en het afnemend veld vorm
kan worden gegeven’’. Iets verderop wordt gesteld dat
daartoe ook in het buitenland zal worden gekeken hoe
met deze problematiek zal worden omgegaan. De
minister heeft net gezegd dat er geen probleem is.
Waarom noemt het kabinet het dan in zijn reactie wel
een probleem? Gaat de minister, tegen de achtergrond
van het feit dat zij het geen probleem acht, dus voor de
benadering die de VVD-fractie heeft voorgesteld om
ervoor te zorgen dat er vanaf 2008 voldoende aanbod is
en er dus geen imams meer Nederland inkomen? Die zijn
immers niet meer nodig omdat onze eigen opleiding de
afgestudeerden produceert. Het zou ook vanaf 2010
kunnen, wanneer de minister zegt dat het eerder niet
haalbaar is.</spreker>
<spreker pagina="93-5307" anker="300" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Ik meen ten aanzien van het eerste
punt van de heer Zijlstra twee dingen te hebben gezegd.
Ik heb gesteld dat deze opleidingen vanaf het begin in
heel nauw overleg met de gemeenschap tot stand zijn
gekomen om de situatie waarop de heer Zijlstra doelt te
voorkomen. Op grond van deze betrokkenheid hebben
wij geen enkele indicatie dat er geen draagvlak zou
bestaan in de gemeenschap voor de afgestudeerden van
deze opleiding. Ik heb zojuist ook gezegd dat wij hierover
pas zekerheid kunnen krijgen op het moment dat de
afgestudeerden op de arbeidsmarkt beschikbaar zijn.
Tegen deze achtergrond zullen wij de komende tijd
gesprekken blijven voeren om te voorkomen dat wij
terechtkomen in de situatie zoals door de WRR is
geschetst.
Ik meen dat collega Hirsch Ballin is ingegaan op de
tweede vraag van de heer Zijlstra. Uit mijn beantwoor-
ding blijkt duidelijk dat in ieder geval in 2008 geen
afgestudeerden van deze opleidingen zullen komen. Dat
zal op zijn vroegst het geval zijn in 2010. Het betreft een
beperkt aantal. De inschatting is dat het om 25 mensen
zal gaan. Collega Hirsch Ballin heeft gezegd wat dit
betekent voor de instroom vanuit het buitenland. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5307" anker="301" naam="De voorzitter">
 Hoeveel tijd hebt u nog nodig? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5307" anker="302" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Ik kom tot mijn afronding. Ik wil nog
even ingaan op de vraag van de representativiteit. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5307" anker="303" naam="De voorzitter">
 Ik stel voor dat u dat dan ook doet. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5307" anker="304" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Het issue van de representativiteit is
al veel langer aan de orde. Het is niet nieuw. Een aantal
Kamerleden heeft daarop al gewezen. Er zijn twee
benaderingen aan de orde. In de eerste plaats is de
afgelopen jaren veel inzet gepleegd om ervoor te zorgen
dat sprake is van representativiteit in de organisaties die
nu aan tafel zitten. Dit is gebeurd door eisen te stellen
aan degenen die deze organisaties vertegenwoordigen.
Er is aangedrongen op differentiatie qua leeftijd en qua
sekse. Daarover hebben wij afspraken gemaakt met deze
organisaties. Het ontwikkelt zich langzaam, maar wel in
positieve zin. Daarnaast is de vraag aan de orde of ook
andere organisaties plaats moeten nemen aan de
overlegtafel. Naar mijn mening zullen wij dat onderwerp
de komende jaren zeker onder ogen moeten zien. Kijkend
naar de ontwikkelingen van de afgelopen jaren moeten
wij vaststellen dat er naast de moskeeorganisaties een
aantal nieuwe organisaties in Nederland is gekomen
waarvan het belangrijk is dat ook deze gesprekspartner
van de overheid worden. Dit is wat mij betreft een
onderwerp dat wij de komende jaren zeker onder ogen
moeten zien. Naast de moskeeorganisaties is er mijns
inziens de laatste jaren een aantal nieuwe organisaties in
Nederland ontstaan. Het is belangrijk dat deze nieuwe
organisaties ook gesprekspartner van de overheid
worden. Ik heb daarin een open houding, wil dit de
komende tijd nader bezien en daarover met de huidige
overlegpartners spreken. Dat wil ik echter wel doen via
deze twee lijnen. Het is namelijk mijns inziens ook
belangrijk dat wij met de huidige gesprekspartners in
gesprek blijven. Met hen moeten wij spreken over een
grotere representativiteit van hun organisaties.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5307">

 
<spreker pagina="93-5307" anker="305" partij="PVV" naam="Wilders">
 Mevrouw de voorzitter. Ik houd
het kort, maar wil toch zeggen dat het vooral zalvende
betoog van de regering voor mijn fractie getuigt van een
enorme naïviteit. Als wij allemaal lief zijn voor elkaar,
verbindingen leggen, buurten opknappen en voldoende
stageplekken realiseren, komt het allemaal wel goed in
Nederland. Op de planeet aarde, en dus ook in Neder-
land, ziet de werkelijkheid er echter vaak anders uit.
Het is teleurstellend dat vooral de minister-president
mijn oproep om te komen tot wat heel veel mensen in
Nederland willen, het tegengaan van de islamisering van
het land, niet overnam. Hij heeft dat onder het tapijt
geveegd. Hij heeft een totaal gebrek aan gevoel voor
urgentie en weet volgens mij ook niet wat er in het land
speelt. Het is triest. Ik heb een drietal moties. De eerste
gaat over het tegengaan van de islamisering van
Nederland.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat er te veel islam in ons land is en dat de
islamisering van Nederland gestopt moet worden;
verzoekt de regering, een immigratiestop in te voeren
voor migranten uit moslimlanden, geen nieuwe
moskeeën meer toe te staan, alle islamitische scholen te
sluiten, de boerka te verbieden en criminele moslims –
indien nodig na denaturalisatie – het land uit te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5307" anker="306" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door het lid
Wilders. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende onder-
steund.
Zij krijgt nr. 127 (30800-VI). 

</spreker>
<spreker pagina="93-5307" anker="307" partij="PVV" naam="Wilders">
 Mevrouw de voorzitter. De
tweede motie gaat over het verbieden van de Koran. Ik
zal niet al mijn argumenten herhalen, maar zij komen
erop neer dat de Koran niet alleen een verschrikkelijk
boek is, maar ook in strijd is met alles waar wij achter
staan. De Koran is in strijd met onze democratische
rechtsstaat. Wij vergroten onze vrijheid van godsdienst
en onze vrijheid in het algemeen door een boek te
verbieden dat diezelfde vrijheid verbiedt. Daarin staat
immers dat mensen niet eens van het geloof mogen
afwijken. Als je een boek verbiedt waarin staat dat de
mensen geen gebruik mogen maken van de vrijheid van
godsdienst, is het evident dat je die vrijheid vergroot.
Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Koran moslims oproept, niet-
moslims te bestrijden, te mishandelen en te doden;
overwegende dat het verspreiden van een opruiend
geschrift op grond van artikel 132 van het Wetboek van
Strafrecht strafbaar is gesteld;
overwegende dat het openbaar maken van een geschrift
dat aanzet tot haat of gewelddadig optreden op grond
van artikel 137e van het Wetboek van Strafrecht strafbaar
is gesteld;
overwegende dat de Koran strijdig is met de rechtsorde
en de democratische rechtsstaat;
verzoekt de regering, de Koran te verbieden,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5308" anker="308" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door het lid
Wilders. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende onder-
steund.
Zij krijgt nr. 128 (30800-VI). 

</spreker>
<spreker pagina="93-5308" anker="309" partij="PVV" naam="Wilders">
 In een interruptiedebat heb ik al
met mevrouw Vogelaar, de minister voor Wonen, Wijken
en Integratie, woorden gewisseld over haar opmerking
dat Nederland in de toekomst een joods-christelijk-
islamitische traditie zal kennen. Helaas heeft zij daarbij
gepersisteerd. Ik heb haar eerlijk gezegd dat ik dat een
vorm van verraad aan onze cultuur en aan veel
Nederlanders die het daar hartgrondig mee oneens zijn
vind. Mijn fractie kan helaas niet anders dan een motie
indienen waarin het vertrouwen in de minister wordt
opgezegd.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de minister voor Wonen, Wijken en
Integratie op het standpunt staat dat Nederland in de
toekomst een joods-christelijk-islamitische traditie zal
kennen;
overwegende dat zij behulpzaam wil zijn bij het wortelen
van de islam in Nederland;
van mening dat Nederland nooit ofte nimmer een
islamitische traditie mag kennen;
zegt het vertrouwen in de minister van Wonen, Wijken en
Integratie op,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5308" anker="310" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door het lid
Wilders. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende onder-
steund.
Zij krijgt nr. 129 (30800-VI). 

</spreker>
<spreker pagina="93-5308" anker="311" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Voorzitter, een wat
praktische vraag aan de heer Wilders. Minister Vogelaar
heeft namens het kabinet gesproken en ik heb zo’n grijs
vermoeden dat morgen minister Hirsch Ballin een
uitspraak zal doen die de heer Wilders tegen de borst
stuit, en de dag daarna de premier. Waarom dient hij
eigenlijk geen motie van wantrouwen tegen het hele
kabinet in? Dan zijn wij er ook maar van af en dan is het
klaar... 

</spreker>
<spreker pagina="93-5308" anker="312" partij="PVV" naam="Wilders">
 Ik gun u nog veel meer van deze
mooie momenten, dus als het nodig is, doen wij het
keurig een voor een. Wij doen het nu naar aanleiding
van de verschrikkelijke uitspraak van minister Vogelaar. Ik
heb haar daarop aangesproken en zij persisteert bij die
uitspraak. Ik vind dan ook dat deze minister haar biezen
moet pakken. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5308" anker="313" naam="De voorzitter">
 Gelet op de aard van de derde motie van
de heer Wilders stel ik voor, vanavond uitsluitend over
deze motie te stemmen en volgende week dinsdag te
stemmen over de andere twee en de moties die
eventueel nog zullen worden ingediend.
Daartoe wordt besloten.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5308">

 
<spreker pagina="93-5308" anker="314" partij="CDA" naam="Van Toorenburg">
 Voorzitter. Dank voor
de zorgvuldige beantwoording van de vragen. Wij waren
even bezorgd, wij vroegen ons af of drie bewindslieden
wel genoeg waren, maar dat was gelukkig zo. Gelet op
de tijd hadden wij er ook niet aan moeten denken dat er
meer bewindslieden nodig zouden zijn geweest...
Wij herkennen ons in de lijn die de minister-president vanavond heeft aangegeven: verbinden en grenzen
stellen, gezamenlijk bouwen en uitwassen indammen.
Verder zijn wij ingenomen met de toezegging van de
minister van Justitie over een gerichte, effectieve aanpak
van radicale moskeeën. Wij hebben deze als volgt
begrepen. De binnen onze democratische rechtsstaat
bestaande mogelijkheden zullen zo nodig worden ingezet
en daarnaast zijn er mogelijkheden die daarin nog een
plaats zullen moeten krijgen. Die zien wij met belangstel-
ling tegemoet.
Over de boerka zijn wij wat in verwarring. Er was aan
de Kamer toegezegd dat de minister van Binnenlandse
Zaken in het verlengde van de afspraken in het regeerak-
koord een wetsvoorstel op dit punt zou indienen. Dat
blijft uit; hoe zit dat nu? Daarop graag nog een specifieke
reactie.
Ten slotte de imamopleiding. Wij hebben onze zorgen
op dit punt geuit. Hoe gaan wij bewerkstelligen dat
imams die in Nederland zijn opgeleid, hun vak daadwer-
kelijk kunnen uitoefenen, hun rol kunnen vervullen? Ook
hierover heerst enige verwarring. De WRR is bezorgd en
ook het kabinet geeft blijk van zorg. Vandaag leken deze
zorgen wat minder, wat voor ons een reden is om
hierover een motie in te dienen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Adviescommissie voor Vreemde-
lingenzaken heeft geoordeeld dat een verbod op de
toelating van imams tot Nederland vanaf 2008 niet
mogelijk is;
van oordeel dat het onverminderd van belang is dat er in
Nederland opgeleide imams komen;
constaterende dat de eerste studenten over vier jaar hun
opleiding zullen hebben voltooid;
verzoekt de regering, te bevorderen dat deze imams met
voorrang zullen worden aangesteld,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5309" anker="315" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door de leden
Van Toorenburg en Dijsselbloem. Naar mij blijkt, wordt
zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 130 (30800-VI). 

</spreker>
<spreker pagina="93-5309" anker="316" partij="CDA" naam="Van Toorenburg">
 Voorzitter, wij
realiseren ons terdege dat de overheid geen imams
aanstelt, het gaat ons erom hoe wij kunnen bevorderen
dat deze mensen hun belangrijke functie kunnen
vervullen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5309" anker="317" partij="ChristenUnie" naam="Slob">
 Gelet op de gescheiden
verantwoordelijkheden van kerk en staat vraag ik me af
waarom u deze motie heeft ingediend. U geeft zelf al aan
dat de overheid hier niet over gaat, dus wat beoogt u
met deze motie? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5309" anker="318" partij="CDA" naam="Van Toorenburg">
 Wij beseffen dat de
overheid hier in strikte zin niet over gaat, dat de overheid
geen imams kan aanstellen, maar de overheid is wel in
gesprek met moslimorganisaties die het als hun
verantwoordelijkheid zien om juist deze mensen, die met
beide benen in de Nederlandse samenleving staan, een
plaats in moskeeën te geven. Gelet op de bezorgdheid
van de WRR en van de het kabinet denken wij dat deze
organisaties een steuntje in de rug nodig hebben.
Daarom hebben wij deze motie ingediend. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5309" anker="319" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Gaat het nu om de aanstelling of
ook om de toelating van imams? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5309" anker="320" partij="CDA" naam="Van Toorenburg">
 Het een heeft met het
ander te maken; wij wachten het voorstel op dit punt
gewoon af. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5309" anker="321" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Dan gaan wij er wel van uit dat
de CDA-fractie – de motie hierover uit november 2004 is
mede namens haar en overigens ook de PvdA-fractie
ingediend – nog steeds de grenzen wil sluiten voor
imams van buiten de Europese Unie zodra er voldoende
in Nederland opgeleide imams zijn, waarbij wij uitgaan
van het jaar 2010. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5309" anker="322" partij="CDA" naam="Van Toorenburg">
 Wij staan ervoor dat
de mensen die in Nederland zijn opgeleid een plaats
krijgen op de Nederlandse arbeidsmarkt, waar het imams
betreft. Wij hebben geconstateerd dat een onderscheid
tussen imams en andere geestelijke bedienaren niet
mogelijk en ook niet wenselijk is. Daarnaast hebben wij
van de minister begrepen dat ten aanzien van de
toelating nog een heel debat volgt, waarin diverse
aspecten zullen worden besproken. Dan zullen wij onze
positie innemen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5309" anker="323" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 U gaat niet over het
aannamebeleid in moskeeën, en toch wilt u een steuntje
in de rug geven. Wat is dat meer dan symboliek? U kunt
toch helemaal niets? Dat is toch een symbolische motie? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5309" anker="324" partij="CDA" naam="Van Toorenburg">
 Wat een droevig
einde van dit debat, als wij zouden zeggen dat wij niets
kunnen! Wij zijn dat niet met u eens. Er is een gedegen
gesprek gaande tussen de overheid en minister Vogelaar
aan de ene kant en de diverse moslimorganisatie aan de
andere kant, dat er mede op gericht kan zijn te bewerk-
stelligen dat mensen hun eigenbelang duidelijker naar
voren gebracht zien worden om straks, als de imams op
de arbeidsmarkt verschijnen, te worden aangenomen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5309">

 
<spreker pagina="93-5309" anker="325" partij="ChristenUnie" naam="Slob">
 Voorzitter. Wij zijn blij dat
het debat over dit onderwerp is gevoerd met elkaar,
uiteraard omdat WRR-rapporten dat verdienen, ook al
ben je het op onderdelen niet eens. Het is goed dat de
politiek aangeeft waar men staat in dit debat, dat niet
alleen hier, maar ook breed in de samenleving wordt
gevoerd. De WRR heeft over dat debat terecht aangege-
ven dat dat helaas steeds meer is gepolariseerd. In dat
opzicht is mijn fractie blij met de houding van het kabinet in de richting van de moslims in Nederland: geen
uitsluiting, verbindingen zoeken, nadrukkelijk kiezen voor
wat ons bindt, maar ook helder zijn als mensen buiten
onze rechtsorde opereren. Dat kunnen en willen wij
tolereren, en dan moet er ook worden opgetreden.
Ik hoorde de minister-president zeggen dat het er niet
om gaat wie je bent, maar wat je bijdraagt aan de
samenleving. Minister Vogelaar hoorde ik religie noemen
als omgevingsfactor. De vraag is of dat ten diepste
aangeeft waar het om gaat, want religie is een onderdeel
van het zijn van mensen. Ik beleef dat persoonlijk zeer
sterk. Bij dit soort vraagstukken gaat het er wel degelijk
om wie je bent. Juist als mensen in hun zijn worden
aangetast, zorgt dat voor vervreemding en isolement,
met alle gevolgen van dien. Het is voor de politiek en de
samenleving een opdracht om dat te voorkomen. Het is
waardevol als wij de mooie woorden die zijn gesproken
ook in de praktijk brengen.
Mijn fractie was afgelopen zomer kritisch over de
uitspraken van minister Vogelaar. Juist als een debat
behoorlijk is gepolariseerd, zul je je woorden moeten
wegen. Wij zagen er een zekere relativering van de
joods-christelijke traditie in ons land in, een traditie die
ons zeer dierbaar is. Wij respecteren de uitleg van de
minister, en hebben er geen enkele behoefte aan de
motie van wantrouwen van de heer Wilders te onder-
steunen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5309">

 
<spreker pagina="93-5309" anker="326" partij="SP" naam="De Wit">
 Voorzitter. Wij hebben uitgebreid
gesproken over de vrijheid van godsdienst, een
grondrecht waarvoor mijn partij pal staat. Wij vinden dat
dat recht in Nederland overeind moet blijven, zij het met
de beperkingen die wij al de hele dag hier hebben
besproken. Uit dit debat blijkt dat er in deze Kamer vrij
breed consensus bestaat over de aanpak van mensen die
radicaliseren of geradicaliseerd zijn en ons confronteren
met onaanvaardbaar gedrag. Er is een reeks voorstellen
gedaan die beoogt deze radicale groep aan te pakken of
te voorkomen dat radicalisering ontstaat. Daarbij gaat het
om de imam, de moskee, de Nederlandse nationaliteit,
de boerka en zelfs de Koran. Ook al worden de maatre-
gelen die door de verschillende fracties worden
voorgesteld, allemaal genomen, dan nog hebben wij
daarmee geen garantie dat mensen niet radicaliseren.
Dan nog hebben wij niet de garantie dat mensen onder
invloed van anderen of eigener beweging op een spoor
terechtkomen dat wij niet willen. Daarom is het naar de
mening van mijn fractie absoluut noodzakelijk dat ook de
integratiepoot wordt bekeken. Tot mijn leedwezen moet
ik vaststellen dat wij hierover al jaren praten. Wij vragen
aan deze regering om hier echt werk van te maken. Wij
zullen haar daarin de komende periode hinderlijk volgen.
Tot slot ga ik in op de motie van wantrouwen van de
heer Wilders tegen de minister. Waar zijn wij mee bezig
als in dit parlement een motie van wantrouwen wordt
ingediend tegen een minister die niet bereid is om aan
een parlementslid mee te delen dat zij zal voorkomen dat
over driehonderd jaar de cultuur in Nederland wellicht
een andere kleur heeft, een andere strekking of een
andere betekenis dan op dit moment? Dat is complete
waanzin, om niet het woord ’’knettergek’’ te gebruiken.
Er zou reden zijn om een motie van wantrouwen in te
dienen tegen deze minister als zij ’’ja’’ had gezegd op
deze motie, want dan moet je inderdaad aannemen dat
de minister hier dingen zegt die zij absoluut niet waar
kan maken. Ik prijs de minister omdat zij dat niet heeft
gedaan. Mijn fractie zal deze motie dan ook uit volle
overtuiging verwerpen.
(geroffel op de bankjes)
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5310">

 
<spreker pagina="93-5310" anker="327" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Voorzitter. Door de
regering is vanavond veel goeds, verstandigs en
verzoenends gezegd. Mijn fractie doet daar niets aan af.
Ik wil wel opmerken dat ik met name de inbreng van de
premier een uitdrukking vindt van een politieke
zesjescultuur.
De afgelopen jaren zijn boeken vol geschreven over de
politieke islam. Een mondiaal probleem. Toenemende
radicalisering van moslims wereldwijd en een toene- mend aantal slachtoffers: niet-moslims, maar vooral ook
moslims. Dit duidt op een internationale crisis in de
islam, waarin politieke of revolutionaire islamisten
aanslagen plegen en de eigen bevolking terroriseren.
Deze wereldwijde crisis heeft grote geopolitieke gevolgen
en leidt tot burgeroorlogen, angst en vervreemding. Dit
laatste gebeurt ook in Nederland. Veel moslims kampen
met loyaliteitproblemen. Sommigen radicaliseren,
anderen voelen zich onveilig, juist als gevolg van
radicalisering. Derden voelen zich onveilig door de
weerzin tegen de islam, die het gevolg is van radicalise-
ring. Daartegenover staan veel autochtone Nederlanders
die de internationale samenleving in toenemende mate
in hun wijk weerspiegeld zien. Wij hebben hier eindeloos
gesproken over imamopleidingen, dubbele nationaliteit,
Marokkaanse randgroepjongeren, witte buurten, zwarte
buurten, conservatieve zelforganisaties en al die grote
integratieproblemen die heel belangrijk zijn en die soms
iets, maar meestal niets met de islam of radicalisering te
maken hebben.
Het kabinet is positiever over het WRR-rapport dan de
hele Kamer, maar slaat tegelijkertijd de twee belangrijk- ste aanbevelingen van de WRR in de wind, namelijk:
1. confrontatie zoeken als de internationale mensenrech-
ten door islamitische regimes worden geschonden en
daarin ook eens een rechte lijn trekken en 2. dialoog
zoeken met islamitische bewegingen als zij bereid zijn
geweld te beëindigen of democratie en mensenrechten
willen bevorderen. Dat is een zesjescultuur. Ik begrijp
niet waarom de premier de kans niet grijpt om de schijn
van onoprechtheid en opportunisme – dit zijn de
woorden van de heer Dijsselbloem – van het Nederlands
internationaal beleid te weerspreken. Het zijn juist dat
opportunisme en die onoprechtheid die heel veel
moslims ongelofelijk krenken. Ter illustratie maak ik nog
één opmerking over Hamas en Saudi-Arabië. Saudi-
Arabië, waaraan wij wapens leveren, betaalt Hamas, die
door de Nederlandse regering wordt geboycot. Als
Saudi-Arabië daarmee zou stoppen, is Hamas met één
klap failliet. Ik houd vol en dien een motie in over de
leverantie van wapens aan Saudi-Arabië.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de mensenrechtensituatie in Saudi-
Arabië zeer slecht is, dat de eerste en enige
mensenrechtenorganisatie in Saudi-Arabië een verleng-
stuk van de overheid is en dat de dialoog over de
mensenrechtensituatie in de Gulf Cooperation Council
nauwelijks van de grond komt;
constaterende dat Nederland militaire goederen heeft
geleverd aan Saudi-Arabië;
constaterende dat Nederland onderdelen produceert voor
de Europese NH-90 helikopter en dat de regering in
beginsel positief staat tegenover de levering van de
NH-90 door Frankrijk aan Saudi-Arabië;
constaterende dat Nederland conform zijn wapenexport-
beleid doorgaans geen wapens levert aan landen die
mensenrechten schenden, en landen in instabiele regio’s;
verzoekt de regering, geen vergunningen meer te
verlenen voor het leveren van wapens en onderdelen
van wapens aan Saudi-Arabië, rechtstreeks dan wel via
derde landen,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5310" anker="328" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door de leden
Halsema en Wilders. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 131 (30800-VI). 

</spreker>
<spreker pagina="93-5310" anker="329" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Mijn allerlaatste
opmerking is dat ik mij van harte aansluit bij de
opmerkingen van de heer De Wit van de SP-fractie over
de motie van wantrouwen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5311">

 
<spreker pagina="93-5311" anker="330" partij="D66" naam="Pechtold">
 Voorzitter. Het was een lang en
uitgebreid debat, maar het is wel het eerste debat
waarbij ik het gevoel heb dat wij ook op argumenten in
de breedte hebben gesproken over islam en activisme.
De aanleiding hiervoor was het rapport van de WRR, dat
overigens voor 90% over het buitenland ging. Toch vind
ik dat wij vandaag nog niet voldoende relatie hebben
kunnen leggen tussen die problematiek en de oplossin-
gen in Nederland. Aan de ene kant praten wij over de
bestrijding van extremisme en aan de andere kant over
de bevordering van integratie. Ik ben blij dat minister
Vogelaar duidelijk heeft aangegeven dat er toch
verbanden zijn. Wij proberen het als twee afzonderlijke
zaken te zien, maar er zijn wel degelijk verwantschappen
en die moeten wij ook durven zien.
Voor D66 is de richting vanuit de kans en zo min
mogelijk vanuit de angst. Ik denk dat het van belang is
dat het kabinet dat ook laat zien. Repressie waar nodig,
maar toch vooral de stimulans. De mensen vooral
benaderen als individu en niet als geloofsgemeenschap.
Dat zijn belangrijke zaken die hier vandaag zijn gedeeld.
Ik heb de premier een compliment gemaakt voor het
verhaal dat hij hield en dat hebben anderen ook gedaan.
Toch stel ik vast dat ook hij in de afgelopen vijf jaar een
ommezwaai heeft gemaakt. Tussen de coalitie met de
LPF en die met de PvdA is er in het denken ook bij hem
wat veranderd. Ik heb hem opgeroepen tot leiderschap
en ik hoop dat hij dat de komende tijd toont op de
momenten dat het nodig is, zeker in de scherpte van de
discussie.
Ik krijg nog antwoord van de minister van Justitie over
de boerka, want het blijft voor mij onduidelijk of het gaat
om een behoefte of om een juridische mogelijkheid. Er
zijn genoeg onderzoeken geweest, wat mij betreft komt
er vandaag helderheid.
Dan kom ik op de uitspraak van minister Vogelaar over
joods, christelijk en islamitisch. Volgens mij komen de
vrijheden die wij vandaag hebben geroemd, uit geen van
drieën voort, maar uit de vrijzinnige, humanistische
traditie. Laten wij daar ook een keer trots op zijn.
Voorzitter. Met de taal die onze collega Wilders
tegenover de minister heeft gebruikt, ging hij voor mijn
fractie een grens over. Het is in de politieke zeden
moeilijk om in een ogenblik te kunnen bepalen of
ingrijpen en correctie mogelijk is. Achteraf vind ik dat dit
debat niet zo gevoerd had kunnen worden. U heeft de
minister aangeboden om erop te reageren, maar
terugkijkend vind ik dat wij dat eigenlijk hadden moeten
schrappen. Ik vind dat wij moeten discussiëren over de
vraag, welk taalgebruik hier nog wordt toegelaten. Waar
is de grens?
Voorzitter. Het laatste waar ik aan toekom, is de motie
van wantrouwen richting de minister. Ik heb bij de start
van dit kabinet aangegeven dat D66 met een eigen blik
op de maatschappij naast dit kabinet oppositie zal
voeren. Iedereen kan opmerkingen maken over de
woorden die de minister vandaag heeft geuit. Ik heb mijn
alternatief ertegenover gezet. Wij zullen deze minister de
komende jaren beoordelen op haar daden. De lat ligt na
vandaag alleen nog maar hoger. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5311" anker="331" naam="De voorzitter">
 Mijnheer Pechtold, ik wil hier toch graag
op reageren, omdat u mij in deze rol aanspreekt. Ik heb
er eerder al een aantal opmerkingen over gemaakt. Die
zal ik niet herhalen. Ik stel wel vast dat de schrap-
bepaling door de Kamer zelf is weggehaald uit het
Reglement van Orde. Als u behoefte heeft aan een
heroverweging over zo’n bepaling of anderszins wilt
bespreken hoe wij hiermee omgaan, dan lijkt me het
Presidium of de commissie voor de Werkwijze der Kamer
daarvoor de aangewezen plek. Ik ga dat gesprek niet uit
de weg. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5311" anker="332" partij="D66" naam="Pechtold">
 Dan zouden wij ook eens
moeten praten over de verdeling van de plekken in het
Presidium. Daar heb ik geen vaste plek, daar mag ik bij
toerbeurt of via anderen praten. Als woorden als
’’knettergek’’ vallen, dan vraag ik mij af van welk woord
wij nog vinden dat het niet meer binnen het betamelijke
valt. Maar er wordt ook heel suggestief gebruikgemaakt
van het verraad van cultuur. Eerder is door diezelfde
fractie al een keer het woord ’’landverraad’’ richting
collega’s gebruikt. Daar wil ik voor waken. Ik wil ervoor
waken dat wij dadelijk stapje voor stapje constateren dat
wij ergens zijn aangekomen waar wij niet willen.
Voorzitter. Ik spreek u niet persoonlijk daarop aan,
maar ik spreek allen erop aan om daar waakzaam op te
zijn. En het maakt niet uit waar wij die discussie voeren,
maar die discussie dient gevoerd te worden. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5311" anker="333" naam="De voorzitter">
 Ik zal daarvoor zorgen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5311">

 
<spreker pagina="93-5311" anker="334" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Voorzitter. Met deze sfeer-
verlichting is het vroeg kerst dit jaar.
Wij hebben in eerste termijn helder aangegeven hoe
wij staan ten opzichte van het praten met organisaties
zoals Hamas. Wij zijn het zeer eens met het standpunt
dat de minister-president heeft aangedragen. Het is een
heldere lijn. Er is ook geen enkel licht tussen dat
standpunt en het standpunt van de VVD daarover.
Daarover blijven wij het dus eens.
Er bestaat bij het kabinet bereidheid om te kijken in
hoeverre iets gedaan kan worden aan gebedshuizen
waar haat gepredikt wordt. Die ruimte wordt geboden,
maar het gaat niet helemaal van harte. Daarom dient de
VVD voor de zekerheid nog een motie daarover in. De
motie luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het in de praktijk niet mogelijk blijkt
om adequaat op te treden tegen gebedshuizen waarin
activiteiten plaatsvinden die de openbare orde en
veiligheid bedreigen;
constaterende dat er blijkens artikel 6 van de Grondwet
aan de vrijheid van godsdienst een grens is gesteld, te
weten ’’behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens
de wet’’;
constaterende dat er blijkens artikel 9 van het Europees
Verdrag voor de Rechten van de Mens aan de vrijheid
van godsdienst grenzen zijn gesteld, te weten de grenzendie ’’bij de wet zijn voorzien en in een democratische
samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de
openbare veiligheid, voor de bescherming van de
openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de
bescherming van de rechten en vrijheden van anderen’’;
van mening dat de bevoegdheden op grond van de
Gemeentewet in de praktijk niet toereikend blijken om
adequaat op te treden tegen gebedshuizen waarin
activiteiten plaatsvinden die de openbare orde en
veiligheid bedreigen;
van oordeel dat ten aanzien van de onderhavige
problematiek preventie tekort schiet en ook alle
mogelijke repressieve maatregelen ingezet moeten
worden;
verzoekt de regering, spoedig met een wetsvoorstel te
komen dat de sluiting door de burgemeester van
gebedshuizen bij gevaar voor de openbare orde en
veiligheid daadwerkelijk en op korte termijn mogelijk
maakt,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5312" anker="335" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door het lid
Zijlstra. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 132 (30800-VI). 

</spreker>
<spreker pagina="93-5312" anker="336" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Voorzitter. Het kabinet toonde iets
minder bereidheid als het gaat over de nationaliteit. De
minister van Justitie gaf terecht aan dat waar sprake is
van één nationaliteit, er geen sprake kan zijn van het
ontnemen van nationaliteit. Dat is in strijd met internatio-
nale verdragen die wij respecteren. De kern van ons
betoog is dat die internationale verdragen juist wel de
ruimte laten om in dat soort gevallen die ultieme
maatregel te nemen, als het essentiële belangen van de
staat betreft. Ik doel op het afnemen van de nationaliteit.
Dat gebeurt niet zomaar op een achternamiddag, maar
dat moet wel de ultieme consequentie zijn op het
moment dat een imam voortdurend haatdragende en
ondergravende teksten uitdraagt. Het mag niet zo zijn dat
die persoon anders wordt behandeld omdat hij de
Nederlandse nationaliteit heeft. Wij dienen daarom de
volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het optreden tegen haatzaaiende,
radicale dan wel radicaliserende imams tekort schiet;
van oordeel dat ten aanzien van de onderhavige
problematiek in het huidige tijdsgewricht niet enkel
preventieve, maar juist ook repressieve maatregelen
moeten worden ingezet;
constaterende dat blijkens artikel 6 van de Grondwet aan
de vrijheid van godsdienst een grens is gesteld, te weten
’’behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de
wet’’;
constaterende dat haatzaaiende, radicale dan wel
radicaliserende imams vaak in het bezit zijn van een
dubbele nationaliteit;
van oordeel dat een oplossing voor deze groep is het
intrekken van de Nederlandse nationaliteit en vervolgens
het uitzetten van deze imams;
constaterende dat het Europese Nationaliteitsverdrag en
het Verdrag betreffende beperking van het aantal
gevallen van stateloosheid aan een staat, de ruimte laten
om van subjecten de nationaliteit in te trekken indien
sprake is van gedrag dat de essentiële belangen van de
staat ernstig schaadt;
verzoekt de regering, op korte termijn te komen met een
wetsvoorstel dat het mogelijk maakt om bij gevaar voor
de openbare orde en veiligheid van gebedsdienaren met
een dubbele nationaliteit de Nederlandse nationaliteit in
te trekken en hen het land uit te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5312" anker="337" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door het lid
Zijlstra. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 133 (30800-VI). 

</spreker>
<spreker pagina="93-5312" anker="338" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik ga in op de imamopleiding.
Duidelijk is gezegd dat er in 2008 nog onvoldoende
imams zullen zijn. In 2010 en in de navolgende jaren zal
er een grote groep beschikbaar komen. Wij hebben de
tekst van de motie van 2004 dan ook aangepast. Ook zijn
wij tegemoetgekomen aan het bezwaar van de CDA-
fractie dat een en ander niet alleen voor imams kan
gelden. Wij wijzigen het woord ’’imams’’ daarom in
’’geloofsbedienaren’’. Wij gaan er vanuit dat de fracties
die in 2004 de motie hebben gesteund, dat weer zullen
doen. Het waren de fracties van de PvdA, het CDA,
GroenLinks en de VVD. De motie luidt nu als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende het grote maatschappelijke belang van de
rol van imams in de Nederlandse moslim-
gemeenschappen;
overwegende het grote maatschappelijke belang van de
rol van geloofsbedienaren in geloofsgemeenschappen in
het algemeen;
overwegende dat in Nederland opgeleide geloofs-
bedienaren noodzakelijk zijn voor de integratie van bij
bepaalde geloofsgemeenschappen behorende personen;
constaterende dat er in Nederland voor de meeste
geloofsbedienaren een gedegen aanbod van opleidingen
bestaat waardoor de noodzaak van het naar Nederland
halen van buitenlandse geloofsbedienaren over het
algemeen ontbreekt;
verzoekt de regering, uiterlijk per 2010 geen verblijfsver-
gunningen voor buitenlandse geloofsbedienaren te
verstrekken indien er in Nederland een opleiding voor
die specifieke geloofsbedienaar bestaat,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5313" anker="339" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door het lid
Zijlstra. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 134 (30800-VI). 

</spreker>
<spreker pagina="93-5313" anker="340" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik maak een algemene opmerking
naar aanleiding van het antwoord van minister Vogelaar.
Het treft de VVD-fractie dat de minister in haar beant-
woording volledig voorbijgaat aan de kernwaarden van
onze maatschappij. Die hebben, met alle respect, niets te
maken met de joods-christelijke traditie. Die hebben alles
te maken met de Verlichting. Vrijheid van meningsuiting,
gelijkheid voor ieder individu, dus ook voor hetero en
homo, zwart en wit en voor gelovigen en ongelovigen,
vrijheid van pers en vrijheid van godsdienst, zijn niet
ontstaan op basis van een joods-christelijke grondslag.
Die rechten komen al helemaal niet voort uit een
islamitische traditie. Voor die rechten is hard gevochten.
Ik doel dan niet alleen op de recente geschiedenis van de
Tweede Wereldoorlog. Er is ook gevochten tegen religies,
omdat zij die grondwaarden niet automatisch onder-
steunden. De VVD vindt de opmerkingen van de minister
heel relativerend. In eerste termijn heb ik een vergelijking
gemaakt met Gerard Reve. In de tijd dat hij aan
godslastering deed, was dat fantastisch. De gelovigen
moesten immers van hun geloof af. Ik vraag aan de
minister waar de emancipatiebeweging is waar zij
vroeger ook deel van uitmaakte. Vanwaar die relativering
op dit moment? De VVD wil daarop een helder antwoord.
Het is voor ons bepalend voor de omgang met de motie
van wantrouwen die tegen de minister is ingediend. Ik
ben het er van harte mee eens dat niet elke moslim een
terrorist is. Ik moet echter wel constateren dat de laatste
jaren in Nederland elke terrorist een moslim is. De
minister kan de verworvenheden van de Verlichting, de
kern van onze samenleving, niet zomaar relativeren. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5313" anker="341" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Wat vindt de heer Zijlstra
van een partij die er diep van overtuigd is dat ’’de
grondslagen van de Nederlandse beschaving worstelen
in het christendom’’ en van een partij ’’die ervan
doordrongen is dat het vooral de christelijke geest is die
ons volk de waarde en de vrijheid van de mens en zijn
verantwoordelijkheid heeft doen beseffen’’. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5313" anker="342" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Dat is een prachtige tekst. De
kernwaarden van onze maatschappij zijn echter de
waarden van de Verlichting. Ik doel op waarden zoals
vrijheid van meningsuiting, vrijheid van pers, vrijheid
van godsdienst en gelijkheid van ieder individu. Dat zijn
de waarden van de Verlichting. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5313" anker="343" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Ik citeerde uit het
beginselprogramma van de VVD in de jaren vijftig. Dat is
na de Verlichting. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5313" anker="344" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Alleen door de Verlichting
kennen wij deze vrijheden en heeft dit opgeschreven
kunnen worden.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5313">

 
<spreker pagina="93-5313" anker="345" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Voorzitter. Ik dank de
leden van het kabinet voor hun antwoorden. Ik dank de
minister-president voor zijn algemene inleiding, waarin
wij ons zeer goed herkenden. Wij nodigen hem uit om
deze boodschap, waar nodig, in en buiten de Kamer uit
te dragen. Dat is zeer relevant in een samenleving die op
tal van vlakken onder spanning staat.
In het achtuurjournaal kwamen twee dingen aan de orde. De heer Wilders zou zeggen: de linkse media pakte
weer uit! Eerst werd volop aandacht besteed aan de
twee grove uitlatingen van de heer Wilders over de
minister. De presentator van het NOS-journaal conclu-
deerde dat de overige fracties een tweesporenbeleid voorstaan: pak de extremisten aan en steun de mensen met goede bedoelingen. Dat werd weggezet als: de
andere fracties worstelen met het thema.
Wij moeten het WRR-rapport recht doen. Dat is niet in
alle opzichten in het debat gebeurd. De WRR poogt te
laten zien dat er aanknopingspunten zijn, ook in de
internationale politieke islam, om in contact te treden en
te praten over mensenrechten en democratisering. Dat
was het doel van het rapport. Dat sommigen de
boodschap van het rapport niet aanstaat, is een politieke
opvatting. Dat heeft niets met wetenschap te maken.
De VVD nodigde de minister-president uit om de
PvdA-fractie tot de orde te roepen wat betreft de Hamas.
Leve het dualisme. De minister-president is daarop dan
ook niet ingegaan.
Mevrouw Halsema heeft mij geciteerd. Zij suggereerde
dat ik het kabinetsbeleid onoprecht en opportunistisch heb genoemd. Ik heb echter gezegd: meten met twee
maten kan al snel worden gezien als onoprechtheid en
opportunisme, en het wantrouwen tegen het Westen
verder voeden. Uit haar reactie leid ik af dat dit
misverstand, zo het er al was, is opgelost.
Het door het kabinet verwoorde uitgangspunt over hoe
om te gaan met organisaties die geweld gebruiken, is
goed. Echter, in het geval van Hamas hanteert het
kabinet wel de hoofdregel, maar niet de verbijzondering.
Daar zijn wij het niet mee eens. Helaas steunt de
Kamermeerderheid het kabinet hierin. Dat debat zullen
wij blijven voeren met de minister van Buitenlandse
Zaken.
De minister voor WWI heeft gezegd dat zij het door
mij aangevoerde punt over het overleg van het kabinet
met moslims in Nederland ziet en langs twee lijnen gaat
opereren. Enerzijds wil zij met de organisaties zelf ervoor
zorgen dat die ook intern emanciperen en met vrouwen
en jongeren bij haar aan tafel schuiven. Anderzijds zal zij
bezien hoe zij anderen, buiten de moskeebestuurders
om, ook aan haar tafel kan noden. Zij sloot af met de opmerking: ik zal daarover gaan praten met de huidige
gesprekspartners. Die opmerking gaf mij een onzeker
gevoel en aanleiding om de afspraak goed op papier te
zetten in de vorm van de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de overheid alle geloofsrichtingen
gelijk moet behandelen;
overwegende dat binnen de Nederlandse moslim-
gemeenschap een grote diversiteit aan geloofsopvattin-
gen bestaat;
van oordeel dat deze diversiteit tot uitdrukking moet
komen in de overlegstructuur tussen overheid en
moslims;
verzoekt de regering, in haar overleg met vertegenwoor-
digers vanuit de moslimgemeenschappen de diversiteit
beter tot uitdrukking te laten komen en de Kamer
hierover nader te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5314" anker="346" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door de leden
Dijsselbloem en Van Toorenburg. Naar mij blijkt, wordt
zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 135 (30800-VI). 

</spreker>
<spreker pagina="93-5314" anker="347" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Ten slotte, voorzitter.
Laten wij toch meer vertrouwen hebben in onze eigen
rechtsstaat, in de kracht van die rechtsstaat, in de
weerbaarheid van de democratie! Ik heb zoveel
machteloosheid en angst gehoord in sommige bijdragen
aan het debat. Waarom geen vertrouwen in de kracht
van wat wij hier doen? Wij verdedigen hier met elkaar
elke dag weer de democratie en de rechtsstaat. Dat is
ook de eerste opdracht van de ministers. Als zij daarin
geen vertrouwen meer hebben, als zij geen vertrouwen
meer hebben in de democratische rechtsstaat, dan vraag
ik mij af wat die afgevaardigden eigenlijk in deze functie
te zoeken hebben. (Geroffel op de bankjes.)
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5314">

 
<spreker pagina="93-5314" anker="348" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Mevrouw de voorzitter. Ik
dank de bewindslieden voor hun antwoorden en wil nog
op een tweetal punten ingaan.
In de eerste plaats heb ik in het betoog van de
minister van Justitie een reactie gemist op het punt dat
ik in eerste termijn heb aangesneden, de verheerlijking
van geweld als een belangrijke bron van radicalisering.
Daarom dien ik op dat punt de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat blijkens het jaarverslag van de AIVD
het afgelopen jaar een opvallende toename te zien geeft
van jihadistische teksten waarin de strijd wordt verheer-
lijkt, overal ter wereld waar zich ’’vijanden van de islam’’
bevinden;
overwegende dat de AIVD aangeeft dat de verspreiding
in de Nederlandse taal van dit type gewelds-
verheerlijkende lectuur, waarbij het martelaarschap wordt
aangeprezen, een radicaliserend en jihadiserend effect
heeft op vooral jonge mensen;
verzoekt de regering, te bevorderen dat tegen dergelijke
geweldsverheerlijkende lectuur wordt opgetreden en
daartoe zo nodig met voorstellen te komen om de
wettelijke mogelijkheden daartoe te scheppen dan wel te
verruimen,
en gaat over tot de orde van de dag. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5314" anker="349" naam="De voorzitter">
 Deze motie is voorgesteld door het lid
Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 136 (30800-VI). 

</spreker>
<spreker pagina="93-5314" anker="350" partij="SGP" naam="Van der Staaij">
 Voorzitter. Voorts wil ik
ingaan op de uitlatingen van de minister voor Integratie,
ook in haar antwoord, over de joods-christelijk-
islamitische cultuur. Wij blijven deze uitlatingen
ongelukkig vinden, omdat zij een geest ademen van een
ongewenste relativering van de joods-christelijke traditie,
vooral in combinatie met de opmerking dat het kabinet
zorgen over de islamisering niet deelt en derhalve geen
poging wil doen om een halt toe te roepen aan zaken als
megamoskeeën, waarvoor wij in eerste termijn aandacht
hebben gevraagd. Als wij onnodige polarisatie willen
voorkomen – een terecht punt, ook in de inbreng van de
minister-president, bij de bescheidenheid die wij in
Nederland kennen – dan moeten wij er ook niet voor
schuwen om hier op wijze zelfbeperking aan te dringen.
Dat element heb ik gemist in de reactie van het kabinet.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5314">

 
<spreker pagina="93-5314" anker="351" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Voorzitter. Ik dank de leden voor
hun inbreng in tweede termijn.
Als de heer Wilders de visie van het kabinet samenvat
als ’’lief zijn voor elkaar’’ heeft hij de essentie van onze
boodschap niet begrepen. Het kabinet heeft vandaag iets
anders uitgestraald. Je moet veroordelen wat niet deugt,
maar tegelijkertijd moet je bindend bezig zijn. Daarnaar
moeten wij streven, ook al zijn er allerlei politieke
verschillen. Wij moeten afwijzen wat niet mag, maar wij
moeten elkaar ook de ruimte bieden en elkaar respectvol
tegemoet treden. Anders gelukt het gewoon niet!
De heer Wilders heeft een motie ingediend waarin
staat dat er te veel islam in ons land is. Vervolgens somt
hij een serie maatregelen op. Zijn opvattingen zijn
bekend. De vraag is of deze motie zich verdraagt met
onze grondrechten, de vrijheid van godsdienst en
misschien zelfs het eerste artikel van onze Grondwet. Wij
moeten elkaar ruimte bieden, maar de motie zet een rem
op alles! In en buiten deze Kamer moeten wij zeggen dat
mensen recht hebben op het belijden van hun geloof en
ook op het afstand nemen van hun geloof. Hierin moeten
wij elkaar respectvol tegemoet treden. De motie van de
heer Wilders is niet de goede weg omdat zij moslims iets
ontzegt. Wij ontraden daarom aanneming van deze
motie.
Aan het adres van de heer Slob merk ik op dat, toen ik
zei dat het niet uitmaakt wie je bent, ik doelde op status,
functie en dergelijke. Wie je echt bent, raakt de vezels
van je bestaan, je grondovertuiging. Religie is daarvan
een onderdeel.
Mevrouw Halsema is terecht opnieuw ingegaan op het
internationale aspect. Het WRR-rapport kent immers een
uitgebreide internationale invalshoek. In de kabinets-
reactie is daar ook nauwgezet op ingegaan. Ik doel dan
op de Nederlandse en Europese inspanningen die zijn
gericht op democratisering en versterking van de
mensenrechten en meer in het algemeen op het
verzekeren en versterken van een vreedzame en op recht
gebaseerde internationale samenleving. In de regerings-
reactie wordt onderbouwd welke keuze de Nederlandse
overheid daarbij maakt en welke instrumenten zij daarbij
inzet. Dat betreft middelen in de sfeer van ontwikkelings-
samenwerking en inspanningen op het gebied van vrede
en veiligheid buiten onze landsgrenzen. Ik heb gezegd
dat wij geen contact onderhouden met gewelddadige
organisaties. Uitzondering op die hoofdregel is dat er
gesprekken kunnen plaatsvinden die zijn gericht op het
beëindigen van het geweld. Wij praten dus niet met
vertegenwoordigers van Hamas, Hezbollah en welke
andere terroristische organisatie dan ook zonder dat er
duidelijkheid bestaat over hun ondubbelzinnige intentie
om geweld af te zweren en hun doelen langs vreedzame
weg na te streven. Dit debat leent zich niet voor de vraag
met welke organisatie op welk moment kan worden
gesproken. Toch wil ik iets zeggen over de vergelijking
die mevrouw Halsema maakte tussen Saudi-Arabië en
Hamas. Ik heb al gezegd dat zo’n vergelijking niet zomaar
kan worden gemaakt. In de eerste plaats gaat het om een
soevereine staat enerzijds en een organisatie die door de
EU als terroristisch is aangemerkt anderzijds. In de
tweede plaats suggereert mevrouw Halsema een causaal
verband tussen wapenleveranties en mensenrechten-
schendingen alsof wij exportvergunningen zouden
verstrekken voor wapens aan Saudi-Arabië die ingezet
worden voor interne repressie en mensenrechten-
schendingen. Dat is uiteraard niet het geval. Er vindt per
geval steeds een zeer zorgvuldige beoordeling plaats.
Nederland hanteert daarbij strikt de gedragscode van de
EU. In die code staat onder meer dat wapens niet
geëxporteerd mogen worden naar landen als ze kunnen
worden ingezet tegen de eigen bevolking. In de derde
plaats speelt Saudi-Arabië een constructieve rol ten
aanzien van het vredesproces in het Midden-Oosten en
richt het zich niet op de vernietiging van een andere
soevereine staat. Hamas doet dat wel. In dat verband
citeer ik de heer Osama Handan, Hamasvertegenwoordi-
ger, die onder andere met een lid van de GroenLinksfrac-
tie sprak tijdens het bezoek van de vaste Kamercommis-
sie Buitenlandse Zaken aan Damascus in juni
jongstleden. Deze Hamasvertegenwoordiger heeft onder andere gezegd: The final goal of resistance is to wipe
this entity off the face of the earth. Met ’’this entity’’
bedoelde hij Israël. Met dat soort mensen spreken wij
niet, maar u wel. Daarin verschillen wij toch echt van
mening.
Dit raakt de motie van de leden Halsema en Wilders.
Er is steeds sprake van een zorgvuldige toetsing van de
wapenleveranties aan de hand van de genoemde
gedragscode. Deze bepaalt bijvoorbeeld dat er geen
wapens worden geëxporteerd die kunnen worden ingezet
tegen de eigen bevolking. Tegen die achtergrond ontraad
ik deze motie.
De heer Pechtold ging in op verschillende aspecten die
hij in eerste termijn naar voren bracht. Het is goed om
op te merken dat er ook elementen zijn van gemeen-
schappelijkheid, zoals hijzelf ook onder woorden bracht.
De heer Zijlstra ging in tweede termijn niet meer in op
de uitlatingen van de heer Verhagen. Toch is het goed
om daarover nog iets te zeggen. De opmerking van het
Kamerlid Verhagen sloegen namelijk op beschuldigingen van WRR-onderzoeker Schoonenboom: Verhagen en
anderen zouden zich schuldig hebben gemaakt aan
onverantwoorde stemmingmakerij in het debat over de
islam en sharia. Van die aantijging heeft de heer
Verhagen toen terecht afstand genomen. De heer Zijlstra
haalde vervolgens een artikel uit Elsevier aan, waaruit
naar zijn zeggen zou blijken dat de kritiek van de heer
Verhagen betrekking heeft op het WRR-rapport als
zodanig. Inmiddels heb ik het geciteerde artikel gekregen
en moet ik vaststellen dat dit artikel verkeerd is
geciteerd. De heer Zijlstra heeft steeds gezegd dat minister Verhagen in Elsevier zou hebben gezegd: het
rapport is onzorgvuldige lariekoek. Maar wat er in
werkelijkheid staat, is ’’dit is onzorgvuldige lariekoek’’,
waarbij ’’dit’’ terugslaat op de uitspraken van de auteur
van het rapport, en niet op het rapport zelf.
De heer Dijsselbloem heeft aspecten belicht waarop
ook de andere bewindslieden zullen ingaan. Hetzelfde
geldt voor zijn motie. Ik hecht eraan om te onderstrepen
dat hij zei dat een democratie en een rechtsstaat ook
weerbaar kunnen zijn en dat binnen de context van de
democratie en rechtsstaat veel mogelijk is om vreed-
zaamheid te winnen, mensen tot elkaar te brengen en
conflicten te beslechten. Ik wil graag een streep zetten
onder hetgeen hij zei over de weerbaarheid van
democratie en rechtsstaat. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5315" anker="352" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Voorzitter. Ik kan er toch echt
niets anders van maken dan de kwalificatie die ik eraan
gaf in eerste termijn. Dat herhaalt nog maar eens de
noodzaak... 

</spreker>
<spreker pagina="93-5315" anker="353" naam="De voorzitter">
 Nee, u moet niet herhalen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5315" anker="354" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Dan herhaal ik het niet en maak
ik ervan dat dit nog maar eens de stelling bewijst, hoe
noodzakelijk het is geweest dat deze minister hier
aanwezig was. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5315" anker="355" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Die stelling begrijp ik niet
helemaal. Ik heb ook gewoon zitten googelen – althans,
laten googelen – en ik heb teksten gekregen. Daaruit
blijkt dat dit bepaalde citaat niet juist was. Dat kan ik zelf
ook dus wel en dat heb ik gedaan. Maar ik zal minister
Verhagen zeker op de hoogte stellen van deze discussie.
Resteert de motie van de heer Wilders om het
vertrouwen in de minister voor Wonen, Wijken en
Integratie op te zeggen. Over deze motie is al het nodige
gezegd. We komen op een hellend vlak als moties met
verwachtingen over wat over 200 à 300 jaar aan de orde
zou kunnen zijn, een reden kunnen vormen om een
minister weg te sturen. De motie heeft niet alleen te
maken met hetgeen is besproken; zij stelt bijvoorbeeld
ook dat Nederland nooit en te nimmer een islamitische
traditie mag kennen. Maar die islamitische traditie
hebben we al in de laatste decennia, van een miljoen
mensen die hier wonen. Wat betekent zoiets in die motie
nou? De realiteit van vandaag is dat we rechten als de
vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting
hebben, en een miljoen mensen die moslim zijn. Wat
zegt deze motie in dat licht?
Daar komt nog iets anders bij. De heer Zijlstra sprak al
over de ontstaansgeschiedenis van ons land en van onze
opvattingen over mensenrechten en democratie. Er zijn
verschillende stromingen. Natuurlijk is er een invloed
van de joods-christelijke traditie, maar evenzeer van het
humanisme en andere stromingen. Die hebben uiteinde-
lijk ons land gemaakt tot wat het is en hebben Europa
gemaakt tot wat het is. De heer Wilders zegt dat wij de
joods-christelijke traditie te grabbel gooien. Ik heb hier in
het kader van de preambule gesproken over de vraag of
ik mocht verwijzen naar de joods-christelijke traditie als
een van de bronnen van de Europese geschiedenis en
daar had ik al eindeloos gedoe over.
Laten wij de zaak wel in het goede perspectief zien.
Laten wij kijken naar wat er in Nederland is gebeurd. Wie
kan een voorspelling maken over honderd of tweehon-
derd jaar. Tweehonderd jaar geleden hadden rooms-
katholieken niet dezelfde rechten als protestanten. Wij
hebben de verzuiling gekregen en vervolgens de
ontzuiling. Er zijn hier mensen gekomen uit Suriname,
Indonesië en China. Zij allen hebben Nederland gemaakt
tot wat het is. En dan heb ik het over een ontwikkeling
over een periode van honderd jaar. Tegen al die
achtergronden, denk ik dat ik deze motie maar moet
ontraden. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5316" anker="356" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Ik heb goed naar de
premier geluisterd en ik wil mijn vraag aan de heer
Wilders herhalen. De premier heeft zich nu volledig
aangesloten bij wat minister Vogelaar heeft gezegd. Zou
de heer Wilders nu toch niet een motie tegen het hele
kabinet willen indienen? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5316" anker="357" soort="Minister" naam="Balkenende">
 Ik wil nog iets zeggen voor de
heer Wilders gaat antwoorden. Ik heb gezegd dat ik dit
soort discussies niet vruchtbaar vind. Wie kan immers
uitspraken doen over wat er over tweehonderd of
driehonderd jaar gebeurt. Ik heb uitgelegd hoe beweeg-
lijk ontwikkelingen kunnen zijn. Dat is de geschiedenis.
Het grootste probleem dat in de motie staat, is dat
Nederland nooit zo’n traditie mag kennen. Dat is moeilijk
te handhaven als er al er al één miljoen moslims zijn in
Nederland. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5316" anker="358" naam="De voorzitter">
 Stelt u nog prijs op het antwoord van de
heer Wilders, mevrouw Halsema? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5316" anker="359" partij="GroenLinks" naam="Halsema">
 Nee, laat maar.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5316">

 
<spreker pagina="93-5316" anker="360" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Voorzitter. Ik heb de moties hier
liggen. Ik hoop dat de taakverdeling met de premier en
minister voor WWI goed is waar het gaat om de
beantwoording. Voordat ik op de moties inga, heb ik nog
een enkele opmerking naar aanleiding van wat er in de
tweede termijn is gezegd over de onderwerpen waar het
in dit debat over ging.
Mevrouw Van Toorenburg is teruggekomen op de
gelaatbedekkende kleding. Daarover is in het coalitie-
akkoord een onderdeel opgenomen in relatie tot
bescherming van de openbare orde en veiligheid.
Daarom is informatie uit de praktijk gevraagd aan de
Raad van Hoofdcommissarissen, het College van
procureurs-generaal, de korpsbeheerders en de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De reacties
komen binnenkort binnen of zijn al binnengekomen. Naar
aanleiding daarvan zal nadere standpuntbepaling
plaatsvinden en zal de Kamer daarover worden bericht.
De minister voor WWI zal straks ingaan op de vragen
over de imamopleiding en de aanstelling van imams. Ik
heb in eerste termijn al iets gezegd over de aanstelling
van geestelijke verzorgers, waaronder die bij de justitiële
inrichtingen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5316" anker="361" partij="D66" naam="Pechtold">
 Net was mij, na heel veel
gepraat over en weer, beloofd dat nu het heldere
antwoord zou komen. Er is een brief gestuurd naar
korpsbeheerders en nog een heel aantal mensen. Wat is
het nu? Is er behoefde aan die wet of is het een
mogelijkheid? Wij zitten echt al meer dan een jaar te
zeuren over die boerka. Kan het kabinet nu eindelijk, na
al die adviezen, zeggen of het wel kan of niet? Wat is het
nu? Gaat het om de behoefte of om de internationaal-
juridische mogelijkheid? 

</spreker>
<spreker pagina="93-5316" anker="362" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Het antwoord is volgens mij vrij
duidelijk. Ik zou bijna zeggen dat de heer Pechtold het
had kunnen bedenken. De behoeften worden bepaald
binnen wat er juridisch internationaalrechtelijk toelaat-
baar is. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5316" anker="363" partij="D66" naam="Pechtold">
 Er is gezegd dat de mogelijk-
heid beperkt is. Die betreft sollicitaties en andere dingen
die er nu al zijn. Er kan dus behoefte zijn, maar
internationaal-juridisch is het niet mogelijk, punt. Kunnen
wij dat antwoord nu een keer krijgen? Hoe lang gaan wij
dit circus nog volhouden? Er zijn immers fracties die het
willen en er zijn fracties die het niet willen. Wij willen
gewoon een keer horen of deze discussie afgelopen kan
zijn. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5316" anker="364" soort="Minister" naam="Hirsch Ballin">
 Wij hebben informatie uit de
praktijk gevraagd om het punt van de behoefte, dat de
heer Pechtold terecht naar voren haalt, in beeld te
kunnen brengen. De reactietermijn loopt op 14 septem-
ber af, als ik het goed heb. Uiteraard zullen wij de Kamer
daarna zo snel mogelijk berichten. Ik verzeker de Kamer,
geheel ten overvloede, dat wij geen dingen zullen
voorstellen die nationaal- of internationaalrechtelijk niet
toelaatbaar zijn. Wij zullen evenmin dingen voorstellen
waaraan geen behoefte bestaat. In eerste termijn heb ik
al gezegd dat de Wet op de identificatieplicht al voorziet
in een deel van de behoefte. Ik moet de heer Pechtold
die, zoals hij zo-even met volle overtuiging heeft
geschetst, de afgelopen anderhalf jaar al zo veel geduld
heeft betoond, vragen nog een paar weken langer geduld
te betrachten.
Ik meen dat ik de overige punten het best kan
bespreken aan de hand van de ingediende moties.
Bij de motie op stuk nr. 128 van de heer Wilders wil ik
de opmerking die de heer Dijsselbloem terecht maakte,
betrekken. De heer Dijsselbloem wees erop dat het
WRR-rapport echt van belang is. De minister-president,
collega Vogelaar en ik hebben ons in eerste termijn in
die termen uitgelaten. In het WRR-rapport wordt zeer
terecht gedocumenteerd uiteengezet wat er binnen de
vele stromingen van de islam aan rijkdom bestaat. Dat is
heel belangrijk. Wij allen hebben uiteengezet dat wij in
het kader van de beoordeling van wat ons te doen staat
in verhouding tot de aanwezige spanningsvelden, de
stromingen die negatief uitwerken op onze rechtsstaat en
op het vreedzaam samenleven van mensen zullen
beoordelen. Wij zullen, ook op het gebied van de
rechtshandhaving, optreden op basis van het essentiële
standpunt van een rechtsorde die is gebaseerd op
respect. In eerste termijn heb ik mijn aandeel daarin zeer
nadrukkelijk naar voren gebracht. Er dient respect te zijn
voor hetgeen mensen eigen is en hen ten diepste
beweegt en respect voor de grondrechten die kenmer-
kend zijn voor de democratische rechtsstaat. Wij zullen
ons daar niet van af laten brengen. Hetgeen in deze
motie wordt gevraagd, het verbieden van het heilige
geschrift van een belangrijke godsdienstige stroming,
niet alleen in Nederland maar in de gehele wereld, komt
daarom absoluut niet in aanmerking. Ik moet het
aannemen van deze motie dan ook zonder meer en in
alle beslistheid ontraden.
Mijn collega mevrouw Vogelaar zal ingaan op de
motie op stuk nr. 129. Hetzelfde geldt voor de motie op
stuk nr. 130. De minister-president heeft gereageerd op
de motie op stuk nr. 131.
Ik ben in eerste termijn uitgebreid ingegaan op de
motie van de heer Zijlstra op stuk nr. 132 over de
activiteiten in gebedshuizen die ingaan tegen de
openbare orde en veiligheid. Ik heb een overzicht
gegeven van de juridische mogelijkheden die bestaan en
die wij op dit terrein verder zullen verkennen. Ik meen
dat mijn antwoord zo duidelijk, precies en uitgewerkt is
geweest dat wij aan deze motie geen behoefte hebben. Ik
raad de Kamer derhalve niet aan om deze motie te
aanvaarden.
In zijn motie inzake de Rijkswet op het Nederlander-
schap verwijst de heer Zijlstra terecht naar de verdragen
die hiervoor gelden. Hij geeft er echter een andere uitleg
aan dan ik in mijn antwoord in eerste termijn heb
gegeven. Het kabinet zal binnenkort een brief aan de
Kamer zenden waarin op deze zaken verder zal worden
ingegaan. Daartoe behoren ook de mogelijkheden die op
dit terrein bestaan. Ik moet daarom het aannemen van
deze motie ontraden.
Mijn collega voor Wonen, Wijken en Integratie zal
ingaan op de motie van de heer Zijlstra over de
moslimgemeenschappen en geloofsbedienaren.
Hetzelfde geldt voor de motie van de heer Dijsselbloem
en mevrouw Van Toorenburg.
De heer Van der Staaij is ingegaan op twee punten.
Een daarvan is een zaak die ik in eerste termijn abusieve-
lijk niet had beantwoord, te weten de kwestie van de
geweldsverheerlijking. In een van de algemene overleg-
gen die wij hebben gevoerd over de Raden van ministers
van Justitie en Binnenlandse Zaken van de Europese
Unie heb ik met de Kamer gesproken over hetgeen ons
te doen staat naar aanleiding van een kaderbesluit over
het ontkennen, verheerlijken of bagatelliseren van
geweld dat zich richt tegen bevolkingsgroepen. Deze
vragen plaatsen wij uiteraard in de context van de
vrijheid van meningsuiting. Ik zei dit ook al tijdens de
algemene overleggen. Tegelijk beseffen wij dat er ook
met de middelen van het strafrecht moet worden
opgetreden tegen wat afbreuk doet aan het vreedzaam
samenleven van groeperingen. De beste manier om in te
gaan op wat de heer Van der Staaij op dit punt naar
voren heeft gebracht, lijkt mij datgene wat ik al heb
aangekondigd naar aanleiding van de besluitvorming in
de Raad van Ministers van de Europese Unie. Bovendien
ligt er een initiatiefvoorstel op dit terrein. Mijns inziens
kunnen wij dan op dit punt verder ingaan. De ijkpunten
zijn, hoop ik, duidelijk. Dat zijn uiteraard de grondrechten
en de effectieve bescherming daarvan.
In de motie van de heer Van der Staaij wordt gevraagd
om een onderzoek op dit terrein. Ik zeg graag toe dat ik
nog eens zal nagaan, ook aan de hand van de ervaringen
van het Openbaar Ministerie, welke behoeften er zijn,
wat er wordt gedekt door bestaande strafbepalingen en
wat er in aanvulling daarop nodig is. Ik hoop dat deze
toezegging voor de heer Van der Staaij voldoende is en
dat dit mogelijk een reden is om deze motie nu niet in
stemming te brengen.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5317">

 
<spreker pagina="93-5317" anker="365" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Voorzitter. Ik wil beginnen met twee
korte algemene reacties. De eerste is gericht aan de
SP-fractie. De heer De Wit merkte op dat zijn fractie mij
hinderlijk zou gaan volgen op mijn beleidsterrein
integratie. De fractie wordt op haar wenken bediend.
Binnenkort zal ik namelijk de nota Deltaplan inburgering
aan de Kamer aanbieden. Dat biedt een eerste gelegen-
heid om hierover met elkaar van gedachten te wisselen.
In oktober volgt de integratienota. Dat is een tweede
moment waarop de fractie haar kansen kan grijpen om
dit gesprek verder aan te gaan.
De tweede algemene opmerking is gericht aan de heer
Zijlstra van de VVD-fractie. Ik sluit mij aan bij de
woorden van de minister-president over de kernwaarden
van de Nederlandse samenleving. Ik heb in eerste
termijn al het een en ander gezegd over de joods-
christelijke wortels van de Nederlandse cultuur om mijn
uitspraken hierover te verduidelijken. De heer Zijlstra
heeft natuurlijk volstrekt gelijk als hij zegt dat bij de
totstandkoming van de kernwaarden van de Nederlandse
samenleving en hoe die in onze Grondwet verankerd zijn,
de verlichting en het humanisme een belangrijke rol
hebben gespeeld. Het verbaast mij dat hij zegt dat hij
niet in mijn betoog heeft gehoord dat deze kernwaarden
voor mij zeer essentieel zijn. Ik dacht dat ik dit heel
expliciet heb aangegeven. Ik heb mij zelfs aangesloten bij
zijn vraag over hoe het zit met de emancipatiebeweging.
Ik gaf aan dat een aantal van de rechten en vrijheden in
onze samenleving de afgelopen jaren dankzij het
emancipatieproces tot hun recht is gekomen. Ik heb
daarover dus heldere opvattingen naar voren gebracht.
Ik kom op de drie moties waarop ik moet ingaan. De
eerste is ingediend door de leden Dijsselbloem en Van
Toorenburg en gaat over de diversiteit in de overleg-
structuren en van de partners die deelnemen aan het
overleg tussen en overheid en moslims. In mijn eerste
termijn was mijn laatste opmerking dat ik hierover met
de organisaties zou gaan overleggen. U zou hieruit
kunnen afleiden dat daaruit ook zou kunnen volgen wat
ik eerder heb aangegeven over het bewandelen van twee
wegen. Ik doelde daarbij op het bevorderen van
diversiteit binnen de huidige organisaties aan de
overlegtafel en tegelijkertijd ruimte bieden voor andere
organisaties. Dat is echter absoluut niet de intentie van
mijn opmerking over dit overleg. Het is naar mijn
mening echter wel een goed gebruik dat als je een
bepaalde overlegstructuur hebt en je daarin verandering
wenst aan te brengen, je daarover met de partners
spreekt waarmee je aan tafel zit. Ik heb geen bezwaar
tegen aanvaarding van de motie als de Kamer daarmee
wat ik in eerste instantie heb gezegd nog eens nadrukke-
lijk wil onderstrepen.
De leden Van Toorenburg en Dijsselbloem verzoeken
de regering in de motie op stuk nr. 130 te bevorderen dat
de imams die in Nederland zijn opgeleid met voorrang
zullen worden aangesteld. Wij moeten toch even heel
precies met elkaar wisselen wat wij daarmee bedoelen.
De minister van Justitie heeft aangegeven dat het
kabinet zelf opleidingsvereisten kan formuleren voor
geestelijke bedienaren, omdat die vereisten kunnen
worden vastgelegd in subsidievoorwaarden. Het moet
echter volstrekt helder zijn dat het benoemen van imams
de verantwoordelijkheid van moskeebesturen is. Daar
kan en wil de overheid niet in treden.
Ik kan met de motie akkoord gaan als ik haar zo mag
interpreteren dat bevorderen betekent dat wij het
gesprek aangaan met moskeebesturen over het belang
van het aanstellen van imams die een opleiding in
Nederland hebben gehad. Dat heeft immers het grote
voordeel dat zij de Nederlandse taal heel goed beheersen
en dat zij de Nederlandse samenleving goed kennen. Zo
kunnen zij als imam een ontzettend belangrijke rol
vervullen in de gemeenschap. Ik ben bereid dat te doen,
maar dat is de interpretatie die ik aan ’’bevorderen’’ geef.
Wij kunnen niet interveniëren in het benoemingsbeleid
van moskeebesturen. Die grens moeten wij heel duidelijk
trekken. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="366" partij="PvdA" naam="Dijsselbloem">
 Dat lijkt mij op zichzelf
juist. Het aangaan van een gesprek et cetera lijkt mij
prima. Ik wil echter nog een andere mogelijkheid aan de
motie verbinden. Ik doe dat, voorzichtig, als
medeondertekenaar.
De overheid voert een arbeidsmarktbeleid en verschaft
werkvergunningen. Op het moment dat er een ruimer
aanbod is van in Nederland opgeleide imams moet bij
het afgeven van werkvergunningen een arbeidsmarkt-
toets worden gehanteerd. Dat is in lijn met een eerdere
motie, die brede steun kreeg in de Kamer. Als er een
Nederlands of Europees aanbod is, gaat dat voor. Vanaf
dat moment zal het beleid tot toelating van buitenlandse
imams strenger worden. Dat leidt tot het bevorderen van
de benoeming van Nederlandse imams. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="367" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Er liggen twee verschillende moties.
Eentje gaat over de verblijfsvergunningen. In de motie
op stuk nr. 130 wordt gevraagd om in Nederland
opgeleide imams met voorrang aan te stellen. Ik heb
aangegeven binnen welk kader wij het gesprek daarover
kunnen voeren. De motie van de heer Zijlstra heeft
betrekking op verblijfsvergunningen en daaraan
gekoppeld arbeidsvergunningen, vanaf 2010. De overheid
kan dat instrument hanteren, maar essentieel is daarbij
dat dit is gerelateerd aan de beoordeling of er voldoende
arbeidsaanbod in de Nederlandse samenleving aanwezig
is. Op grond van dat criterium kunnen arbeidsvergunnin-
gen geweigerd worden.
De motie is in het algemeen geformuleerd. Er wordt
geen relatie gelegd tussen het niet verstrekken van de
vergunningen en de vaststelling of er voldoende relevant
arbeidsaanbod is. Daarom kunnen wij de motie niet zo
aanvaarden. Ik kan, met de cijfers die ik heb genoemd –
in 2010 komen 25 mensen in Nederland vanuit de
opleidingen op de arbeidsmarkt – niet overzien hoe dat
zich verhoudt tot de behoefte aan imams op dat
moment. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="368" partij="CDA" naam="Van Toorenburg">
 Wij hebben begrepen
dat wij nog uitvoerig komen te spreken over de toelating
van religieuze bedienaren. In dat verband zullen wij
uitvoerig aandacht vragen voor dit aspect. Met de
onderhavige motie gaat het ons erom, dat de minister
met haar overlegorganen voldoende bewerkstelligt dat
serieuzer wordt gekeken naar de toelating van imams in
de moskeeën. Dat is dus haar eerste uitleg. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="369" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Oké, als wij het erover eens zijn dat
dat de juiste interpretatie is, hebben wij geen bezwaar
tegen het aanvaarden van deze motie. En ik heb zojuist
al gereageerd op de motie van de heer Zijlstra over het
vanaf 2010 niet meer verstrekken van verblijfsvergunnin-
gen en, daaraan gerelateerd, arbeidsvergunningen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="370" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Ik begrijp uit uw woorden dat de
regering geen bezwaar zou hebben tegen die motie als
ze aangepast werd, rekening houdend met het aspect dat
u aangaf, namelijk dat nu nog niet duidelijk is of er dan
voldoende aanbod zal zijn, met de strekking dat eerst het
binnenlandse aanbod gebruikt moet worden en dat
daarna pas imams van buiten de Europese Unie naar
Nederland gehaald kunnen worden. U zegt eigenlijk, ook
in lijn met de opvattingen van de fracties van PvdA en
CDA, dat het goed zou zijn om ervoor te zorgen dat in
Nederland opgeleide imams als eersten aan bod komen
in de Nederlandse moskeeën. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="371" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Ik heb gezegd dat de regering de
motie in de huidige vorm in ieder geval niet kan
uitvoeren. En in eerste instantie hadden wij al aangege-
ven dat de Kamer nog een aparte brief zal krijgen over
de problematiek van de toelating van imams. Het lijkt mij
dat wij er in dat kader verder over van gedachten zouden
moeten wisselen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="372" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Maar u bevestigt nu toch
eigenlijk dat het juridische bezwaar dat u had, dan niet
meer geldt. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="373" soort="Minister" naam="Vogelaar">
 Het lijkt mij niet zinvol om in
herhaling te vervallen, ik blijf bij mijn eerdere opmerking
dat het mij verstandig lijkt om deze motie niet aan te
nemen en later verder van gedachten te wisselen over de
toelating van imams. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="374" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Voorzitter... 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="375" naam="De voorzitter">
 Ik sluit nu de discussie over deze motie, u
heeft voldoende informatie om zelf te kunnen afwegen
wat u met de motie zult doen.
De beraadslaging wordt gesloten. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="376" naam="De voorzitter">
 Ik heb begrepen dat in ieder geval één
fractie behoefte heeft aan overleg, zodat ik de vergade-
ring schors.
De vergadering wordt van 0.36 uur tot 02.02 uur
geschorst.
In stemming komt de motie-Wilders over het opzeggen
van het vertrouwen in de minister voor Wonen, Wijken
en Integratie (30800-VI, nr. 129). 

</spreker>
<spreker pagina="93-5318" anker="377" naam="De voorzitter">
 Ik geef gelegenheid tot het afleggen van
een stemverklaring vooraf.
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5318">

 
<spreker pagina="93-5318" anker="378" partij="VVD" naam="Zijlstra">
 Voorzitter. De relativerende
antwoorden van deze minister van integratie over de
toekomstige cultuur van Nederland doen ons het ergste
vrezen voor het door haar neer te zetten beleid. Haar
antwoorden betreffende de uitspraak over een joods-
christelijk-islamitische grondslag van onze samenleving
en haar voortdurende gestuntel over dit onderwerp, ook
weer tijdens dit debat, getuigen van een ongekend
cultuurrelativisme. Alsof er geen strijd is geleverd voor
de fundamentele vrijheden die onze samenleving heden
ten dage kent. Wij verwachten van een Nederlandse
minister van integratie dat zij pal staat voor deze
fundamentele vrijheden.
Dit debat heeft ons weinig vertrouwen gegeven. De
VVD heeft daarom serieus overwogen of zij de motie van
wantrouwen moet steunen. Wij vinden echter dat
ministers uiteindelijk afgerekend dienen te worden op
hun daden en hun beleid. Dat is de reden dat wij de
motie van wantrouwen nu niet zullen steunen. Maar deze
minister zal veel moeten doen om de grote twijfels bij
onze fractie weg te nemen. 

</spreker>
<spreker pagina="93-5319" anker="379" naam="De voorzitter">
 Ik constateer dat de aanwezige leden van
de fractie van de PVV voor deze motie hebben gestemd
en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is
verworpen.
Sluiting 02.05 uur
</spreker>
</blok>
<blok pagina="93-5319">Lijst van ingekomen stukken, met de door de Voorzitter ter zake gedane voorstellen: 1. de volgende brieven:
twee, van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, te weten:
een, over de meerkosten volledige invoering maatregel
’’gratis’’ schoolboeken voor schooljaar 2008-2009
(30800-VIII, nr. 176);
een, ten geleide van aanbieding van ontwerpbesluit
artikel 2.6, zesde lid, van de Wet op het hoger onderwijs
(30800-VIII, nr. 177);
een, van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
inzake heroverweging tarieven van de nationale
vervoersbewijzen met 3,1% voor 2008 (23645, nr. 168);
een, van de staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, over een nieuw initiatief - werken aan
structurele versterking personeelsvoorziening in de
zorgsector (29544, nr. 101).
Deze brieven zijn al gedrukt en rondgedeeld; 2. de volgende brieven:
een, van de minister van Financiën, ten geleide van
een brief van de Stichting Wisselverlies.nl;
een, van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport, inzake versterkinggeïntegreerde eerstelijnszorg;
een, van de minister van Economische Zaken, inzake
reactie op brief van de Federatie van Technologie-
branche.
De Voorzitter stelt voor, deze brieven door te zenden aan
de betrokken commissies en niet te drukken.

</blok>
</onderwerp>
</text>

</handeling>

